De gevangenisdagboeken van nazi-kopstuk Albert Speer. 'Hitler trainde dagelijks om zijn arm urenlang zonder te beven uitgestrekt te kunnen houden'

, door (tim van steendam)

13
vrijbeeld

'Hitler kon tussen voor- en hoofdgerecht in heel rustig opmerken: ik wil de Joden in Europa vernietigen'

11 oktober 1946

Gedurende de wekenlange pauze in het proces, waarin de rechters het eens werden over de vonnissen, heb ik een verslag gemaakt van flarden herinneringen aan de twaalf jaar met Hitler en het via de pastoor aan een vriend in Coburg gestuurd. Het omvat honderd pagina’s.

‘Ik geloof,’ schreef ik zo ongeveer in de begeleidende brief, ‘dat ik karakteristiek ben voor een bepaalde kant van het regime.’ Ik heb inderdaad het idee dat de Himmlers, de Bormannen, de Streichers het succes van Hitler bij het Duitse volk niet kunnen verklaren. Het waren veeleer het idealisme en de toewijding van mensen als ik, waardoor Hitler zich gedragen wist. Wij, die werkelijk in de laatste plaats pas aan onszelf dachten, hebben hem mogelijk gemaakt; de misdadigers en misdadige elementen zijn er altijd, zij verklaren niets. In het gehele proces was altijd alleen maar sprake van juridisch aantoonbare fouten. ’s Nachts, in mijn zwak verlichte cel, vraag ik mij dikwijls af of mijn eigenlijke schuld niet van heel andere aard is. Onder de indruk van de bijna ondraaglijke griezelige stilte die mij omgeeft en waarvan de aflossing van de wacht voor de cel de enige tijdmaat is, word ik overvallen door de twijfel of ik in die honderd pagina’s een juist beeld heb getekend van Hitler. Bij al de moeite die ik deed om voor mijzelf te verklaren hoe ik zo lang door hem gefascineerd kon worden, heb ik al te vaak al die kleine innemende trekjes van de gemeenschappelijke autotochten, van de picknicks en de fantasieën over bouwwerken in de herinnering teruggeroepen, zijn charme, zijn vaderlijke bezorgdheid en zijn schijnbare bescheidenheid. Maar intussen heb ik al datgene wat het proces mij zo onvergetelijk duidelijk heeft laten zien, de monsterachtige misdaden en wreedheden, verdrongen. Uiteindelijk is het toch dit alles waardoor Hitler was die hij was.

30 november 1946

Zoals elke dag ook nu twee uur stilte, als de middagrust in een sanatorium, die ik gebruik om verder te schrijven. De gedachte aan de twee gezichten van Hitler en dat ik zo lang het tweede achter het eerste niet zag, laat me nog steeds niet met rust. Pas tegen het einde in de laatste maanden, werd ik het mij opeens bewust en het was kenmerkend dat dit inzicht verbonden was met een esthetische ervaring. Ik ontdekte plotseling hoe lelijk, afstotend, ongeproportioneerd het gezicht van Hitler was. Hoe kwam het dat ik dat zoveel jaren niet gezien had? Raadselachtig! Misschien zag ik veel te weinig hemzelf en was ik als ’t ware dronken van de geweldige opdrachten, de plannen, de jubel, het werk. Pas vandaag herinner ik me dat wij tijdens onze huldigingsreizen door het land telkens weer onder spandoeken doorreden, waarop de antisemitische leuzen werden herhaald van de man, die even tevoren tijdens een idyllische picknick naar de liederen en het accordeonspel van zijn intendant Kannenberg had geluisterd en die ik nooit tot een dergelijke wrede vernietiging in staat had geacht.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: