Lucien Van Impe 40 jaar later:
hoe de Kleine van Mere de Tour won

, door (jvds)

92
vrij

'Eigenlijk heb ik nooit echt graag gekoerst. Ik deed het om mijn vader te plezieren'

In Villa Alpe d’Huez in Impe word ik uitgebreid begroet door een papegaai, een fraai gevederd exemplaar uit de Amazone. ‘Vroeger kweekte ik ze zelf,’ vertelt Lucien. ‘Toen ik nog koerste, had ik er een stuk of 35.’ Het gezellige huis staat vol dozen met herinneringen aan die magische zomer. Veertig jaar lang heeft hij alles bijgehouden op zolder, maar niemand leek geïnteresseerd. Tot nu. De festiviteiten en huldigingen zijn niet te tellen, er is het televisieprogramma en het prachtige boek ‘Lucien!’ (Lannoo), er is zelfs Van Impebier en Van Impebrood. En in het weekend van 30 juli zal er opnieuw een volksfeest plaatsvinden én een standbeeld worden onthuld. De brede glimlach op Luciens gezicht verraadt zowel ongeloof als trots, maar voor hij honderduit begint te vertellen, vraagt een lieve stem me wat ik wil drinken – geen Lucien zonder Rita!

HUMO Een standbeeld, Lucien!

Lucien Van Impe «Ja, jong, ze zijn eraan bezig. Op de rotonde in Mere, waar mijn moeder altijd café heeft gehouden. Die moet zelfs heraangelegd worden, want het beeld is helemaal in brons gegoten en schijnt heel zwaar te zijn. Ze hebben me al gezegd dat ik niet mag gaan kijken, maar ik moet me inhouden: ik ben serieus benieuwd. Het zou groter zijn dan ik, hebben ze me gezegd. Maar da’s niet moeilijk, hé (lacht).

»Het is niet te geloven wat er allemaal georganiseerd wordt. Gisteren was ik nog op een schoolfeest waar driehonderd kinderen in een gele of bolletjestrui rondliepen. Ik snap echt niet waarom het opnieuw zo leeft.»

HUMO Omdat je de mensen zoveel vreugde hebt gebracht, veertig jaar geleden.

Van Impe (knikt) «Als ik ergens kwam, maakte ik me dikwijls de bedenking: ik moet de mensen echt gelukkig gemaakt hebben. ‘Ik kan me nog elk moment van die Tour herinneren, Lucien,’ zeggen ze dan.»

HUMO Hoe kwam het dat je in de winter van ’75-’76 al wist: dit jaar zal het gebeuren?

Van Impe «In de Tour ’75 hadden we gezien dat Merckx te kloppen was. In de laatste week won ik de tijdrit naar Chatel, en toen kwam Fred De Bruyne (destijds sportjournalist, red.), die ik goed kende, bij mij op de kamer: ‘Verdomme, Lucien. Wanneer ga je wat meer in jezelf geloven! Zie je niet dat je kunt winnen?’ Hij was echt kwaad, hij begreep niet dat ik enkel de bergprijs ambieerde. Achteraf gezien had ik dat jaar al moeten winnen, alleen: ik mocht niet! Mijn Franse sportbestuurder Jean Stablinski moet onder één hoedje gespeeld hebben met Bernard Thévenet, de latere winnaar: op de Puy de Dôme verbood hij me te demarreren. Anders had ik ook daar veel tijd gepakt: niemand kon me volgen. Omdat de Fransen wilden dat Thévenet opnieuw zou winnen, tekenden ze voor 1976 een parcours uit dat volledig op zijn maat gesneden was, met nóg meer cols. Alleen hielden ze er geen rekening mee dat zo’n traject vooral in mijn voordeel was.»

Dit artikel volledig gratis lezen?

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: