20 jaar na haar ontvoering: met Natascha Kampusch naar het huis waarin ze werd vastgehouden

, door (fh)

86

'Het huis waarin ik gevangen zat, is nu in mijn bezit. Mijn kleine overwinning'

(Dit interview verscheen in Humo op 19 september 2016)

Soms maait ze het gras achter het huis in Strasshof. Het is een huis in een buitenwijk van Wenen, met verbleekt beige pleisterwerk. Het ligt een beetje van de straat weg, de rolluiken zijn neergelaten, dag en nacht, net als destijds.
Een ligusterhaag beschermt het gebouw tegen nieuwsgierige blikken. Jaren geleden, toen Natascha Kampusch nog opgesloten zat in dit huis, of beter gezegd eronder, in de geluidsdichte cel die haar ontvoerder had gebouwd, trok ze een paar blaadjes af toen ze op een nacht haar gevangenis mocht verlaten. Ze bewaarde ze in een doosje in haar cel: ze waren meteen verdord, maar het was een herinnering aan de wereld, aan het leven daarbuiten: planten, de aarde, de hemel en de lucht.

Natascha was amper 10 toen ze in een busje gesleurd en ontvoerd werd. Ze overleefde achtenhalf jaar gevangenschap door zich kleurrijke voorstellingen van haar leven in vrijheid voor de geest te halen. En ze bereidde zich voor op de dag dat ze de kans, de moed en de kracht zou hebben om te ontsnappen.

Die dag is nu tien jaar geleden. Tien jaar waarin deze jonge vrouw aanvankelijk een meelijwekkend slachtoffer was en vervolgens de haat van heel wat mensen over zich heen kreeg. Ze verweten haar een leugenaar, een medeplichtige, zelfs een moordenares te zijn.

'Ik had van het leven in vrijheid iets heel anders verwacht'

Het huis waarin ze gevangenzat, is nu haar eigendom. Het staat alleszins op haar naam bij het kadaster geregistreerd. De twee derden die in bezit waren van Wolfgang Priklopil, haar ontvoerder, heeft het gerecht haar als schadevergoeding toegewezen. Het andere derde, dat eigendom was van zijn moeder, heeft Kampusch van haar gekocht. We lopen met haar door de tuinpoort, een aantal passen tot aan de voordeur; ze opent de deur en laat ze de hele tijd openstaan. Er stroomt ons een warme, vochtige lucht tegemoet. Er is recent waterschade geweest, maar Kampusch heeft de hoogstnodige herstellingen laten uitvoeren. Aan het poortje hangt een briefje van de buurman: ‘Gelieve zo snel mogelijk contact op te nemen.’ De twee berken op de grens met de tuin van de buren hebben takken verloren. Ze verwachten storm, en dat kan gevaarlijk zijn. De brandweer wordt gebeld. Ze weten natuurlijk waar ze moeten zijn, want iedereen in Wenen kent dit adres. De hele straat wordt afgezet, door zes man en drie brandweerwagens. De buren laten zich niet zien. De brandweerlieden klaren de klus zo goed mogelijk: ze zagen de berken om en leggen het hout zorgvuldig aan de kant. Dat hoefden ze niet te doen. Hun blik verraadt medelijden – het arme meisje – maar ook onbegrip. Wat doet zij hier bij dit huis?

- Mevrouw Kampusch, waarom wilde u het huis waarin u zoveel hebt meegemaakt, toch bezitten?

Natascha Kampusch «Precies omdát ik er zoveel ellendige momenten heb beleefd. Dit is mijn kleine overwinning. En ik wilde niet dat iemand er iets doms mee zou beginnen. Griezeltochten door de cel van Natascha Kampusch bijvoorbeeld, of er een pelgrimsoord voor perverse geesten van maken.»

- De cel waarin u uw kindertijd en jeugd hebt doorgebracht, hebt u wél dichtgemaakt.

Kampusch «Ik moest wel, want de overheid liet me weten dat er zich onder mijn huis een ‘niet toegestane holle ruimte’ bevindt.»

- Alsof u dat nog niet wist.

Kampusch «Ik stond versteld toen ik het las. Ze hadden me ook gewoon kunnen vragen wat ik ermee van plan was, of hulp kunnen aanbieden.»

- Zonder de overheid had u de cel gelaten zoals ze was?

Kampusch «Misschien niet voor altijd, maar in het begin wel. Ook al was het dan mijn gevangenis, ik had daar wél mijn leven geleid. Het was alles wat ik had en ik heb vreselijk mijn best gedaan er ook daar, in die kelder, het beste van te maken.»

Dit artikel volledig gratis lezen?

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: