Kathy Van de Geuchte, de vrouw van Kamagurka: 'Hij is mijn psychiatrische patiënt'

, door (sdj)

51
kathy van de geuchte 1200
© Johan Jacobs

'Tussen ons klikt alles. Elke keer zijn er vlammetjes, en meestal vlammen'

‘Tachtig Jaar Kamagurka & Herr Seele’ is nog tot en met 30 april te zien in galerie Art Center HOres & MOdus 8 (Knokke-Heist).
Van 18 maart tot en met 14 mei kan iedereen de belangrijkste werken van Kamagurka gratis gaan bekijken in de Venetiaanse Gaanderijen (Oostende).

‘Ja,’ zegt ze als we achter de koffie mét paaseitje zitten: ‘Ik stuur hem nu.’ Ze heeft de organisatie van Luc Zeebroeks leven strak in handen, zoveel is duidelijk. Kathy heeft de zeldzame gave liefdevol te domineren, mee te voelen én te begrenzen. ‘Als er iets is wat ik als psychiatrisch verpleegkundige heb geleerd, dan is het wel dat je mensen niet helpt als je té veel empathie toont.’

Het huis – klein, een beetje glimmender dan verwacht – ligt er keurig bij. Kathy antwoordt kordaat en rechtuit. Op één of andere manier verwacht ik geen humor, dus wanneer ik haar vraag of ze haar werk in het ziekenhuis mist, ben ik volkomen verrast als ze zegt: ‘Nee hoor, ik heb mijn patiënt nu thuis’, en vervolgens hard begint te lachen.

Kathy Van de Geuchte «Ik werkte op de spoedafdeling van de psychiatrie en mijn streven was altijd mensen uit het circuit van de permanente psychiatrie te houden. Ik deed mijn werk heel graag. Als ik Luc niet was tegengekomen, deed ik het nu nog.»

Humo Hoe ben je hem tegengekomen?

Van de Geuchte «Gewoon op straat, in Gent, tijdens de solden. Het was heel bizar. Ik liep in de Koestraat met mijn moeder en mijn zus. Hij kruiste ons en mijn zus zei: ‘Weet je wie dat is? Dat is Kamagurka.’ Ik moet eerlijk zeggen: ik was geen Humo-lezer en had hem niet herkend. Ik draaide me om, en precies op dat moment draaide Luc zich ook om. We hadden oogcontact – heel even, maar intens.

»Twee weken later bleek hij op te treden in Knesselare, het dorp waar ik geboren ben. Ik dacht meteen: ‘Dit is te toevallig, ik moet daarnaartoe.’ In de zaal zag ik dat hij me zag. Weer was er dat oogcontact. ’s Nachts heb ik mijn stoute schoenen aangetrokken en heb ik een mail naar zijn website gestuurd om te zeggen dat ik het een leuk optreden vond en dat ik het fijn vond hem weer te zien. Die mail is bij zijn medewerkers aangekomen, die natuurlijk wel vaker van die berichten krijgen en wat met mij zijn beginnen te lachen. Na een poosje heen en weer gemaild te hebben, begon ik me belachelijk te voelen en heb ik gezegd: ‘Oké gasten, we stoppen hiermee.’ Maar voor de zekerheid heb ik toch mijn nummer gegeven. ‘Ik lijk wel gek,’ dacht ik achteraf, en toen ik een sms van een Luc kreeg, was ik er zeker van dat die medewerkers weer met mijn voeten aan het spelen waren. Hij heeft me echt moeten overtuigen dat hij het was. Hij schreef dat hij nog precies wist wat ik aanhad in Knesselare: een bizar rokje. ‘En in de Koestraat had je een muts op met twee pomponnen.’»

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: