Hoe Vlaamse meisjes vallen voor IS: 'Zo'n viriele IS-strijder is voor hen de prins op het witte paard'

, door (ab)

340

Bekijk de trailer van 'Layla M.', over een radicaliserend moslimmeisje:

'Het deed echt pijn om te lezen hoe mijn dochter de Belgen belachelijk maakte, met hun Kerstmis en hun Sinterklaas'

Op 15 mei 2014 werden op de luchthaven van Zaventem twee Antwerpse meisjes aangehouden die op het punt stonden naar Syrië te vliegen. Voor Hakima M. (18), van wie de broer en de zus haar naar Raqqa waren voorgegaan, was het al de derde mislukte poging. Zij nam de 17-jarige Jessy H. op sleeptouw, een Vlaams meisje uit Antwerpen dat drie maanden eerder door haar ouders als vermist was opgegeven. Terwijl Hakima en Jessy die namiddag op de achterbank van de politiewagen weggevoerd werden, de handboeien om hun dunne polsen, kreeg de vader van Jessy een verlossend telefoontje.

‘De arrestatie van mijn dochter was een enorme opluchting, vertelt Rudi H. ‘Ik kon alleen maar denken: ‘Oef, ze hebben haar, ze kan niet naar Syrië, ik weet eindelijk waar ze zit.’ Ze was al twee keer weggelopen. Ik wist dat ze in Nederland was gesignaleerd, waar ze in nikab over straat liep. Ik had foto’s van haar op het internet gezien waarop alleen haar ogen nog zichtbaar waren. Ik sliep al maanden niet meer.’

Rudi H. houdt van motoren, tatoeages, AC/DC. Van de islam had hij tot twee jaar geleden niet meer dan een vaag idee. In zijn modern gemeubileerde huiskamer, in het licht van de grote schuiframen, staat een oldtimer-Suzuki te glimmen. Niets in het interieur zou doen vermoeden dat hier een meisje woonde dat zich stiekem tot de islam bekeerde en zo radicaal werd dat ze met iedereen in België wilde breken om in Syrië te gaan trouwen met een IS-strijder en er een nieuw leven te beginnen als ‘vrouwe van Halal’.

Rudi H. «Jessy heeft haar bekering tot moslima lang voor mij verborgen gehouden. Niet dat we racistisch zijn, maar mijn dochter wist dat ze niet met een Marokkaans lief naar huis moest komen. Ze woonde toen een tijdje bij haar moeder – mijn ex – en stopte haar hoofddoek weg als ze bij mij kwam. Dat mijn dochter bekeerd was, hoorde ik voor het eerst in het politiebureau, toen Jessy de eerste keer was weggelopen. Na school was ze in een auto gestapt bij een man met een baard die Ahmed heette. Ze was al 24 uur vermist. Die politieagent bracht het heel voorzichtig aan: ‘U weet dat uw dochter bekeerd is, meneer?’ – ‘Huh, bekeerd?’ Hij toonde mij de pas van mijn dochter, en daar staat ze met een sjalleke op! Bleek dat ze ook van school was veranderd omdat ze daar een hoofddoek en lange gewaden mocht dragen. Mijn ex dacht dat het een bevlieging was en liet haar doen. Op die school heeft ze Hakima en andere vriendinnen leren kennen die haar verder in dat IS-bad hebben getrokken.»

Jessy H. was één van de honderden namen die op de inmiddels beruchte lijst van het Coördinatieorgaan voor de Dreigingsanalyse (OCAD) terechtkwam. In die databank van Foreign Terrorist Fighters worden niet alleen strijders opgelijst die naar Syrië zijn vertrokken, maar ook kandidaat-vertrekkers en terugkeerders. Zo’n honderd vrouwen staan er momenteel bij, op een totaal van 640 namen. Girlpower die vaak over het hoofd gezien wordt als het over terreurdreiging gaat. Ten onrechte, bewees de recente verijdeling van een – volgens de speurders amateuristische – aanslag door een vrouwelijk trio in Parijs. In het Duitse Hannover stak een 15-jarig meisje begin dit jaar een politieagent neer ‘in naam van IS’. En eind september werden nog twee Franse geradicaliseerde meisjes van 17 en 19 in Nice opgepakt, waar ze een jihadistische aanslag beraamden. De twee stonden onder invloed van Rachid Kassim, een Frans IS-kopstuk dat ook het Parijse drietal inspireerde.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: