Extreem gamen: ex-verslaafde Michiel Smit (ruim 20.000 uur speeltijd) benoemt de problemen

, door (ja)

Deel
xl

'Ik was een sociale schim. Ik stortte bijna dagelijks in. Ik heb de rand van het ravijn gezien'

Michiel Smit «Ik heb mijn eerste spelcomputer, een Game Boy, gekregen toen ik 5 jaar was. Het was een spelletje, zoals ik ook voetbalde, skateboardde of op mijn gitaar tokkelde. Ik speelde ‘Mario’ met mijn vriendjes. En ik was er best goed in: ik won regelmatig.

»Op mijn 12de liep het mis. Op de middelbare school werd ik gepest. Mijn aandacht verslapte en mijn leraren wilden me laten overzitten. Mijn ouders hadden niet door wat er aan de hand was. Ik voelde me totaal verloren, en ik keerde naar binnen: ik sloot me op in mijn computerkamertje.»

HUMO ‘Games waren mijn infuus van eigenwaarde,’ schrijf je.

Smit «De strijd in games zoals ‘World of Warcraft’ sloot aan bij mijn persoonlijke gevoeligheid: de virtuele wereld maakte mijn strijd zichtbaar. In games kon ik die zelfs winnen. Ik merkte dat mijn handen bovenmenselijk snel gingen bewegen: ik werd een upgrade van mezelf.

»Ik was zo nauwkeurig, zo snel. In een fractie van een seconde besliste ik over leven of dood. Gamen is binair: leven of dood, winnen of verliezen. Het was erg helder, niet zo ambigu als het leven buiten mijn computerkamertje. Ik versloeg anderen, ik kwam hogerop, ik werd gevraagd voor clans: ik werd nummer één. Maar hoe beter ik in gamen werd, hoe meer ik van mezelf eiste dat ik ook de beste was in andere dingen. En dat viel lelijk tegen. Het gevolg was dat ik me nog meer uit de wereld terugtrok. Ik werd een sociale schim.»

HUMO Nog een citaat: ‘Ik genoot niet van mezelf in de echte wereld, ik genoot van mezelf in-game. Mijn bizar hoge handelingssnelheid, mijn accuratesse, drie headshots met drie kogels: het bracht me in een overwinningsroes zoals niets anders dat deed.’

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: