Ontvoerd, verkracht & verkocht: Shirin was een seksslavin voor IS

, door (ab)

29
slavin 1200

'Man nummer zes heette Ramsi. Als ik lag te kermen, lachte hij'

Sinds een paar maanden woon ik met zestien andere jezidivrouwen in een huis in de Duitse deelstaat Baden-Württemberg. Er zijn ook veel kinderen bij. De jongste is 1,5 jaar; de oudste 43. De eerste tien dagen durfden we de deur niet uit. We waren bang dat we onmiddellijk aangevallen of ontvoerd zouden worden, of dat de mensen ons zouden naroepen: ‘Wat moeten jullie hier!?’ In het begin overheerste de angst alles. We zijn ondergebracht op een afgelegen plek, in een klein dorp aan de rand van een bos.

Elke dag praten de meisjes en vrouwen over wat er is gebeurd. En wanneer ik hun vraag om op te houden – ‘Ik wil het niet horen’ – gaan ze toch door. Allemaal willen we de verschrikkingen vergeten, maar dat gaat niet. We moeten er de hele tijd aan denken. Het lijkt wel alsof we geen controle meer hebben over wat er in ons hoofd gebeurt.

Sommigen van ons slepen gewoon te veel ballast uit hun gevangenschap bij IS mee. Zo is er een 3-jarig jongetje in de groep dat ons bijt en knijpt en zijn speelgoed kapottrapt. Zijn moeder heeft de kracht niet meer om zijn agressie in toom te houden. Vaak staart ze met een lege blik naar de muur. Zodra het jongetje het woord ‘gebed’ hoort, werpt hij zich op moslimwijze op de grond om te bidden en begint hij Koranteksten te mompelen.

Er zijn in dit huis evenveel verhalen als meisjes. Ze vertellen allemaal wat hun is overkomen, wat ze hebben gezien of meegemaakt. Over gevangenen die levend zijn verbrand. Over borsten die werden afgesneden of over zwangere vrouwen van wie de buik werd opengereten. Ze vertellen hoelang ze in slavernij hebben geleefd of hoeveel familieleden ze hebben verloren. Dat is moeilijk te verdragen. Wij hebben het overleefd, maar het voelt voortdurend alsof we dood zijn.

De eerste dagen in Duitsland ging het vreemd genoeg nog veel slechter met me dan in Irak. Ik besefte niet hoeveel de afgelopen maanden van me hadden geëist. In de vluchtelingenkampen in Noord-Irak heb ik zelfs meegeholpen bij een Duitse hulporganisatie, maar toen ik hier tot rust kwam, voelde ik me vanbinnen verdoofd. Alsof ik door een droomwereld wandelde en niet echt bestond. Op zulke momenten droom ik dat mijn hele familie uit de klauwen van die moordenaarsbende wordt bevrijd. Maar ik weet maar al te goed dat het niet zal gebeuren omdat sommigen allang zijn vermoord.

’s Nachts val ik pas heel laat in slaap en tussendoor word ik vaak wakker. ’s Morgens ben ik om zes uur alweer op de been, hoewel ik hondsmoe ben. Volgens mijn huisgenootjes praat en schreeuw ik hardop in mijn slaap. Ze zeggen dat ze daar wakker van worden en dat ze erg schrikken van mijn woorden.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: