'De jacht op mijn verkrachter': hoe Sylvia Veld haar aanrander achter de tralies kreeg

, door (sp)

12
Vrij

'Hij hield me met één hand vast en ik wist meteen wat hij zou doen'

HUMO Op 15 oktober 2016 werd u aangerand door een Somalische asielzoeker. Wat herinnert u zich nog van die avond?

Sylvia Veld «Ik kwam thuis van mijn werk op Schiphol. Ik was moe, maar ik had een paar vriendinnen beloofd nog even naar een kroeg te gaan. Ik heb er een paar wijntjes gedronken en wat gedanst, en even geflirt met een bekende aan de toog. Toen ik echt te moe werd, besloot ik naar huis te gaan. Terwijl ik buiten mijn fietssleutel zocht, hoorde ik vlak bij mijn oor een stem: ‘Wie ben je? Wat ben je aan het doen?’ Naast me stond een zwarte man. Een jonge dertiger, gedrongen van gestalte. Ik schrok, en zei toen dat ik mijn fietssleutel niet vond. Plots haalde hij die uit het voorste zakje van mijn tas, alsof het een goocheltruc was. Hij vroeg waar ik woonde en zei: ‘Spring maar achterop, dan breng ik je snel. Ik moet ook die richting uit.’ Ik was nog steeds overdonderd en in minder dan een seconde maakte ik de grootste fout van mijn leven. Hij pakte mijn fiets en ik stapte achterop. Het enige wat ik wilde, was thuis zijn en kunnen slapen.»

HUMO Wanneer begon u zich zorgen te maken?

Veld «De eerste minuten leek alles oké, maar toen begon hij de verkeerde richting uit te fietsen. Ik riep dat hij de foute kant opging, dat hij rechtsomkeert moest maken. Hij antwoordde kalm dat we naar zíjn huis gingen. Hij zei dat hij uit Somalië kwam, dat hij mij een leuke vrouw vond en dat hij zelf ook een vrouw heeft, maar dat zij in Jemen woont. Hij reed zo snel dat ik niet van de fiets durfde te springen. Ik was ook als versteend door de paniek. En ik geloof dat ik bang was dat hij er met mijn fiets vandoor zou gaan. Heel onwerkelijk allemaal.»

HUMO Op een bepaald moment is hij toch gestopt?

Veld «Toen dacht ik te kunnen ontsnappen. Ik sprong van de fiets en wilde wegrennen, maar opeens gaf hij me een enorme dreun en het licht ging uit. Toen ik bij mijn positieven kwam, lag ik in de bosjes. Hij hield me met één hand vast en ik wist meteen dat hij me zou verkrachten. ‘Niet tegenstribbelen,’ beval hij. Zijn adem rook naar een beerput, ik moest er bijna van kotsen. Met zijn rechterhand hield hij me in een wurggreep. Het ergste was niet de stank, de vernedering of de pijn, wel de verstikking. Ik was ervan overtuigd dat ik zou sterven.»

HUMO Diezelfde nacht nog stond de politie aan uw deur?

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: