Juul (8) wil graag een meisje zijn: 'Het maakt me niet uit dat ze lachen, ik wil gewoon een jurkje aandoen'

© ROGIER VAN T SLOT

, door (parool)

183

'Kim, Juuls moeder: 'Ik heb van alles wat. Kinderen met groene, blauwe en bruine ogen. Een jongen, een meisje en een jongenmeisje.''

Juul is 8 en woont in Amsterdam. Hij heeft blauwe bontlaarzen aan, een witte maillot met zwarte ruitjes en daarover zijn blauwe jurktrui. Het voelt fijn, meisjesachtig. Net als zijn lange haren, die tot over zijn schouders komen. Hij wil ze net zo lang als zijn zus Puk (10), tot halverwege zijn rug, maar dat duurt nog wel even. Zeker nadat er vorige zomer een stuk is uitgeknipt. Dat heeft hem veel verdriet gedaan. Misschien vertelt hij er straks nog wat over, maar het is geen leuk verhaal. Je kunt het nog steeds zien. Die korte plukken boven op zijn hoofd. Als hij zijn haar wil vlechten, schieten de korte stukjes los en denkt hij weer aan hoe het gebeurd is. Elke dag gaat hij voor de spiegel staan en haalt hij zijn vingers door zijn lange haren. Hij duwt ze de hoogte in, zodat ze door de lucht waaien.

‘Ik heb van alles wat,’ zegt zijn moeder Kim. ‘Kinderen met groene, blauwe en bruine ogen. Een jongen, een meisje en een jongenmeisje.’

Dat hoort Juul graag. Als ze hem ernaar vragen, vertelt Juul dat hij een jongetje is, maar een meisje wil zijn. Eigenlijk klopt dat al een tijdje niet meer, want in zijn hart ís hij al een meisje. Met een piemel. Dat kan. Vraag maar aan zijn vader en moeder. Hij mag zijn wie hij wil zijn, zeggen ze hem steeds. Als hij morgen weer gewoon een jongen wil zijn, is dat ook goed.

Toen Juul de kleuterklas had afgerond, ging hij op vakantie met zijn mama Kim en haar vriend Marc, naar zijn grootouders in Zuid-Frankrijk. Onderweg zei Juul dat hij het zo jammer vond dat hij geen meisje was. Kim zei dat hij al vaak prinsessenjurken droeg en met een sluier in zijn haar speelde, zodat het leek alsof hij lang haar had. Wat wilde Juul dan nog meer? ‘Ik wil graag écht een meisje zijn,’ zei hij.

Het was de eerste keer dat hij er zo duidelijk over was, herinnert Kim zich. Als peuter had hij eens gezegd dat hij graag de zee in wilde. Daar zwommen meisjes en misschien zou er één een toefje haar kwijtraken, dat dan aan hem zou blijven plakken. Kim zag het als een rijke fantasie. Hoe serieus moest ze de woorden van een 3-jarig kind nemen?

Juuls oma was niet verrast. Ze wist niet beter dan dat Juul in jurkjes door de tuin rende. Als hij op de kermis bij het eendjes vissen een prijs mocht kiezen en de kermisman hem richting de pistolen dirigeerde, zei oma: ‘Daar houdt hij niet zo van. Hij moet in de meisjeshoek zijn.’

Kim belde Maurits, Juuls vader en vertelde wat zijn zoontje had gezegd. Misschien moesten ze maar eens naar een genderkliniek. Even later zaten ze met hun 6-jarige zoontje in de wachtkamer. Omringd door ouders met tieners, die midden in het proces van een geslachtsverandering zaten. Jongens met beginnende baardgroei in meisjeskleren. Het was fijn dat zij er in elk geval vroeg bij waren, dacht Kim. Misschien waren ze over een paar jaar wel vaste bezoekers. Wat mooi, dat dat allemaal kon.

De meeste kinderen zagen er niet ongelukkig uit, dacht Maurits. De psychiater richtte zich tot Juul. Dat gaf Maurits een goed gevoel. Dat Juul mocht kiezen. Die vertelde dat hij graag een meisje wilde zijn, maar dat hij zijn piemel wel wilde houden. Dat laatste was belangrijk, zei de psychiater. Juul was dan wel genderdysfoor – hij wilde liever een meisje dan een jongen zijn – maar zijn ongenoegen was niet problematisch. Soms zag de psychiater kinderen die een grondige hekel hadden aan hun eigen geslachtsdeel. Hij legde uit dat er nog tal van schakeringen zijn tussen 100 procent man-zijn en 100 procent vrouw-zijn. Daartussen had je mannen en vrouwen in alle soorten en maten.

De psychiater vond het fijn om Juuls verhaal te horen. Veel vaker botste hij op negatieve verhalen. Op starre ouders die tegen hun weifelende zoon zeiden: ‘Je wilde een meisje worden en nu moet je dat ook blijven.’

Juul was best gelukkig met zijn piemel. Hij vertelde Kim hoe heerlijk het was om ermee te frunniken. Die zomer op de camping legde Juul voor de zoveelste keer aan een kind uit dat hij een jongetje was, maar eigenlijk een meisje wilde zijn. ‘De vriend van mijn ouders wilde dat ook,’ zei het kind. ‘Die is nu een vrouw. Zijn piemel hebben ze afgesneden.’ Daar was Juul ’s nachts vaak wakker van geworden. ‘Mama, mijn piemel hoeft er toch niet af?’ – ‘Niemand komt aan je piemel,’ stelde ze hem gerust.

Een transje meer

De laatste weken van de zomervakantie waren Juul en zijn grote zus Puk bij hun papa, Maurits. In het nieuwe schooljaar wilde Juul meisjeskleren aan. Ze waren meteen kleren gaan kopen. Geen prinsessenjurken, maar echte meisjeskleren. Maurits’ moeder zou meegaan. Eerder had ze weleens gemopperd over al die jurken. ‘Waarom laat je hem er toch steeds in rondlopen? Straks wordt hij nog een homo.’ Maar ook zij draaide bij. Ze hield van Juul en het maakte niet uit hoe of wat hij was. In de kledingwinkel wist Juul precies welke rokjes en maillots hij wilde. In zijn meisjeskleren was hij volmaakt gelukkig de winkel uit gehuppeld.

‘Juul draagt vanaf nu meisjeskleren,’ zei Maurits als ze bij vrienden op bezoek gingen. Ze zijn open-minded, sommigen van hen zijn homo of travestiet. Een transje meer of minder maakte niet uit.

Het laatste weekend hadden Maurits en Juul op bed gelegen.

Maurits «Heb je er al over nagedacht wat je maandagochtend wil aandoen?»

Juul «Die glittermaillot en het kanten rokje.»

Maurits «Denk je dat het verstandig is, op de eerste schooldag?»

Juul «Ja! Het wordt kicken.»

Maurits vroeg of Juul zich herinnerde hoe twee oudere meisjes uit de knutselclub op de camping hem hadden uitgelachen met zijn meisjesjurk. ‘Daarna wilde je niet meer naar de knutselclub.’

Juul «Daar vond ik toch niets meer aan.»

Maurits «Als kinderen je gaan uitlachen, kun je dinsdag niet zeggen dat je niet meer naar school wilt.»

Misschien moest hij iets aandoen wat de kinderen minder zou verrassen, zodat ze er langzaam aan konden wennen. Dat vond Juul een goed idee. Hij had nog nooit bedacht dat het leven als meisje weleens niet leuk kon zijn. Die maandag was hij in een witte broek en een roze shirtje naar school gegaan.

Na een paar weken zei Juul: ‘Weet je, papa, ook al gaan ze lachen, het maakt me niet uit. Ik wil gewoon meisjeskleren aan.’

Maurits keek naar dat kleine jochie. Amper 6 jaar oud, en dat wist al zo goed wat het wilde. Het was goed. Hij was er klaar voor.

Pornoster

'Als ik niet naar een feestje mag met de kleren die ik wil, dan blijf ik liever thuis, mét mijn jurk aan'

Zoals bij meer gescheiden ouders verliep de opvoeding van Kim en Maurits niet altijd synchroon. In de tijd dat Maurits voor Juul nog Spidermanpakjes kocht, liep Juul bij Kim en Marc al in prinsessenjurken. Later bedacht Kim dat het beter was om Juul in jongensachtige meisjeskleren naar school te laten gaan. De psychiater had geadviseerd om alle tijd te nemen voor Juuls overgang van jongen naar meisje. Op een ochtend kwam Juul de trap af in een gouden glitterjurkje en roze cowboylaarzen. ‘Dat kun je niet aandoen,’ zei Marc. Hij vond dat Juul eruitzag als een Japanse pornoster. Kim wilde dat hij de kleren aantrok die ze de avond ervoor hadden klaargelegd.

Juul «Van papa mag ik wel zulke kleren aandoen!»

Kim «Van mij niet. Ik wil je niet pesten, maar beschermen.»

Juul «Ik mag van jou wel een meisje zijn, maar ik moet altijd een stoer meisje zijn!»

Kim «Ik wil niet dat je uitgelachen wordt door klasgenootjes.»

Juul zag zijn moeder kijken naar zijn gouden jurkje, dat nu op bed lag. Hij zag de woede in haar ogen, alsof ze het jurkje in tweeën wilde scheuren. ‘Nee, niet doen!’ Hij dook erbovenop om het te beschermen.

Kim «Ik wil voorkomen dat kinderen je niet uitnodigen voor feestjes, omdat je in een gouden jurkje rondloopt.»

Juul «Als ik niet naar een feestje mag met de kleren die ik wil, dan blijf ik liever thuis, mét mijn jurk aan.»

Uiteindelijk had ze Juul in zijn effen jurk met broek gewurmd en de trap af gekregen. Zonder omkijken was Juul naar de auto gelopen.

Kim «Kom op, Juul, even een knuffel. Zo kun je niet weggaan.»

Juul «Van jou hoef ik geen knuffel.»

Toen ze wegreden, overviel Kim een ongemakkelijk gevoel. Alsof alles wat ze in dat kwartier had gezegd en gedaan, verkeerd was geweest. Ze belde Maurits en vertelde wat er was gebeurd. Hij zei dat hij eens met Juul zou praten.

Die middag om vier uur ging de telefoon. ‘Met Juul. Heb je nog nagedacht?’ Ja, zei ze. In het vervolg mocht hij helemaal zelf kiezen welke kleren hij aantrok.

Juul «Dat komt goed uit, want donderdag komt de schoolfotograaf en dan wil ik mijn glitterjurkje en mijn roze laarzen aan.»

Appelflap

Juul en zijn vriend Paul (9) kennen de schoolfoto’s goed. Paul weet nog hoe Juul als kleuter als een jongen op de foto ging. Hij trekt een stoer gezicht, zoals Juul keek op die foto.

Op het eind van dat schooljaar had Juul aan de klas verteld dat hij een meisje wilde zijn. Wat is hier aan de hand, had Paul eerst gedacht, maar na een tijdje vond hij het niet meer raar. Juul mag van hem zijn wie hij wil. Het is zijn vriend. Dat is het belangrijkste. Als je samen speelt, zeg je niet: ‘Hé, jongen’ of ‘Hé, meisje’, maar gewoon Juul.

In het begin kwamen veel kinderen naar Juul toe. ‘Ben je nu een jongen of een meisje?’ Dan legde Juul het rustig uit. Soms kwamen er wel tien op één dag. ‘Stop,’ zei hij dan en hij liep weg. Als de volgende dag kinderen er weer naar vroegen, vertelde hij het opnieuw.

‘Ha, een jongen in een jurk!’ riepen twee oudere meisjes, toen hij het schoolplein op kwam. ‘Daar hoef je helemaal niet om te lachen, want dat is Juul en die houdt gewoon van jurken,’ riepen zijn klasgenoten toen. Als ze buiten het hek spelen, staan er weleens kinderen van de middelbare school. Die zeggen tegen Juul dat hij er gek uitziet. Meestal is Fee erbij en die kan heel goed iets terugzeggen tegen grote kinderen. Zoals: ‘Zijn jullie soms niet goed in jullie hoofd?’

Als Juul moet plassen, gaat hij op de meisjes-wc. Dat is handig, want die is dichterbij. Als het daar druk is, gaat hij bij de jongens. Soms vraagt Juul zijn zus Puk om een tuttig meisje na te doen. Dan kijkt hij heel goed naar wat voor gezicht ze trekt en wat ze met haar handen doet.

‘Moet ik je zoon of dochter noemen, hij of zij?’ vraagt Maurits weleens. Dan zegt Juul dat het hem niets uitmaakt. ‘Al noem je me appelflap.’ Hij is gewoon Juul. Een jongenmeisje. Met een piemel. Die is fijn en handig. Zoals laatst toen ze met de klas naar een speeltuin waren gegaan. Valentina moest heel dringend plassen, maar de kantine was dicht. Daarom moest de juf haar vasthouden, zodat ze achterover kon hangen en plassen, zonder dat het in haar broek liep. Zelf kan hij gewoon tegen een boom.

Flessen rosé

Paul weet hoe Juul aan die korte pluk op zijn hoofd komt, maar hij houdt zijn lippen op elkaar. Juul wil het wel vertellen. Het was een ongeluk, of eigenlijk niet. Ze waren met vier gezinnen en tien kinderen bij oma en opa in Frankrijk. Juul en zijn halfbroertje Sam speelden kappertje, en toen had hij Sam kaalgeknipt. Even later hoorde hij Marc, Sams vader, roepen en tieren. Wie had het in zijn hoofd gehaald om Sam helemaal kaal te knippen?

‘Moet ik het eens bij jou doen?’ riep Marc. Iedereen moest lachen. Marc durfde eerst niet, maar deed het plots toch. Tsjak. Een hele grote hap, boven op Juuls hoofd. Daarna begonnen de moeders te roepen. Of Marc helemaal gek was geworden. Een tante, die de was ophing, begon hem met een onderbroek te slaan. De kinderen begonnen te huilen. Eerst had Marc nog geroepen dat Juul maar niet zo stom had moeten zijn om de haren van zijn kleine broertje te millimeteren. De moeders schreeuwden dat hij verdorie een volwassen man van 50 was. Het had lang geduurd voor iedereen was gekalmeerd, maar toen kwam Marc naar Juul. Hij zei dat opa en oma al vroeg in de middag flessen rosé op tafel hadden gezet, en dat als grote mensen rosé dronken, ze soms de hersenen van een kind kregen. Het speet hem enorm, zei Marc. Juul wist wel dat hij van hem mocht zijn wie hij wilde. Die lange haren vond hij ook heel mooi. Marc vroeg of Juul hem wilde vergeven. Juul knikte instemmend, maar de volgende dag was hij nog wel een beetje bang voor Marc en bleef hij uit zijn buurt.

Een half jaar later kan Kim er nog steeds niet aan uit. De haren afknippen van je zoontje die een meisje wil zijn. Die vakantie had ze een week lang ergens anders geslapen, zo boos was ze op Marc.

Op de kale plek op Juuls hoofd moest ze elke keer een haarstukje invlechten. Zonder durfde Juul niet naar buiten. Toen ze op een avond met zijn allen waren gaan dansen, was Juul plots zijn haarstukje kwijt. Helemaal in paniek, met de handen voor zijn kale plek, had hij naar zijn haarstukje gezocht.

Bij de luizencontrole mocht alleen zijn mama hem controleren.

Hormoonkuur

Op school en in zijn Amsterdamse buurt de Jordaan kennen ze Juul goed. Hij is het jongetje dat graag in meisjeskleren loopt. Dat is nog niet het geval in de buitenwijk waar Kim en Marc nu wonen. Als hij daar met een vriendin op pad gaat om ruzie te zoeken met kinderen uit de buurt, denken jongens dat ze het tegen twee meisjes opnemen. Stomme trutten.

Juul heeft geluk dat hij bij Marc en haar woont, vindt Kim. Zelf doen ze niets volgens de regels. Maurits is al even vrijdenkend. Soms lijkt het wel of Juul zijn ouders heeft uitgekozen. Ook op zijn school gaan ze er relaxed mee om. ‘Hé Juul, je ziet er vandaag weer prachtig uit,’ roept een vader geregeld. Juul als voorbeeld voor de eigen tolerantie.

Soms zegt zijn mama hem dat hij ontzettend veel geluk heeft dat hij hier woont. Dat er landen zijn waar jongens die een meisje willen zijn, worden opgehangen. Het is misschien hard, maar ze wil hem een beetje van die roze wolk halen. Nu is hij nog schattig, maar over een paar jaar, op de middelbare school, zal het heel anders worden. ‘Doe jij eens even normaal,’ zeggen ze daar.

Maurits wil dat Juul zoveel mogelijk z’n mannetje kan staan. Hij is begonnen met hem kungfu-les te geven, voor als hij een keer de verkeerde jongens tegenkomt. Misschien dat ze tegen die tijd geregeld in de wachtruimte van de genderkliniek zitten voor een hormoonkuur, om baardgroei en basstem zo lang mogelijk uit te stellen. Dat is gelukkig nog ver weg.

‘Het is een fase, dat gaat vanzelf over, hoor,’ zeggen oude vrouwtjes tegen Kim. Misschien verandert Juul van gedachten en heeft hij op zijn 18de schoon genoeg van dat vermoeiende gedoe een meisje te willen zijn. En besluit hij gewoon een jongen te blijven. Alles is open. Juul mag beslissen.

Papa nummer twee

Kim houdt geregeld een openhaardgesprek met de kinderen. Puk en Juul zijn kinderen van gescheiden ouders, die geregeld van hot naar her worden gesleept. Ze wil weten wat er in hun kopjes omgaat. Ze moedigt de kinderen aan om hun hart te luchten. Laatst zei Sam, de jongste van het stel, dat hij het zo fijn vond dat mama bij Maurits was weggegaan en bij Marc was gekomen. Anders was hij er niet geweest. ‘Dus jij vindt het fijn dat mijn ouders uit elkaar zijn?’ riep Puk. ‘Weet jij wel hoe het is om een kind van gescheiden ouders te zijn?’ Puk en Juul waren in tranen uitgebarsten en Sam was van schaamte onder de tafel gekropen. Daar was Kim wel van geschrokken. Ze wist niet dat die scheiding nog zo’n groot ding was. Maurits en zij gingen uit elkaar toen de kinderen klein waren. Van de scheiding hadden ze niets meegekregen.

Puk vindt die openhaardgesprekken opluchtend, zegt ze. Ze kan over haar moeilijke geheimen vertellen. Ze zou wel willen weten hoe het vroeger was, toen haar vader en moeder nog samen waren. Tijdens het laatste gesprek had ze gezegd dat ze het zo knap vond dat Juul zich nooit schaamde. Het is wel vervelend dat Juul geleende rokjes nooit wil teruggeven. En hij kan gillen als een keukenmeid.

Soms neemt Juul zijn broertje Sam flink te grazen. Hem tackelen als hij voorbijloopt. Kim zegt dan dat dat niet erg meisjesachtig is. ‘Je bent gewoon een jongen, hoor,’ roept Sam als hij het zat is.

Voor Maurits is de scheiding een donkere periode geweest. Puk was toen 1,5 jaar. De verbouwing van hun huis in de Jordaan had veel energie gekost. Hij had een burn-out gekregen, nadat hij de interieurwinkel van zijn vader had overgenomen. En Kim was verliefd geworden op Marc, haar oude buurman. Een week na de geboorte van Juul zijn ze uit elkaar gegaan. Voor Maurits voelde het alsof hij op de grond lag en er daarna iemand met een vrachtwagen over hem heen was gereden. Het was de pijn van de verbroken relatie, maar meer nog de pijn van het niet bij zijn pasgeboren zoontje kunnen zijn.

Kort daarna hadden ze een co-ouderschap afgesproken en kwamen Puk en Juul de helft van de tijd bij hem wonen, maar de pijn had Maurits nog lang met zich meegedragen. Uiteindelijk kwam hij met Kim in het reine en spraken ze elkaar veel over de kinderen. Met Marc was het moeilijker. Hij herinnert zich hoe hij met Puk op de bank zat en ze vertelde over iets wat ze met papa had gedaan. ‘Welke papa? Ik ben toch papa?’

Hij reageerde heftig en zei dat hij niet wilde dat ze Marc papa noemde. Toen zijn boosheid was weggeëbd, legde hij aan Puk uit dat het hem verdriet deed. Maar Puk mocht het zelf bepalen, zei hij. Ze dacht er even over na en zei dat ze Marc graag papa wilde blijven noemen.

Later, toen hij de kinderen terugbracht, was hij er tegen Kim en Marc over begonnen. Die zeiden dat het voor de kinderen natuurlijk voelde om ook papa tegen hem te zeggen. ‘Het doet me gewoon pijn als mijn eigen kinderen mij vertellen over hun papa, terwijl ik dat ben.’ Toen zei Marc dat hij Maurits’ pijn kon voelen. Ze waren opgestaan en hadden elkaar omhelsd. Altijd hadden Marc en hij tegenover elkaar gezeten, alsof ze liever hadden dat er een tafel tussen hen in stond. Vanaf die dag waren ze naast elkaar gaan zitten.

Onlangs, tijdens een oudercontact, was Marc binnengekomen. ‘En hier is papa nummer twee,’ had hij gezegd, terwijl hij twee vingers de lucht in stak. Wat doet die gek, dacht Kim. Waarom had hij dit niet even overlegd, zodat ze het met Maurits kon bespreken? Maar voor Maurits voelde het oké. Marc was ook de vader van Juul. Met zijn drieën zouden ze hem opvoeden. Dat lieve bijzondere mannetje.

Zelf kiezen

Vanmorgen wilde Juul een knot van zijn haar maken. ‘Kijk maar, zo.’ Hij rolt zijn haren in een bol en drukt die op zijn hoofd. Maar het kriebelt te erg. Het is niet makkelijk om een meisje te zijn. In hun onderbroeken zit maar een klein driehoekje stof, waar hij zijn piemel in moet proppen. Hij heeft Maurits gevraagd of hij weer jongensonderbroeken voor hem wil kopen.

Je hebt jongens en je hebt meisjes. Hij zit er een beetje tussenin. Hij is anders, maar dat is fijn.

'Juul: 'Ik trek het me niet aan wat anderen zeggen. Want als ik mezelf niet was, zou ik nog steeds een jongen zijn.''

Hij zou graag een keer een jongen willen ontmoeten die net als hij is. Hem over zijn leven vertellen. Over school, dat de kinderen uit zijn klas het niet erg vinden dat hij een jongenmeisje is. Soms is hij bang dat ze hem zullen pesten, maar dat is gelukkig nog niet gebeurd. Onlangs moesten ze voor een opdracht bedenken wat ze goed vonden aan zichzelf. Juul wist niet wat hij moest opschrijven. De juf zei toen dat ze het zo knap vond dat hij zich niets van anderen aantrok en gewoon zichzelf was. Dat heeft hij toen maar opgeschreven. ‘Want als ik mezelf niet was, zou ik nog steeds een jongen zijn.’

Wat hij later zal worden, weet hij niet. Misschien een mevrouw, want hij krijgt liever geen haar op zijn wangen, zoals zijn vaders. Een mevrouw met een piemel. Hij zal in ieder geval wel gelukkig worden, denkt hij, omdat hij zelf mag kiezen wie hij zal zijn.

Nu moet hij naar de wc. Eerst probeert hij bij de meisjes, maar als die bezet is, gaat hij net zo makkelijk bij de jongens. Hij is gewoon Juul, een jongenmeisje.

Humo 4066/32 van 7 augustus 2018

Dit artikel verscheen in:

HUMO van dinsdag 7 augustus 2018

Lees alle reportages

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: