'Radio Gaga': bij de terminale patiënten van het palliatieve zorgcentrum Coda

, door (hvt)

48
gaga1200

'Sommige mensen gaan vechtend en vloekend dood, anderen sterven met de glimlach op de lippen'

‘Er zijn mensen die vechtend en vloekend doodgaan,’ zegt Rigo Verhaert, algemeen coördinator van Coda, ‘en er zijn mensen die als het ware met een glimlach op de lippen sterven.’ Rigo kan het weten: hij zit al vijftien jaar in de palliatieve zorg, na eerst evenveel jaar als geriatrisch zorgverlener te hebben gewerkt. Hij schat het aantal overlijdens dat hij heeft begeleid, op 1400.

Rigo Verhaert «‘Je sterft zoals je hebt geleefd,’ hoor je vaak in de palliatieve zorg. Daar zit een grond van waarheid in, al ga ik er niet volledig mee akkoord. Ben je een vechter, dan zul je je leven niet afgeven zonder slag of stoot. Ben je altijd meegaand geweest, dan zul je op het eind ook redeneren: ‘Oké, shit happens.’ Misschien begeef ik me nu op glad ijs, maar ik merk toch dat gelovige mensen meestal serener sterven. ‘De overgangsfase wordt spannend,’ denken ze, ‘maar daarna ben ik sowieso beter af.’ Wie in niks of niemand gelooft, zal vaker vechten tot de laatste snik. De kunst voor ons, palliatieve zorgverleners, is om in te schatten in welke categorie onze patiënten vallen, en onze begeleiding daaraan aan te passen.»

HUMO Vallen er op het eind dan nog veel aanpassingen te doen? Sterven is sterven, zou ik denken.

Verhaert «Dat is het grote misverstand over palliatieve zorg: onze samenleving ziet het nog altijd als stervenshulp, terwijl het eigenlijk meer over het leven gaat. Worden wij, deskundigen in palliatieve en levenseindezorg, vroeg genoeg ingeschakeld, dan leven ongeneeslijk zieke mensen langer en ook – belangrijke nuance – comfortabeler. Omdat we de pijn en de symptomen controleren, maar ook omdat we met hen praten. De angst voor de dood volledig weghalen kunnen we niet, maar we bouwen wel zo’n goeie vertrouwensband met de patiënt op, dat hij weet: ‘Als mijn lichaam het straks begeeft, dan kan ik op hen rekenen om het me zo gerieflijk mogelijk te maken.’

»Wij proberen tijd te maken voor elke patiënt. De dood kun je niet opjagen. Vergelijk het met een geboorte: het komt wanneer het komt. In onze thuiszorgploeg werken twee vroedvrouwen: dat zijn geweldige palliatieve zorgverleners, omdat ze geleerd hebben te wachten.»

Smerige ziekte

Als ik Rigo vertel dat ik vanochtend, op een stralende julidag, wat schoorvoetend naar Wuustwezel ben vertrokken, stelt hij een rondleiding voor: ‘Dan zul je zien dat het hier absoluut niet luguber is.’ En ja, de sfeer is sereen, maar niet bedrukt. Acht bedden hebben ze in het hospice. ‘Gisterenavond is er één gast overleden,’ zegt Rigo, ‘maar tegen morgen zijn alle bedden weer volzet. Gemiddeld verblijft een gast hier 21 dagen, maar er zijn er ook die vandaag binnenkomen en morgen overlijden.’ Dan rolt er iemand een brancard langs ons heen. Rigo: ‘Ze komen de overledene ophalen. Blijf je staan of vind je dat te eng?’ Ik duik een zijgang in.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: