Belgische militairen op buitenlandse missie (1): 'De beelden van menselijke resten zijn voor eeuwig op mijn netvlies gebrand'

© Bas Bogaerts

, door (js)

44

'We liepen shifts van 96 uur. Daarna sliepen we een paar dagen om aan de volgende te beginnen. Na zes maanden was ik een wandelend lijk. Nog twee maanden later kreeg ik een herseninfarct'

Wim Vandenbossche: ‘Heel stresserend’

Op 1 februari van dit jaar ging Wim Vandenbossche met pensioen. Na een carrière van bijna dertig jaar bij de zeemacht dwong een herseninfarct hem te stoppen.

Wim Vandenbossche «Ik ben ooit begonnen als marconist bij de koopvaardij. Ik werd verliefd, trouwde, kreeg niet veel later een kind en koos omwille van mijn gezin voor een job aan de wal. Maar dat viel lelijk tegen. Ik kon niet aarden en werd beroepsmilitair bij de marine, want ik wou opnieuw varen. België was te klein. Gelukkig begreep mijn vrouw me, haar vader was ook militair. Als jongeman van 25 jaar had ik het in het begin moeilijk met de discipline. Van de nieuwe rekruten was ik de oudste, de anderen waren minstens vijf jaar jonger. Ze waren nog groen achter hun oren.»

HUMO Wie bij de marine gaat, weet dat hij op missie naar het buitenland gestuurd kan worden.

Vandenbossche «Dat was precies mijn plan. Ik wou mijn tijd niet verkwisten met varen tussen De Panne en Knokke. Ons loon is geen vetpot. Wie aan het eind van de maand nog wat geld wil overhouden, moet op missie. Meteen na mijn opleiding vertrok ik. Als tweede meester-sergeant stond ik helemaal onderaan in de pikorde. We waren met zes afgestudeerden gespecialiseerd in navigatie en communicatie en er waren ook zes plaatsen vrij.

»Ik koos voor de kleine mijnenjager Lobelia. De andere vijf plaatsen waren op fregatten, grote schepen die langere reizen maakten. Als jonge onderofficier mocht je daar enkel de berichtjes van de telex scheuren. Ik studeerde af in december en in januari was ik al weg. Als onderdeel van een NAVO-eskader voeren we zes maanden lang de poolcirkel in Noorwegen af. We waren er aangewezen op onszelf en dat was zalig. Sociale media bestonden gelukkig nog niet.»

HUMO U had een jong gezin. Hoe verliep het contact met het thuisfront?

Vandenbossche «Brieven kwamen nog met de postzak. Als we ergens aanmeerden, moesten we een telefooncel zoeken om naar huis te bellen. In sommige landen hadden telefooncellen een eigen nummer. Ik belde dan eerst naar huis om dat nummer door te geven. Mijn vrouw belde vervolgens naar de operator en zei: ‘Kunt u me verbinden? De ontvanger betaalt.’ Waarna de telefoon in dat kotje begon te rinkelen, en die operator zei: ‘International phone call from Belgium. Gaat u betalen?’ Natuurlijk! Dan hingen we twee uur aan de lijn, en na afloop had die telefooncel een rekening van hier tot in Tokio (lacht).»

HUMO Werd er veel gedronken aan boord?

Vandenbossche «Aan boord van de Lobelia gold de regel: twee blikjes per dag. Maar ik heb op schepen gezeten waar iedereen op elk uur van de dag of nacht een blikje uit de koelkast kon nemen. Na een nacht hard werken zat je dan om zeven uur ’s morgens een pint te drinken. Ik heb ook op schepen gevaren met kantine-uren. Je kon dan ’s middags en ’s avonds gedurende een paar uur een pint krijgen. Op die schepen werd het meest gedronken. De laatste mijnenveger waarop ik meevoer, was de A.F. Dufour. Van twaalf tot één ’s middags kon je daar pinten bestellen. Een harde kern van een man of vijftien gaf dan altijd een rondje. In een uur tijd dronken we vijftien pintjes. Daarna ging de deur van mijn zendkot op slot en sliep ik mijn roes uit. Toen ik overstapte van een schip met kantine-uren naar een schip zonder, viel ik de eerste twee maanden tien kilo af.»

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: