'’s Avonds, als de stilte weegt.' Dwarskijker over '1000 Zonnen' en 'The Polar Variant'

, door (rv)

Deel
dwarskijker

'Iets mooiers dan de winkel in papierwaren en de vierkleurenballpoint kon ze zich niet voorstellen, wat ik ontroerend vond'

THE POLGAR VARIANT

Canvas – 7 augustus

Dezer dagen is de uitdrukking ‘gouden plakken pakken’ allerlei sportverslaggevers in de mond bestorven. Telkens als ik ze hoor, gaat er me een rillinkje door de leden. Dat ‘plakken’ zint me niet, en dat ‘pakken’ nog minder, en bovendien is deelnemen belangrijker dan plakken pakken, luidens de aloude Olympische leugen. Hoe het ook zij, allerlei gezonde lichamen met een non-descripte geest erin waren naar vierjaarlijkse gewoonte plakken aan het pakken in een krimpend groeiland dat zich op de tonen van zwoele bossanova aan de Olympische Spelen vertilt. Daardoor begon ‘The Polgár Variant’ pas om kwart voor middernacht, maar voor deze documentaire was ik bereid de slaap der onschuldigen een tijdlang uit te stellen. Bij de openbare omroep moet iemand hebben gedacht: ‘Laten we de Olympische kijkersschare even aan een denksport herinneren, een discipline waar je niet zo gauw een toque, een genitaal beschermstuk, bij nodig hebt.’ ‘The Polgár Variant’ ging over schaken, maar nog meer over het ambitieuze pedagogische plan dat de Hongaar László Polgár voor zijn kroost had uitgedacht, toen hij zijn drie dochters nog niet eens had verwekt. Zijn stelling luidde dat je van elk gezond kind een genie kunt maken, als je het maar gedurig onderwerpt aan een spartaans trainingsschema. Zijn vrouw en onvoorwaardelijke ruggensteun Klara was het in goede en in slechte tijden roerend met hem eens. ‘Genie’ vind ik bijna altijd een slecht gekozen woord. Laten we zeggen dat László Polgár er de hoogste graad van voortreffelijkheid mee bedoelde, die zijn drie dochters volgens hem in de schaakwereld moesten zien te bereiken – schaken stond in de communistische heilstaat hoog aangeschreven.

De zusjes kregen thuisonderwijs dat hen om 6 uur ’s ochtends tot opstaan noopte: er volgden lichaamsoefening, wiskunde- en taalles tot 10 uur, waarna de dag gemiddeld zeven uur lang in het teken van het schaakspel stond. Totale onderdompeling, dag in, dag uit, en met verbluffend resultaat. Eerst gaf László Polgár zijn dochters zelf schaakles, maar al snel namen coaches die taak van hem over. In deze documentaire kwam Lev Psakhis enkele keren aan het woord, een Russisch-Israëlische schaakgrootmeester die vermoedelijk ook het soort gezelligheidsmens is dat in zijn naaste omgeving geregeld de vraag ‘Is de wodka alweer op?’ doet rijzen. Hij vond dat de zusjes Polgár door toedoen van hun vader hun kindertijd waren misgelopen, en dat gemiddeld zeven uur per dag met schaakproblemen bezig zijn onzinnig is. Ik, geen adept van het spartaanse model, ben geneigd het met Lev Psakhis eens te zijn, maar tegelijk moet ik toegeven dat ik in deze documentaire niet met het blote oog kon vaststellen dat de zusjes Polgár slachtoffers van hun vaders ambitie waren: noch als kind, noch als volwassene maakten ze een beschadigde of onevenwichtige of gehersenspoelde indruk, integendeel zelfs. Het waren levendige meiden die uitgebalanceerd schaak op het hoogste niveau speelden. Judit Polgár deed het nog iets beter dan haar twee oudere zussen, die geen noemenswaardige last bleken te hebben van afgunst. Als ze in de schaakcompetitie tegenover elkaar uitkwamen, stuurden ze arglistig op remise aan.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: