Koppensneller Herman Brusselmans: 'Tropisch warm!'

, door (hb)

Deel

En iedereen maar klagen. O, wat is het heet. O, dit is niet normaal meer. O, ik kan ’s nachts niet slapen. O, mijn onderbroek plakt aan m’n reet. O, de twee kaken van m’n reet plakken aan elkaar. O, ik heb geen zin in seks met die hitte. O, wat heb ik een dorst. O, wat verlang ik naar de wijdse ijsvlakten van Groenland, waar ik helemaal naakt over de kille ondergrond zou schuiven met een sneeuwbal in m’n bek. Dat geklaag over het weer begint me serieus m’n kloten uit te hangen. Is 30 graden of meer dan zo warm? Wat denk je dat ze moeten verduren in de Peloponnesos, waar het momenteel 54 graden in de schaduw is, en ook daar moeten de mensen doorgaan met hun leven, en met hun volgepakte ezeltje naar het volgende dorp trekken, om daar op de markt peulvruchten, zemelen en schrankels te verkopen. Wij in het kapitalistische, democratische Westen zijn niks gewend. Min 3? Hopla, zeven truien, vier jassen en zes mutsen aantrekken. Plus 22? Hopla, vijf keer een koude douche pakken, geen klap meer uitvoeren, en Sabine Hagedoren en Frank Deboosere vervloeken. In de bedrijven wordt het werk stilgelegd, onze soldaten krijgen een week of langer verlof, en Garry Hagger treedt op de Smulpaapfeesten in Erembodegem op, slechts gekleed in een zwembroek, teensletsen, en een parasol op z’n kop bevestigd met ijzerdraad. Zwakkelingen zijn wij. De ondergang van het avondland is al lang in zicht, maar nu begint het wel heel snel te gaan. Over alles hebben de westerlingen te zeiken, niet alleen over het weer, maar ook over seksisme, racisme, te hoge boterprijzen, de al te trage werking van Instagram en Facebook, de lelijke wijven die in Vlaanderen steeds meer opgang maken, de files in de Kennedytunnel, het verkeersplan in Gent, de slechte kwaliteit van het sperma van jonge mannen, de beroerde behandeling van dwergkonijnen, en het kapsel van Maggie De Block. Ik heb ooit ’ns een dwergkonijn gehad, en zo’n beest kun je gerust een schop tegen z’n ballen geven zonder dat Gaia moet worden gebeld. Sterker nog, mijn konijn, Ignaas, vond het fantastisch om schoppen tegen z’n ballen te krijgen, en ook geweldig vond hij dat ik hem in de vaatwasmachine stak om hem er pas twee uur later weder uit te halen. Ignaas was één van de gelukkigste beestjes die ik ooit gekend heb, en let op, ik heb ontelbare beesten gekend, met name vee, kleinvee, gewoon vee, raar vee, ontsnapt vee, en vee met een hoek af. Je kunt de veehandelaarszoon wel uit het vee halen, maar het vee niet uit de veehandelaarszoon, zoals Plato reeds opmerkte. En tja, dat kapsel van Maggie De Block. Kijk, we moeten er ons bij neerleggen, er zijn nu eenmaal goeie coiffeurs en minder goeie coiffeurs. Ik wil dan ook iedereen, Maggie De Block incluis, aanraden om op bezoek te gaan bij coiffeusesalon Xantippe te Brugge. Bij het binnenkomen word je er met een glimlach en een kopje koffie ontvangen, en bij het buitengaan heb je een prachtig gestileerde haardos. Uiteraard ga ik zelf ook naar Xantippe, dat kun je zien aan de schitterende tooi die ik op m’n magnifieke kop tors, en vele mensen vragen aan mij: ‘Hoe komt het toch, Herman, dat jij op jouw leeftijd nog zo’n mooi haar hebt?’ En dan zeg ik: ‘Slechts één adres: coiffeusesalon Xantippe te Brugge.’ Maar goed, wat ik naar aanleiding van dat geklaag over het weer wilde zeggen, is dat onze maatschappij naar de vaantjes gaat. Er zijn 120.000 oningevulde vacatures, meer dan 300.000 werklozen, en niemand geraakt aan een baan. Dat moet je mij ’ns uitleggen. Hoe komt het volgens mij? Omdat die 300.000 werklozen te lam en te lui zijn om een serieuze sollicitatiebrief te schrijven, en omdat de afstand van hun huis naar de postbus waarin die brief gedeponeerd moet worden, veel te lang is (gemiddeld vijfenzeventig meter). En per mail solliciteren, daaraan hebben ze helemaal een broertje dood, want e-mail is een verouderd systeem en praktisch niemand wil het nog gebruiken. Persoonlijk heb ik nooit wat te klagen. Ik heb werk, ik ben verliefd, ik ben gezond (behalve een vreemd gezwel in m’n endeldarm), ik trek me van niks iets aan, ik maak me nergens druk om, ik ga niet op reis, ik ben een antiseksist, een antiracist, en een antikolonialist, ik eet alle dagen friet met stoverij, gisteren heb ik op de Vrijdagmarkt in m’n broek gescheten, m’n hond zit op dit moment in de diepvriezer, en vooral: ik vind tropische warmte een waar feest, en pas als het 72 graden is, zal ik beginnen te zeiken.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: