'Radio Gaga' bij de chronisch zieke jongeren van het Zeepreventorium

, door (hvt)

366

'De eerste keer dat mijn ouders op bezoek kwamen, heb ik gesmeekt: 'Please, breng een boterham met preparé mee''

In onze ogen was het Zeepreventorium in De Haan een oord aan zee waar kinderen met obesitas op internaat komen, om na gedane arbeid als een afgeslankte en uitgerekte versie van zichzelf het pand te verlaten. Maar we hebben het mis: kinderen hoeven niet per se overgewicht mee te zeulen om hier te komen revalideren. Iedereen die chronisch ziek is, kan terecht in het statige gebouw in de duinen met de grote stenen terrassen, waar decennia geleden rijen tbc-patiënten in ligstoelen hun gratis dosis vitamine D opdeden. Het amalgaam van aandoeningen is hier schier onuitputtelijk: diabetes, astma, mucoviscidose, cvs, chronische ziekten van allerlei aard. Sommige kinderen hebben het helemáál getroffen en moeten met een combinatie van kwalen door het leven.

Voetbal en tranen

Bob (19) en Eran (15) zijn twee tieners – aan de magere kant – uit dezelfde leefgroep. Eran werd geboren met een afwijking aan zijn ogen en beide nieren. Tegen z’n 12de functioneerden zijn nieren zo slecht dat hij aan de dialyse moest: ‘Drie keer per week zat ik vier uur in het ziekenhuis. Gebeurde de dialyse ’s nachts, dan zat ik er acht uur.’ Hij kwam ook op een wachtlijst voor een niertransplantatie.

Eran De Vlam «Toen kwam ik voor de eerste keer naar het Zeepreventorium – vooral omdat ik hier mijn pilletjes nauwgezetter innam dan thuis. Dat is de reden waarom de meesten naar hier komen: de structuur.»

Alles is hier inderdaad strak geregeld. Elk uur van de dag is gevuld met school of sport, en tussen de uren door zie je leerlingen met boekentassen door de gangen slenteren of rennen, precies zoals op elk ander internaat. Alleen de dozen medicatie op tafel verraden het verschil.

Eran «Op dinsdag 4 augustus 2015 heb ik mijn nieuwe nier gekregen. Ik was net op vakantie in de Ardennen – naar het buitenland mocht niet, omdat ik maar twee uur van het ziekenhuis verwijderd mocht zijn. Op dat moment waren we er totaal niet mee bezig. Mijn stiefpapa Bart nam eerst z’n telefoon niet op – wist hij veel dat ze voor die nier belden. Uiteindelijk zijn we als een razende beginnen in te pakken om naar Gent terug te keren. Mijn broer heeft nog gevraagd of we geen helikopter konden huren om sneller in het ziekenhuis te zijn, maar dat feestje ging niet door: het was te duur (lacht).»

Eran praat over zijn nieuwe nier – ‘Het voelt in het begin een beetje alsof ze een blok in je buik hebben gestopt’ – alsof het de normaalste zaak van de wereld is: ‘Zo’n nier gaat doorgaans tussen tien en vijfentwintig jaar mee. Dan moet ik een nieuwe hebben. Maar ik zie daar niet tegenop: ik ben al die ziekenhuisbezoeken en operaties gewoon.’ Om aan zijn nieuwe orgaan te wennen en klokvast zijn pilletjes tegen afstoting in te nemen, verblijft Eran nu al een heel schooljaar in het Zeepreventorium. Maar na de zomervakantie hoopt hij z’n oude leventje weer op te nemen: dan mag hij naar huis.

Ook Bob is ervan overtuigd dat hij straks naar z’n oude leven terug kan. Vandaag oogt hij wat bleekjes en vermoeid. Als hij spreekt, lijkt het alsof de tranen op elk moment kunnen gaan stromen. Zeker als hij het over voetbal heeft. Je zou het hem nu niet nageven, maar twee jaar geleden voetbalde Bob nog bij de jeugd van KV Kortrijk en bij de jonge Rode Duivels. Hij had maar één droom: profvoetballer worden. Toen kreeg hij klierkoorts.

Dit artikel volledig gratis lezen?

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: