In onze reeks 'senioren met pit': Patti Smith

, door (chrissy illey)

57

'Ik heb Donald Trump ontmoet toen we allebei 30 waren. Ik vond hem toen maar niets, en nu nog minder'

In een New Yorks café zit Patti Smith op me te wachten in een rood flanellen hemd en een T-shirt van de Electric Lady Studios, de plek waar ze in 1975 haar debuut ‘Horses’ opnam. Omdat het café te luidruchtig is, besluiten we al snel te verhuizen naar diezelfde studio’s. We hadden naar haar huis kunnen gaan, legt Smith uit, maar haar dochter Jesse runt een vereniging die strijdt tegen de klimaatverandering en die is nu volop aan het vergaderen in haar woonkamer. Aangekomen in Electric Lady neemt de zangeres me eerst mee naar de ruimte waar ‘Horses’ ingeblikt is, en van daar naar een rustig plekje met een fluwelen zetel en een dik tapijt.

Toen ik nog op school zat, gaf een vriend me een exemplaar van ‘Horses’, met de woorden: ‘Hier ga je dol op zijn. Het is alsof Sylvia Plath zingt, maar dan veel cooler.’ En dat klopte. Op de cover, gemaakt door fotograaf Robert Mapplethorpe, Smiths kamergenoot en geliefde in de jaren 70, stond een stijlvol, androgyn wezen in een wit hemd, met een das en een jongensblazer over haar schouder gegooid. Een krachtig beeld, van een vrouw die nooit de ambitie had gehad om rock-’n-rollzangeres te worden: Smith was naar New York gegaan om naam te maken als dichteres. Ze vond het in 1980 dus geen groot offer om de muziek en het toeren op te geven voor een huiselijker leven als de vrouw van Fred ‘Sonic’ Smith, gitarist van MC5, met wie ze in een buitenwijk van Detroit zou gaan wonen en twee kinderen zou krijgen. Pas toen Fred in 1994 op zijn 46ste stierf, begon Smith weer op te treden en te touren.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: