'Ik hoef geen DNA-test om te bewijzen dat ik de zoon van prins Bernhard ben. Trouwens: de erfenis is verdeeld, ik geloof niet dat er nog iets te rapen valt (lacht)'

, door (ms)

12
Oscar Van den Boogaard 1200
© Carmen De Vos

Heeft hij, vraag ik Oscar van den Boogaard in een hotelbar in Antwerpen, met dat luide schot voor de boeg niet zijn eigen roman weggeblazen? Het gaat nu alleen nog over de kwestie van het vaderschap.

Oscar van den Boogaard «Totaal niet. Ik móést vooraf even iets zeggen, opdat het daarna weer over literatuur kon gaan. Had ik mijn mond niet opengedaan, dan zou toch de vraag komen: waarom duikt prins Bernhard in je roman op? Voor het effect? En dan zou ik toch met de waarheid tevoorschijn moeten komen. Want ik weiger te liegen, dat zou totale zelfondermijning zijn.

»‘Kindsoldaat’ zal zijn weg vinden als roman, dat weet ik zeker. Het is mijn beste boek, ik vraag me zelfs af of de boeken die eraan voorafgingen nog moeten bestaan. Hier zit alles in, mijn voorgeschiedenis, mijn verbeelding, mijn gevoeligheid, mijn literaire ziel. Dit is mijn DNA, dat voel je toch?»

HUMO Als ik goed tel, liep je al vier decennia rond met dat grote geheim.

Van den Boogaard «Ik herinner me deze heel concrete situatie: ik ben een jaar of veertien en ben met mijn moeder op een huisconcert in een kasteel. Ik woonde sinds kort met haar alleen, mijn vader was naar Suriname vertrokken, ze hadden een slecht huwelijk. Ze was nog meer gaan drinken dan voordien, en kwam bijna het huis niet meer uit. Maar op deze uitnodiging was ze ingegaan.

»Ik was onder de indruk toen ik prins Bernhard in levenden lijve zag, want hij was in ons huis een zeer aanwezige figuur. Er waren zijn foto’s, maar ook de verhalen. Van mijn vader, die heel trots was dat hij in de staf van de prins gewerkt had, en van mijn moeder over wat ze aan het hof van koningin Juliana beleefd had. Ze was daar halfweg de jaren 50 geïntroduceerd door een hofdame, de vrouw van de burgemeester van Utrecht, voor wie mijn moeder toen werkte.

»Ik zag hoe de prins mijn moeder begroette, hoe hij recht op haar afliep, haar als een verloren dochter omhelsde. Het was overduidelijk: hier was héél veel aan de hand. Ik zag zijn blik, ik hoorde zijn vragen aan mij: hoe het was met Bernhard de Beer, zijn geboortegeschenk aan mij, en of ik me de reuzenschildpadden uit Suriname nog herinnerde. Blijkbaar had hij mijn leven op afstand gevolgd. En dan fluisterde er nog iemand in mijn oor: ‘Je weet ook niks van jezelf, hè?’ Dat is nogal wat als het je als puber van veertien overkomt.

»Ook mijn moeder was compleet overstuur, en op weg naar huis heeft ze het me verteld: ‘Bernhard is je vader.’ Maar ik moest het wel geheim houden, zei ze meteen, anders zou ik ons gezin kapotmaken.»

HUMO En daar hield je je aan?

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: