Dossier Ontrouw: Humo sprak met de minnaar van uw vrouw

, door (ann-marie cordia) en (martin coenen)

7

Meer ontrouw »

'Ik help gewoon graag vrouwen in nood'

WILLIAM «Ik ben heel jong getrouwd, op mijn negentiende. Ik studeerde aan de universiteit en kreeg verkering met een meisje dat een jaar ouder was. Ze kwam uit een degelijke katholieke familie en wilde maagd blijven tot haar huwelijk. Ik vond dat ouderwets, maar ik respecteerde haar keuze.

»Na anderhalf jaar zijn we dan toch met elkaar naar bed gegaan, en het was meteen raak: mijn lief was zwanger. Het was in de jaren 70, en iedereen had medelijden met ons: ‘Ocharme, die dutskes moeten trouwen.’ Ik dacht: ik zal ze eens een poepje laten ruiken. We hebben allebei onze studie afgemaakt en alles zelf betaald. Geld of medelijden hoefden we niet, en we waren dolblij met ons kindje.

»Nadat ik was afgestudeerd, heb ik snel carrière gemaakt bij verschillende grote bedrijven. Daarna ben ik voor mezelf begonnen. Ik heb hard gewerkt en ik heb geluk gehad: financieel doe ik het goed.

»Ons huwelijk is twintig jaar lang een fijne kameraadschap geweest, en we hebben samen twee kinderen grootgebracht. Tot mijn vrouw een lesbische collega kreeg die smoorverliefd op haar werd. Uiteindelijk is zij niet de ware Jacoba geworden, maar via haar heeft ze wel haar latere vriendin leren kennen. Ze heeft zich ook geout tegenover haar familie, en die hebben dat - katholiek of niet - snel aanvaard.

»Sommigen gaven mij de schuld: ouderwetse mensen die vonden dat een ‘echte man’ er wel voor zórgt dat zijn vrouw niet lesbisch wordt. Mijn moeder heeft het er nog altijd moeilijk mee. In haar tijd, zegt ze, hadden vrouwen ook wel ‘vriendinnetjes’. Maar daar zette je je huwelijk niet voor op het spel.»

De tennisspeelster

WILLIAM «Mijn vrouw en ik hadden een fantastisch seksleven, alleen: 'de daad' heeft ze nooit leuk gevonden. We vrijden meestal zonder penetratie - zoals lesbiennes het doen, veronderstel ik. Ik hield van haar, dus ik accepteerde dat. Seks was ook niet het belangrijkste is in onze relatie - anders blijf je geen twintig jaar getrouwd met een lesbienne (lacht) - maar ik was verliefd op haar, en dus zág ik niet wat er aan de hand was. Ik vind nog altijd dat je blind moet mogen zijn in een relatie.

»Op mijn vierentwintigste moest ik voor de eerste keer op zakenreis, naar L.A. Op het vliegtuig raakte ik aan de praat met een voormalige tennisspeelster, een Amerikaanse van halverwege de dertig; ze was naar Wimbledon geweest en vloog terug naar huis. Toen ze me vroeg of ze haar hoofd op mijn schouder mocht leggen om wat te slapen, vond ik dat oké. Na de landing wachtte ze tot ik voorbij immigration was: zo konden we samen een taxi nemen naar de stad. Onderweg nodigde ze me uit die avond bij haar te komen eten. Ze bleek in een grote villa met zwembad te wonen. Mijn hotel heb ik niet gezien: ik heb drie dagen bij haar gelogeerd.

»Het was de eerste keer dat ik met een vrouw vrijde en dat we allebei klaarkwamen. Dat was nieuw voor mij: dat een vrouw daarvan genoot en het ook duidelijk liet merken. Heerlijk vond ik dat, een echte wow-ervaring. Ik voelde me zondig, maar tegelijk heeft die vrouw mijn twijfels weggenomen - ik worstelde met de vraag of ik als minnaar wel voldeed. Nadien ben ik nooit meer vreemdgegaan.

»Ik had toen al moeten beseffen dat er iets fout zat in mijn huwelijk, maar ik had een logische verklaring, dacht ik: niet mijn echtgenote was anders, maar die Amerikaanse. Nu, zoveel jaar en zoveel vrouwen later, weet ik wel beter (lacht). Ik had toen ook nog niet zoveel ervaring. Als tiener had ik een paar keer gevrijd met leeftijdgenotes, maar dat was vooral geklungel.

»Nadat mijn vrouw me verteld had dat ze lesbisch was, zijn we nog anderhalve maand samen gebleven; toen is ze verhuisd. We hebben nog samen de meubels uitgekozen voor haar nieuwe woning. Op dat moment voelde ik geen verdriet, maar vooral opluchting: opeens werd duidelijk wat ik al die jaren niet had kunnen benoemen - ik vond het ontbrekende stukje van de puzzel, zeg maar.»

Op de markt

WILLIAM «Het viel me op hoeveel vrouwen plots geïnteresseerd waren toen ik weer ‘op de markt’ kwam. Zelfs onze poetsvrouw: als ik zat te ontbijten, stofte ze een uur lang de eetkamer af om toch maar met mij te kunnen babbelen (lacht).

»Vrij snel na de scheiding ben ik een relatie begonnen met een medewerkster in het bedrijf. Toen ze haar contract was komen ondertekenen, een paar jaar eerder, had ze haar man meegebracht, een dominante kerel die vond dat hij daarbij moest zijn. Dat vond ik raar, dus stuurde ik hem naar een andere kamer: ‘Of komt uw vrouw ook mee als u een nieuwe job hebt?’ Dat was de eerste keer dat iemand haar man had tegengesproken, heeft ze me later verteld. Blijkbaar vond ze me sindsdien wel aantrekkelijk.

»Enkele jaren later moesten we samen naar Brugge voor een opdracht. Na afloop gingen we iets drinken. Ik wist niet dat zij nooit alcohol dronk, en na één glaasje wijn werd ze heel vrolijk - en na drie glazen werd ze ont-zet-tend vrolijk. Toen we vertrokken, waren we nog geen vier stappen ver of ze gaf me een zoen. Een paar uur later lagen we in een hotelbed. Dat had ze altijd al gewild, zei ze; het was de eerste keer dat ze vreemdging.

»Bij het uitchecken moest ik blozen: uiteraard wist de man aan de balie waarom we al na een paar uur vertrokken. Ik maakte een grapje: ‘Vinden jullie dat niet ambetant, mensen zoals wij?’ Hij antwoordde heel professioneel: ‘Wij kennen ons vak, meneer.’

»De keren daarna zijn we naar échte rendez-voushotels geweest. Daar kwamen we helemaal niemand tegen: je betaalde met een betaalkaart of met biljetten aan een automaat, en de computer gaf je de code van de kamer. Je hoefde ook niet voor een hele nacht te betalen. Maar het was leuk om het eens gezien te hebben, en de kamers waren proper. We hadden ook naar mij thuis kunnen gaan, maar ik wist toen al dat die relatie niet zou blijven duren, en ik wilde er mijn kinderen niet mee confronteren. Wat zij vertelde tegen haar man, weet ik niet: dat vond ik haar zaak.

»We hebben ongeveer een halfjaar een relatie gehad. Ze is gescheiden van haar man - ze dacht dat we een koppel zouden worden. Maar dat wilde ik niet. Ik was verlekkerd op haar, niet verliefd.»

De schuinsmarcheerder

WILLIAM «Nu ik weer vrijgezel was, ging ik vaker naar mijn oude stamkroegen. Daar leerde ik een heel boeiende vrouw kennen. Zij en haar man waren een ‘progressief' koppel. Hij vond monogamie onnatuurlijk: hij zag haar het liefste van heel de wereld, maar hij bleef ook andere vrouwen graag zien. Eigenlijk was hij vooral een schuinsmarcheerder: hij had altijd minstens één vaste vriendin, en daarnaast nog een boel losse scharrels. Hij was daar wel eerlijk over, hij nam die vrouwen zelfs mee naar huis. En zij was zo open van geest dat ze weleens meedeed, om hem een plezier te doen.

»Ze was erg aantrekkelijk, dus toen ze avances begon te maken, dacht ik: als ze er toch zo losjes over denken, waarom niet? Haar man was nogal uithuizig, dus belandden we vaak bij haar thuis. Was hij er wel, dan deden we het in de auto. Dat was meestal nadat de kroeg gesloten was, ’s ochtends vroeg op een verlaten landweggetje. Daar had ik niet veel ervaring mee, en het was eerlijk gezegd ook redelijk onpraktisch.

»Haar man zat af en toe ook in die kroeg. Soms babbelde hij gewoon met ons mee, en ging hij vroeger naar huis. Voor hen was dat doodnormaal, maar ik vond dat straf: we hoefden niets in het geniep te doen.

»Toch ging onze relatie mij op den duur te ver: het werd een heuse verhouding. Mijn vriendin schreef me elke dag een brief van drie, vier, vijf kantjes, waarin ze zich helemaal blootgaf. Ik voelde me schuldig omdat die gevoelens niet wederzijds waren. Dat vond ze helemaal niet erg, zei ze, maar uit haar brieven bleek steeds duidelijker dat ze emotioneel het spoor bijster raakte.

»Ik heb die relatie na een jaar laten doodbloeden. Ik wist dat ze zielsveel van haar man hield, en dat ze leed onder zijn gedrag. Ze was verliefd op hem; daarom verdroeg ze zoveel van hem. Bij mij zocht ze meer een soort wijsheid: die schijn ik te hebben – dat is onbescheiden om te zeggen, hè.

»Het gekke was: haar man wist dat we een relatie hadden, maar hij werd kregelig toen hij voelde dat het niet zomaar spielerei was. Ik heb haar toen aangespoord om tegen hem te zeggen: ‘Ho, jij meet met twee maten. Als we samen verder willen, moeten we ook echt voor mekaar kiezen.’ Dat hebben ze toen gedaan: ze hebben een derde kind gemaakt. Toen ze zwanger was, is ze nog eens langsgekomen: ze was erg gelukkig. Nadat de baby geboren was, ben ik zelfs een avond met haar man op stap geweest, en dat was ook fijn.

»Sinds onze verhouding voorbij is, zijn ze allebei veel braver geworden. Merkwaardig vond ik dat. Ik zie ze af en toe nog. Zij is – denk ik – nu zijn enige vrouw, en ze voelt zich heerlijk in die rol. Dat is prachtig om te zien.»

De deurwaarder

WILLIAM «Ik zoek conflicten niet op, ik vermijd ze liever. Maar in mijn volgende relatie kreeg ik – indirect – last met de echtgenoot.

»Die vrouw woonde al jaren alleen, maar haar man wilde niet scheiden. Op een avond was ik bij haar blijven slapen. ’s Ochtends om een uur of halfzeven werd er hard op de deur gebonsd. Ik trok mijn kleren aan, ging naar beneden en deed de deur open: staan er twee politieagenten en een deurwaarder, een jonge gast nog. Hij vroeg, heel onbeleefd: ‘Woont u hier?’ ‘Nee,’ antwoordde ik. Hij zei dat hij was gekomen om ‘vaststellingen te doen’. Hij kwam ons dus betrappen op overspel. Of beter gezegd: hij kwam mijn vriendin betrappen. Haar man wilde een financieel voordelige scheiding, en zij bracht het geld binnen.

»Eén van de agenten bleef de hele tijd in mijn buurt, de andere ging met de deurwaarder naar boven, terwijl mijn vriendin daar in haar nachttenue lag. Hij heeft aan het bed gevoeld, zoals dat gebruikelijk is. Achteraf vertelde ze me dat ze in het midden van het bed was gaan liggen.

»Ik weet niet wat er nog van die ‘vaststellingen’ is gekomen: ik heb een punt achter die relatie gezet. Maar ik vind zo'n deurwaardersbezoek een ongelooflijke schending van de privacy. Dat zoiets vandaag de dag nog gebeurt! Overspel is misschien uit het strafrecht gehaald, maar scheiding met schuld bestaat nog altijd.»

De trooster

WILLIAM «Veel vrouwen van mijn leeftijd zitten in een relatie, of ze komen er net uit. Ik vond het dus niet vreemd dat ik een tijd nadien opnieuw een getrouwde vrouw leerde kennen. Ongelukkig getrouwd: ik was haar trooster. Als minnaar voel je je soms een kandidaat-partner, maar soms ook een grote broer of een vader. Daar is niets incestueus aan: een vrouw die een knoop aannaait op het hemd van haar man, speelt in zekere zin ook een moederrol.

»Ze was dienster in een café, zodat haar man thuis op zijn gemak kon werken: hij componeerde muziek. Aan de manier waarop ze praatte, merkte ik meteen dat ze geen gewone dienster was. Ze was germaniste van opleiding. Op een avond ben ik er tot de laatste klant blijven zitten. We hebben lang gebabbeld, en uiteindelijk zijn we tussen de lakens beland.

»Ze had geen eigen leven. Ze stond ten dienste van haar man, van zijn muziek – die niets opbracht. Soms sloeg hij haar zelfs. Omdat ze ver van huis werkte, bleef ze door de week bij familie slapen. Ze ging maar één keer per week naar huis: om de rekeningen te betalen, het huishouden aan de kant te krijgen en inkopen te doen. Als ze dan niet oplette, had ze een mot vast.

»Als ik haar ’s avonds afzette, om de hoek van waar ze woonde, voelde ik me altijd vreselijk omdat ik haar naar hem terugstuurde. Ze wilde een nieuw leven beginnen, en daar steunde ik haar in. Ze was net concrete plannen aan het maken om te verhuizen toen hij op een dag in mekaar zakte. In het ziekenhuis bleek dat hij een terminale ziekte had, in een vergevorderd stadium. Kort daarna is hij gestorven.

»Het was een moeilijke situatie, ook voor mij: ik had haar zachtjes uit zijn invloedssfeer gepraat. Na een jaar hebben we samen beslist een eind aan onze relatie te maken. Intussen is ze getrouwd met één van mijn beste vrienden en hebben ze samen een kind. Van haar componist mocht ze dat niet, kinderen krijgen: dat was allemaal niet nodig.

»Iemand die echt gelukkig is met zijn partner, denkt niet aan vreemdgaan. Daarom vind ik het niet raar dat ik vrouwen aantrok die vastzaten in een ongelukkige relatie. Ik help ook graag mensen in nood, niet alleen vrouwen: dat zit in mij. Ik denk dat iedere man, al dan niet bewust, bezig is vrouwen te redden. Maar je kan natuurlijk niet iedereen redden.»

De homoseksuele politicus

WILLIAM «Via via had ik een vrouw leren kennen die getrouwd was met een homo. Een verstandshuwelijk: hij was politicus. Zij had af en toe een vriendje en hij keurde dat goed, zolang ze discreet bleef. Dus gingen we nooit op restaurant in haar stad en zagen we mekaar alleen op hun buitenverblijf: dat lag midden in het bos, daar kwam niemand.

»Zij was erg ongelukkig in dat huwelijk. We hebben daar veel over gepraat, vooral omdat ik in een vergelijkbare situatie had gezeten. Ik begreep niet waarom ze niet allang bij haar man was weggegaan, want ze wist allang dat hij homo was. Het is een schizofreen leven, één en al bedrog: je liegt tegen jezelf en tegen je omgeving. Ik dacht dat ik haar kon helpen om weg te gaan, want dat wilde ze diep in haar hart wel.

»Op een keer had ik een weekendje voor twee gepland dat zij op het laatste moment heeft afgezegd. Achteraf vertelde ze me dat ze met haar eigen man op weekend was geweest, naar het hotel dat ík had gevonden. Dat was er voor mij te veel aan. Toen zag ik wat voor vrouw ze eigenlijk was. Als ze hem zou verlaten, zou dat zijn carrière kapotmaken, én een deel van haar eigen leven: haar huwelijk met een politicus gaf haar een zekere status, en die wilde ze niet opgeven.

»Achteraf bekeken denk dat ik in die jaren last had van bindingsangst: dáárom belandde ik zo vaak bij getrouwde vrouwen. Dat ze al een partner hadden, was voor mij een ingebouwde veiligheid: het was al ‘uit’ nog voor het goed en wel ‘aan’ was. Voor hen was ik maar een slippertje, dus hoefde ik me ook niet schuldig te voelen. Ik genoot van die vrijblijvendheid. 't Is zoals het verschil tussen een huis kopen en huren: voor een koopwoning draag je zorg; heb je problemen met een huurwoning, dan verhuis je gewoon.»

Monsieur Portefeuille

WILLIAM «Ik sta er soms van te kijken hoezeer de wederzijdse verwachtingen in zo'n flirt kunnen verschillen. Ik zocht een auto, en een koppel had er één te koop staan. Ik ging kijken en besloot 'm te kopen. De vrouw des huizes zou hem de volgende dag komen brengen: ze is ’s middags bij mij aangekomen, en ik heb haar pas om twee uur ’s nachts naar huis gebracht.

»Hij was weer zo’n supercontrolerende man, zij een dienende vrouw. Van mij kreeg ze aandacht, een luisterend oor. De seks was geweldig, voor haar én voor mij. (Glimlacht) Het is me niet dikwijls overkomen dat ik in een paar uur tijd drie keer na mekaar het ritueel afrond.

»De volgende dag kreeg ik telefoon van een vriendin van haar: haar koffers stonden klaar, en of het goed was dat ze bij mij kwam wonen. Ik schrok me dood: natuurlijk was dat niet goed! Op dat moment was het voor mij al over. Ik ben zelfs even bang geweest, want uit wat die vrouw me had verteld, kon ik afleiden dat haar echtgenoot een louche zakenman was.

»Ze bleef vooral bij haar man om de centen, en ik denk dat ze ook bij mij geld had geroken. Dat is geen leuk gevoel, als je doorhebt dat iemand een Monsieur Portefeuille in je ziet. Soms merk ik dat op tijd, soms niet. Dan word ik wakker naast een vrouw en zie ik de dollartekens in haar ogen.

»Geld werkt erotiserend op vrouwen. Misschien gebruiken sommige mannen dat bewust, maar ik vind het een zielige manier om jezelf iets wijs te maken. Een vorm van prostitutie, zelfs. Ik snap ook niet dat vrouwen zo afhankelijk willen zijn van een man. Ik voel me er in ieder geval niet goed bij als ik overal alles moet betalen: dan begint mijn radar te biepen. Als je met een vrouw schoenen gaat kopen en zij vindt het doodnormaal dat je je Golden American Express Card bovenhaalt... Tja. Tegelijk blijf ik ook wel in die oude rollenpatronen zitten. Ik vind het bijvoorbeeld heel leuk een etentje voor een vrouw te betalen. Misschien is dat toch het jagersinstinct.»

De pervert

WILLIAM «Een paar jaar geleden ben ik iets begonnen met een getrouwde vrouw die ik vaag kende van feestjes. Op een dag liepen we elkaar tegen het lijf in de GB, en algauw lagen we samen in bed. De tweede keer dat we afspraken, vertelde ze dat haar man naar dark rooms ging. Toen ben ik meteen naar de dokter gerend. Ik was bang voor aids.

»Ik vrij meestal niet met een condoom: dan nog liever helemaal niet. Toen ik jong was, bestond hiv nog niet. Nu wel, maar als je met normale vrouwen naar bed gaat – ik bedoel: vrouwen zonder een al te ‘druk’ seksleven – loop je volgens mij geen gevaar. Maar: haar man was een pervert. Gewone seks was voor haar niet meer vanzelfsprekend. Voor mij hoeven er geen zweepjes, handboeien of katrollen aan te pas komen, maar zij hing af en toe aan een katrol als ze met haar man vrijde. Hoe dat precies ging, weet ik niet – dat wil ik niet weten.

»Ze was verknoeid door haar man. Hij hield bijvoorbeeld van plasseks. Ik zei dat ik me ergens wel kon voorstellen dat sommige mensen dat plezierig vinden: als je echt in mekaar opgaat, kunnen je smaakpapillen veel verdragen, zeg maar. Maar zij zei meteen: ‘Ah, wil je dat dan eens proberen?’ Niet omdat ze dat per se wilde, maar omdat haar beeld van seks en relaties zo verwrongen was. In haar wereld waren vrouwen hoeren die alles moeten doen om hun man te behagen. Ze stelde liefde gelijk aan zelfopoffering. Ziekelijk.

»Bij haar vond ik het niet leuk om de minnaar te zijn. Het is anders als een koppel in de woestijnfase zit, maar zij had nog seks met haar man. Ik vind het geen prettige gedachte te vrijen met iemand die twee uur voordien met een andere man naar bed is geweest. We praatten ook voortdurend over haar man: ‘Ah, hij is weer naar een feestje van het werk geweest. En, weer laat thuis? Had hij weer gedronken?’

»Ik heb het onder meer daarom uitgemaakt. Ik zou geen vijf jaar de minnaar kunnen zijn van een vrouw die nog een huwelijksleven heeft. Dat is uitzichtloos.»

Echte liefde

WILLIAM «Ik ben altijd trouw gebleven aan de vrouwen voor wie ik iets voelde: dat zij vreemdgingen, wilde niet zeggen dat ik dat ook moest doen. Ik hoefde daar niet speciaal moeite voor te doen: op zo'n moment denk ik gewoon niet aan seks met een ander. Doe ik dat wel, dan weet ik hoe laat het is. Ik geloof in eeuwige trouw, maar niet in regeltjes: als je afspraken moet maken om trouw te blijven, schort er iets aan je relatie.

»Ik ben nooit verliefd geworden op de getrouwde vrouwen met wie ik een relatie had. Ik gaf daar niet aan toe. Weer die bindingsangst, maar ik ben er ook te rationeel voor: ik zie nogal gauw iemands minder mooie kantjes. Maar ik blijf van die echte verliefdheid dromen. Dan voel je je haast gedrogeerd - waarschijnlijk door de chemische stoffen die vrijkomen in je hersenen. Als je voor elkaar gemaakt bent, erger je je ook niet aan kleine tekortkomingen. Dan ga je die zelfs charmant vinden.

»Ik ben er niet trots op dat mijn lijst met 'veroveringen' zo lang is, maar uiteindelijk vind ik de balans toch positief. Ik heb veel geleerd over het leven, over relaties. Was het niet Einstein die, als een proef mislukte, zei: ‘Nu weten we tenminste dat het niet werkt’?

»Ik ben zó kieskeurig, verschrikkelijk. Ik zoek de ideale vrouw. Iemand met wie ik een écht gesprek kan voeren. Iemand die niet kickt op geld en niet in beate bewondering voor mij staat – dat is ook niet leuk. Iemand die veel levenswijsheid heeft, maar toch nog naïef is. Misschien ben ik een romantische dromer, maar ik blijf wachten op die onverwachte, sublieme, wederzijdse klik

Humo 3411 17/01/2006

Dit artikel verscheen in:

HUMO van dinsdag 17 januari 2006

Lees alle reportages

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: