De memoires van Brunhilde Pomsel, secretaresse van Joseph Goebbels

, door (nm)

9
vrijbeeld

'Ik voelde me door mijn gevangenschap absoluut slecht behandeld. Ik had toch alleen maar wat typewerk voor meneer Goebbels gedaan?'

Op 2 februari 1943 lijden de Duitse troepen een nederlaag in de slag om Stalingrad in Rusland, het begin van het einde voor het naziregime. Met de beruchte ‘Wollt ihr den totalen Krieg’-toespraak in het Berlijnse Sportpalast probeert Goebbels het tij alsnog te keren. Pomsel zit in het publiek.

Zijn ware gezicht leerde ik pas langzaam kennen. Ik herinner me nog zijn beroemde rede in het Sportpalast. We wisten dat Goebbels die middag een toespraak zou houden en ineens werd gezegd dat er twee dames uit de antichambre naartoe moesten. We keken elkaar aan, niemand meldde zich vrijwillig. Dus moest ik, samen met een jong meisje. Daarop kwam een SS-man ons ophalen in een chique Mercedes. Hij reed ons naar het Sportpalast aan de Potsdamer Straße en bracht ons naar één van de rangen. Echt prachtige plaatsen, vlak bij de sprekerstribune. De zaal zat al vol opgetrommelde arbeiders. Voor zulke manifestaties, waarvoor mensen in de fabrieken werden geronseld, wilde iedereen zich drukken. En zeker in die tijd. Vrijwillig meldde zich helemaal niemand meer.

We waren nog niet binnen of het spektakel barstte los. Achter ons zat mevrouw Goebbels met twee kinderen en naast ons zaten SS-mannen, een echte tribune voor de elite. De muziek marcheerde binnen. De gebruikelijke strijd- en marsmuziek, gezang en alles wat erbij hoorde. En toen kwam de spreker. En spreken kon hij, goed en overtuigend. Die dag zweepte hij iedereen zo op, dat het veel weg had van een uitbarsting in een krankzinnigengesticht. Als door een wesp gestoken, lieten al die mensen zich volledig gaan, ze schreeuwden, stampvoetten en hadden zich het liefst de armen uit hun lijf gerukt. Een oorverdovend kabaal.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: