Computerwetenschappers bevestigen: 'Leer kleuters spelletjes programmeren in plaats van consumeren'

, door (hvt)

96
1200

GIOVANNI SAMAEY «Scherm of geen scherm, dat is niet de discussie. Het gaat vooral om actieve en passieve tijd. Passief voor een scherm zitten en entertainment consumeren, dát is tijdverlies. Tegenwoordig kijken kinderen zelfs naar YouTube-filmpjes van ándere kinderen die een game spelen (lacht). Door kinderen te leren programmeren, laat je ze creatief zijn en verruim je hun geest. Zelf een spelletje programmeren is voor mij even creatief als een kunstproject.

»Om te programmeren moeten kinderen nadenken over de opeenvolgende stappen om van een probleem tot een oplossing te komen. Computationeel denken: je kunt dat zelfs leren zónder scherm. Je doet bijvoorbeeld één kleuter een blinddoek om, waarna een vriendje hem aanwijzingen geeft om hem door de klas te loodsen – ‘Zet drie stappen vooruit en draai dan een kwartslag.’ Zo leren kleuters precieze, heldere instructies te formuleren. Dat is een universele vaardigheid, die je ook nodig hebt om een recept te noteren of een evacuatieplan te maken. Het gaat er dus níét om alle kinderen klaar te stomen tot IT’ers.»

Humo U geeft programmeerles aan de sterkste wiskundeleerlingen van het 5de en 6de leerjaar. Zo vergroten we toch alleen maar de kloof tussen sterk en zwak?

SAMAEY «Leren programmeren is nu nog vaak een buitenschoolse activiteit. Dan bereik je natuurlijk slechts een beperkte groep. Waar ik op zit te hopen, is dat computerwetenschap straks deel gaat uitmaken van het leerplan. Zo leert iedereen het en verklein je de kloof.

»Wat ik in mijn lessen al heb gemerkt, is dat de beste rekenaars niet noodzakelijk de beste programmeurs zijn. Een leerling die goed is in het slaafs volgen van instructies, maar niet begrijpt wat hij doet, zal niet de beste programmeur zijn. Terwijl iemand die vaak rekenfouten maakt, wél prima kan leren programmeren.

»Als mijn leerlingen de basis onder de knie hebben, mogen ze hun eigen spelletje maken. Een kat die rondloopt en vallende bananen vangt, bijvoorbeeld. Kinderen leren nu vooral oefeningen te maken waarbij ze slechts één probleem moeten oplossen, maar hier zijn heel wat stappen nodig: de kat laten bewegen met de pijltjestoetsen, de bananen laten vallen, uitwerken wat er gebeurt als die twee elkaar raken.»

Humo Zijn de leerkrachten ook blij met uw voorstel?

SAMAEY «Verandering wekt altijd wat weerstand op. Leerkrachten denken: ‘Ik kan dit niet, dus zal het ook te moeilijk zijn voor mijn leerlingen.’ Terwijl: ze kunnen het nog niet, omdat ze het niet hebben geleerd.»

Humo 4032/50 12 december 2017

Dit artikel verscheen in:

HUMO van dinsdag 12 december 2017

Lees alle reportages

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: