De 7 Hoofdzonden volgens Jan Fabre: 'Op één of andere manier moet ik altijd verliefd zijn op al mijn acteurs en dansers. Ik wil ook dat ze allemaal verliefd zijn op mij, want ze moeten in me geloven en op me vertrouwen'

© Marco Mertens

, door (bv)

29

(Verschenen in Humo 3349 van 7 september 2004)

Werp de blauwgebicte serpetines uit, laat de kevers knallen, ontkurk de beste lichaamsvochten: Jan Fabre (45) heeft één en ander te vieren. Hij is tien jaar artist in residence bij deSingel, een jubileum dat luister bijgezet wordt met twee wereldpremières: 'The Crying Body', dat een maand geleden aan het Antwerpse publiek voorgesteld werd en intussen in Milaan speelt; en 'Elle était et elle est, même' / 'Etant donnés', een solo voor fetisjactrice Els Deceukelier die vanavond in première gaat. Bovendien verscheen zopas 'Ik ben een fout' (Meulenhoff/Manteau), 650 bladzijden theaterteksten en -scripts die een overzicht geven van de eerste kwarteeuw Fabre op de planken.

Al vijfentwintig jaar maakt Jan Fabre theater, dans, kunst, en veel ophef en kabaal. Maar vandaag maakt hij vooral geld, voor een bevriende galerie ('Ze hebben van in het prille begin werk van me gekocht'): vrolijk signeert hij de multipel, de serie reproducties die hij - tegen zijn gewoontes en principes in - gemaakt heeft. Hij heeft gekozen voor een still uit de film 'Zelfmoord', gedrukt op zijde: een 21-jarige Fabre, jong en verdwaasd en de ogen geloken, duwt zich een revolver tegen de slaap. Terwijl de artiest tachtig keer zijn genummerde handtekening zet, ontfutselt HUMO  'm zijn akte van berouw: de 7 Hoofdzonden.

HUMO Ben je vertrouwd met de zeven hoofdzonden?

JAN FABRE «Mijn moeder is opgevoed door de nonnen, maar ze wilde niet dat we naar een katholieke school gingen en aan tafel werd nooit over de bijbel gesproken. Ze is wel gelovig én bijgelovig gebleven. Als er iemand binnenkwam die ze niet graag zag, legde ze een schaar in kruisvorm onder de mat - opdat die persoon niet meer terug zou komen. Die schaar is in veel van mijn theaterstukken, opera's en dansvoorstellingen terug te vinden. De kaarsen in mijn werk heb ik ook van mijn moeder. Een paar dagen geleden nog, voor de première van 'The Crying Body' in Glasgow, belde ze me op: 'Hoe laat is die première precies? Ik zal een kaarske branden.'»

HUMO Heb je haar bijgeloof geërfd?

FABRE «'t Moet juist zitten, wil ik kunnen schrijven of tekenen. Ik moet het gevoel hebben dat iedereen me met rust laat, ik moet een uil worden; terwijl iedereen slaapt, ben ik wakker en ga ik dromen, schrijven en tekenen.»

HUMO Hebben je ouders je een zondebesef bijgebracht?

FABRE «Mijn medewerkers zeggen altijd dat hier niemand werkt die katholieker is dan ik. Ik moet altijd zwaar fysiek en mentaal investeren om een goed kunstwerk te kunnen maken. Dat heeft natuurlijk met een gevoel van schuld en boete te maken.»

Hoogmoed

FABRE «Een kunstenaar is altijd een beetje hoogmoedig. Als ik morgen niet meer zou denken dat ik de geschiedenis van de beeldende kunst en het theater voor een stukje mee bepaal, stop ik beter. Middelmatigheid is aan mij niet besteed, ik moet continu het gevoel hebben dat ik grenzen verleg. Ik meet me niet met collega's van nu, maar met Picasso en Artaud

HUMO Zelfvertrouwen kan zelfrelativering fnuiken. Vind je alles wat in je opkomt even geniaal?

FABRE «De voorbije vijfentwintig jaar heb ik geleerd dat een kunstenaar alleen maar zijn eigen maatstaf kan zijn. Ik weet zelf het best welke mijn belangrijke en welke mijn minder belangrijke werken zijn.

»Toen ik als jonge gast buitenlandse journalisten en collectioneurs op bezoek kreeg, had ik allerlei mapjes met tekeningen weggemoffeld: ik wilde ze alleen maar laten zien wat ik zelf goed vond. Ze vonden het maar niks, tot ze in die mappen begonnen te neuzen en stootten op tekeningen die ze wél fantastisch vonden: die kochten ze allemaal. Dergelijke toestanden maak ik nog altijd mee; onlangs liep ik op de opening van mijn tentoonstelling in Lyon rond met Franse kenners en die bleken allemaal ándere films en tekeningen bijzonder te vinden dan Spaanse kenners een jaar voordien. Als je dat een paar keer meemaakt, leer je wel op je eigen smaak en oordeel af te gaan.»

HUMO Wat vind je zelf je beste werk?

FABRE «Mijn beste werk zal ik de komende dertig jaar maken. Ik heb nog veel ideeën in de lade liggen. Pas de laatste jaren krijg ik de kansen om de dingen uit te werken waar ik op mijn achttiende van droomde.»

HUMO Een citaat uit 'De keizer van het verlies''A man without a myth is no man.' Heb je bewust aan de mythe Jan Fabre gelaboreerd?

FABRE «De buitenwereld creëert mythes, niet de kunstenaar. Ik sta zelf soms versteld van de verhalen die ik over mezelf hoor, zowel in Europa als in Amerika.»

HUMO Lijd je aan megalomanie?

FABRE «Dat is typisch één van de mythes die over mij de ronde doen.»

HUMO Maar als de K.U.Leuven je om een beeld vraagt, moet het wel meteen 23 meteen hoog zijn.

FABRE «Ik ben een bediende van de schoonheid. Ik zit op mijn knieën voor het werk, ik maak mezelf ondergeschikt aan wat het idee van mij verlangt. De ene keer leidt dat idee tot een sculptuur, de andere keer tot een tekst, dan weer tot een theatervoorstelling of tentoonstelling.

»Ook nu weer heb ik me als een bediende aangepast: het Ladeuzeplein in Leuven is immens groot, en verlangt dus een kunstwerk in verhouding. Voor 'Totem' heb ik me gebaseerd op een tekening uit '79 om een 23 meter hoge naald met een omgekeerde juweelkever te creëren. (neemt er een maquette bij) 't Moet lijken of die kever in de wolken gaat prikken.»

HUMO Streelt de aandacht van het Koninklijk Hof de ijdelheid?

FABRE «Ik zou liegen als ik dat zou ontkennen.

»'t Speelt ook mee dat 'Heaven Of Delight', mijn plafondkunstwerk in de Spiegelzaal van het paleis, heel prettig tot stand gekomen is. Het is begonnen met een tentoonstelling van Jan Hoet en Rudi Fuchs in Venetië. Koningin Paola bezocht die tentoonstelling, raakte verliefd op mijn werk, en vroeg me iets in het paleis te doen. Ik heb complete vrijheid geëist én gekregen, want de koningin is een klassedame. Die vrijheid heb ik benut om grensverleggend te zijn: in de traditie van de plafondschilderkunst wordt met olieverf gewerkt, maar ik heb nieuw materiaal binnengebracht en het hele concept 'plafondkunst' herdacht.

»Ik vond het ook heel fijn de titel van Grootofficier in de Kroonorde te krijgen. 't Heeft iets poëtisch. Nog liever was ik Ridder geworden, omdat dat nog beter bij mijn werk past: ik ben al meer dan twintig jaar bezig met het skelet, de huid en het harnas. Ik ben ook een ridder van de schoonheid - eigenlijk ben ik Lancelot. De titel van baron zou ik niet aanvaarden, want 'Baron Fabre' klinkt vooral stom.»

HUMO Stefan Hertmans noemde 'Heaven Of Delight' 'een synthese, die genoeg ruimte laat voor de stilte van de weerglans, de reflectie en de verbazing omwille van de onvatbaarheid van elke iconografie'. Begrijp jij 'm?

FABRE «Ja, ik begrijp die woorden. Stefan is een vriend, ik weet ook dat hij zwaar onder de indruk was toen hij dat werk de eerste keer zag.

»Hier raak je weer aan een Fabre-mythe: ik zou zogenaamd allerhande boeken over mezelf laten schrijven. Maar wie de kunst- en theatergeschiedenis bestudeert, zal vaststellen dat goeie kunstenaars al eeuwenlang de dialoog aangaan met de goeie denkers en schrijvers van hun tijd. Voor mij is het niet anders; ook buitenlandse filosofen - bekendere auteurs dan Stefan Hertmans - hebben over mijn werk geschreven. Die mensen gebruiken mijn werk als een vehikel om na te denken, en in het beste geval openen zij soms nieuwe poorten voor mij.»

HUMO Streelt een turf als 'Ik ben een fout' de ijdelheid?

FABRE «Ik hou van het object. Ik heb mee het papier gekozen - 't heeft iets van een bijbel - en mee aan de lay-out en de cover gewerkt. Met ijdelheid heeft dat boek niks te maken, het opzet was vooral praktisch. Ik wilde zoveel mogelijk archiveren, want er zijn al veel theaterteksten verloren gegaan - ik schrijf altijd met de hand. Ik ben een romantische kunstenaar: ik heb geen gsm of computer.»

HUMO Heeft iemand die de stukken niet gezien heeft, volgens jou veel aan 'Ik ben een fout'?

FABRE «Er zijn weinig mensen in Europa die theater kunnen lezen, zelfs in mijn vak. Het type teksten dat ik schrijf maakt het er niet makkelijker op; 't zijn geen naturalistische stukken over incest en geweld binnen het gezin, zoals bij veel Vlaamse auteurs. De regisseurs die met mijn teksten beginnen te werken - zo is ook bewezen in het buitenland - worden verplicht op een andere manier over theater na te denken en met acteurs en dansers om te gaan.»

HUMO Waarom heb je voor de titel 'Ik ben een fout' gekozen?

FABRE «Het gelijknamige stuk, dat nooit opgevoerd is, behelst een lijstje met opmerkingen over mezelf. Voor veel mensen bén ik een fout, omdat ik zand in de radertjes gooi van sommige beeldende kunstenaars, theatermakers en schrijvers. Ik heb een ander soort denken, ik volg een ander soort parcours.»

Gulzigheid

FABRE «Ik hou ongelofelijk veel van roken, ook daar gaat het in 'Ik ben een fout' over. De conclusie van de tekst is dat ik zal sterven met een sigaret in de handen.

»Ik rook drie pakjes per dag, ik heb onmiskenbaar een grote hang naar verslavingen - ik ben sowieso al verslaafd aan mijn werk. Daarom raak ik geen alcohol aan, behalve heel af en toe een glas wijn, omdat ik weet dat ik zou dóórgaan.»

HUMO Een dagboekaanteking uit '82: 'Mijn hart is van cocaïne.'

FABRE «Ik woonde toen in New York, waar alle jonge kunstenaars in mijn omgeving aan de cocaïne zaten. Ze zeiden tegen mij: 'Jij hebt dat niet nodig, Jan, want je hart is van cocaïne.' Dat klopte. Net als die gasten ging ik dag en nacht door, maar dan niet op coke. Als zij om een uur of zeven gingen slapen, vol drank en poeder, blééf ik praten, discussiëren, doorgaan.»

HUMO Er doen nochtans geruchten de ronde over vreemde geestesverruimende stoffen.

FABRE «Ik héb verschillende experimenten gedaan. (bladert in de catalogus van de tentoonstelling die in Lyon loopt, en toont een dwarsdoorsnede van een kleurige bol) Eind jaren zeventig heb ik, geïnspireerd door het snoepgoed dat van kleur verandert als je erop zuigt, deze toverbollen gemaakt, gevuld met larven die hallucinerende effecten veroorzaken. Ik deelde ze uit aan het publiek op de vernissages van mijn eerste tentoonstellingen in het Antwerpse. Uiteraard had ik die dingen eerst getest, want de mensen op die vernissages moesten nog een beetje rechtop blijven staan.»

HUMO Leef je nog altijd zo gulzig dat je maar drie uur per nacht slaapt?

FABRE «Vannacht zelfs maar anderhalf uur. Ik heb genetisch weinig slaap nodig, en bovendien vergéét ik doodeenvoudig geregeld te gaan slapen. Ik heb vannacht zitten schrijven, en dan verlies ik alle gevoel voor tijd. 't Is zoals een kind dat zich amuseert: dan zijn er ineens zes uren gepasseerd en wordt het licht, en word ik eraan herinnerd dat ik maar beter nog even naar bed ga.

»Ik vind het leven adembenemend, en daardoor ben ik soms te gulzig. Dan ga ik zo snel dat het op zelfvernietiging begint te lijken. Ik moet mezelf verplichten te gaan zitten, mezelf te bevragen, te twijfelen.»

HUMO Een snuifje primaire psychologie tussendoor: dat gulzig leven is vast het gevolg van de twee coma's die je in je jeugd overleefd hebt.

FABRE «Ik heb uit die ervaring veel geleerd. In mijn werk speelt een post-mortem stadium of life: het gevoel dat je ooit dood geweest bent en weer tot leven bent gekomen, waardoor elke beweging en oogopslag een bron van genot wordt. Elke morgen ben ik blij dat ik er nog ben, en dat ik goedgezind kan bedenken wat ik allemaal ga uitspoken wat niet mag (glimlacht).»

HUMO Gaan je medewerkers altijd even makkelijk mee in je experimenten?

FABRE «Er heeft nog nooit een danser of een acteur iets tegen zijn zin moeten doen. Integendeel: met veel van de extremiteiten komen ze zélf tijdens de improvisaties en repetities. Ik moet zelfs geregeld op de rem gaan staan: 'Jongens, wacht even, beseffen jullie wel wat jullie hier aansnijden?'

»Zo is het ook gegaan met 'The Crying Body', waarin op de scène gepist wordt. Nu hoef je geen genie zijn om aan zweet en urine te denken tijdens een onderzoek naar lichaamsvochten, vooral niet omdat ik bij het begin van de repetities een boek met tekeningen uit '79 mee had. Ik ben altijd zeer goed voorbereid als ik aan een regie begin: ik heb tekeningen, teksten, maquettes bij me. Dat helpt om mijn acteurs en dansers te laten geloven dat ze alles zelf uitvinden, terwijl ik op voorhand wéét wat ze gaan uitvinden (grijnst).»

HUMO Een citaat uit 'Gesprekken van Jan Fabre': 'Aan de geur van Lisbeth Gruwez en Els Deceukelier kan ik ruiken of zij goed of minder goed gedanst of geacteerd hebben.'

FABRE «Theater, kunst moet stinken. De vorm van mijn werk kan men kopiëren, de geur niet. 't Zit goed als ik voel dat mijn acteurs en dansers - die ik de 'krijgers van de schoonheid' noem - zo diep gaan dat de ziel gloort; dat er een geur vrijkomt die niet te kopiëren valt.»

Gierigheid

FABRE «Ik ben nog altijd die kerel van twintig die tijdens de performance 'Money' het geld van toeschouwers verbrandde. Als beeldend kunstenaar verdien ik tegenwoordig goed de kost, maar je zou schrikken als je mijn appartement binnenkomt. Ik leef nog altijd met een gekregen fauteuil en een bureau dat ik op het stort gevonden heb.

»De laatste vijftien jaar heb ik kansen in overvloed gehad om heel veel te verdienen. In de tijd van de bic-tekeningen is me bijvoorbeeld gevraagd badkamers in bic-blauw te ontwerpen. Er waren ook modeontwerpers die een lijn in bic-blauw wilden. Dat ging over miljoenendeals, maar ik ben er niet aan begonnen. Ik heb zelfs nauwelijks multipels gemaakt, in mijn hele carrière hooguit een stuk of vijf. Ik heb altijd geweigerd mijn werk op grote schaal te commercialiseren, ook in het theater: ik blijf risico's nemen, ik blijf voor het experiment kiezen.»

HUMO Waarom maak je je plastische kunst niet te gelde om je theaterwerk te financieren? Dan moet je nooit meer zeuren over subsidies.

FABRE «Op kleine schaal probeer ik met mijn beeldend werk mijn theaterwerk wel te steunen. Een staalfabrikant die van mijn werk houdt, heb ik het decor voor 'Je Suis Sang' laten maken; in ruil mocht hij een tekening of een sculptuur uitkiezen.

»Sinds een halfjaar betrekken we deze kantoren in de Seefhoek. Ik sta voor een gigantische renovatie, waarvoor we van de Vlaamse Gemeenschap helaas te weinig subsidie gekregen hebben. Al het metaal dat je hier ziet - tafels, boekenrekken, trappen - komt van diezelfde staalfabrikant. Het tapijt is geleverd door een andere collectioneur van mijn werk. Ik sponsor mijn eigen bezigheden dus wel, maar zonder mijn beeldende kunst aan te passen.»

HUMO Galeriehouder Ronny Van de Velde heeft gezegd: 'Er is maar één ding waar Jan geen benul van heeft en dat zijn budgetten.'

FABRE «Toen hij dat zei, dacht hij waarschijnlijk aan de film die we ooit gedraaid hebben: ik zat in een bootje, naast mij op de Schelde dreef een plaat met uilen in Venetiaans glas. Tijdens de opnames viel er geregeld een uiltje van die plaat, tot wanhoop van Ronny die alles betaald had: telkens als er een uil de Schelde in tuimelde, zag hij 200.000 frank zinken (lacht).

»Ik offer altijd alles op aan het werk waar ik mee bezig ben. Dan denk ik niet aan budgetten, maar alleen aan wat het werk van mij verlangt. Het geld dat voor mijn plastisch werk binnenkomt uit Amerika, Spanje en Frankrijk, investeer ik in nieuwe projecten en experimenten. Als iets mislukt, gaat er soms een half miljoen frank verloren. Maar ik blijf consequent: wat niet goed is, vernietig ik.»

HUMO In je vroege dagboeken staat een sneer aan Panamarenko, dat andere genie uit de Seefhoek.

FABRE «Als we op café zaten, had die gierigaard nooit geld bij zich - terwijl hij toen al heel rijk was. Ik haat gierigheid. Ik vind dat je genereus moet zijn, het leven is al kort genoeg.

»Onlangs heb ik Panamarenko nog eens gezien, hij zag er gelukkig uit. Ik vind het fantastisch dat die jongen getrouwd is, ik voel dat hij minder gefrustreerd rondloopt. Hij heeft lange tijd een unieke positie bekleed; als ze vanuit het buitenland naar België kwamen, was dat voor hém. Maar op een gegeven moment begonnen ze voor mij te komen, en later voor Luc Tuymans en Thierry De Cordier. Dat maakt 'm blijkbaar jaloers. Onder collega's wordt gezegd dat 't een compliment is als Panamarenko begint te sneren: dan heb je een bepaald internationaal niveau bereikt dat hem, met zijn veel lokalere bekendheid, stéékt.»

HUMO Stoort het je een charlatan genoemd te worden?

FABRE «Ach, soms noemen ze me een charlatan, soms een genie - 't is alletwee beledigend.

»Als ik me niet vergis, reden charlatans destijds rond om argeloze mensen medicijnen te verkopen die niet echt waren. In feite is elke kunstenaar een charlatan, want hij verkoopt de leugen van de verbeelding. Schoonheid is onmeetbaar: wat voor mij ongelofelijk schoon is, is voor iemand anders misschien niks.»

Onkuisheid

FABRE «Kunst en theater hebben per definitie te maken met seks en erotiek, omdat de kunstenaar het meest sexy onderdeel van zijn lichaam investeert: zijn brein.

»Zelfs een fundamenteel intellectueel werk vertrekt vanuit een soort biologische kracht. Neem nu de twee teksten waarmee Els Deceukelier gaat optreden. De ene, 'Elle était et elle est, même', is geïnspireerd op het glasraam-met-bruidje van Marcel Duchamp en gaat over de onmogelijkheid tot bevrediging te komen. Dat lijkt een heel koud glasraam, maar gaat dus eigenlijk over seks. De tweede tekst, 'Etant donnés', is geïnspireerd door het laatste werk van Duchamp, die zich op zijn beurt gebaseerd had op 'L'origine du monde' van Courbet (een schilderij van een vrouw met opengesperde benen, red.). Els speelt een dialoog tussen haar vagina en haarzelf.

»De drijfveer van de kunstenaar is altijd seksueel; je biologische lichaam bepaalt onvermijdelijk wat je voelt en denkt. De kunstenaar hunkert altijd naar dat andere en onbekende, dat het hart sneller doet slaan en het bloed sneller doet stromen.»

HUMO Hertmans noemde je werk 'ondanks alle erotische spelletjes ergens aseksueel'.

FABRE «Ik praat bijna nooit over erotiek of seksualiteit met mijn krijgers van de schoonheid. Maar door met hen op een zeer geconcentreerde manier te werken en fundamenteel onderzoek naar het lichaam te plegen, is seksualiteit in een soort zenuwcel aanwezig; daarvoor hoef ik het niet te benoemen.

»Het lichaam heeft altijd centraal gestaan in zowel mijn beeldend werk als mijn theaterwerk. Door er zoveel mee bezig te zijn, word je inderdaad bijna aseksueel: je gaat bijna als een bioloog of een dokter te werk.»

HUMO Word je makkelijk verliefd?

FABRE «Op één of andere manier moet ik altijd verliefd zijn op al mijn acteurs en dansers. Ik wil ook dat ze allemaal verliefd zijn op mij, want ze moeten in me geloven en op me vertrouwen.

»Het begint al bij de auditie. Een paar jaar geleden organiseerde ik in een paar steden - Parijs, Stockholm, Milaan - audities. In Parijs werd mijn aandacht getrokken door een meisje op de eerste rij. Ik keek in haar ogen en zag in haar ziel dat ze fantastisch was. Omdat ik dat eerste gevoel zelf ook wantrouwde, heb ik die verliefdheid meteen op de testbank gelegd: ik heb het haar erg moeilijk gemaakt tijdens die auditie, en ik heb haar verplicht nog eens een workshop van drie weken te doen. Ze bleef fantastisch, Ivana Jozic, en werkt nu al twee jaar bij me.»

HUMO Je hebt heel mooi geschreven over een auditie in '82: 'Ik denk dat ik iemand bijzonder heb ontdekt. Het lijkt alsof ze met haar blik voorwerpen zou kunnen verplaatsen of mensen in brand zou kunnen steken. Als ik haar in actie zie, krijg ik honger.'

FABRE «Els Deceukelier heeft dat nog altijd. Dat zag ik onlangs weer toen we met 'The Crying Body' in première gingen in Schotland. Bij de Vlaamse première was ze op haar hoofd gevallen - ze is zó intens - en daarom had ze voor de rest van de voorstellingen in Vlaanderen verstek moeten laten gaan. Haar rol werd overgenomen door een danseres die ook al jaren bij me werkt, maar in Schotland speelde ze weer mee: zo heb ik nog maar eens moeten vaststellen dat weinigen in de wereld zo diep kunnen gaan en zo goed zijn als Els. Intussen belichaamt en bepaalt ze al meer dan twintig jaar mijn theaterdenken. In onze artistieke samenwerking is niks veranderd - de rest is privé.»

HUMO In '95 zei ze in HUMO: 'Hij is wreed. Persoonlijke wreedheid jegens zichzelf en de acteur is volgens Jan de weg om tot dieper zelfbewustzijn te komen.'

FABRE «Dat klopt. Mijn krijgers van de schoonheid zijn vertrouwd met het begrip 'persoonlijke wreedheid', wat inhoudt dat je je eigen lichaam en geest als een schietschijf ziet. Dat is volgens mij de essentie van het beroep van acteur en danser.»

HUMO Is er in het leven van Jan Fabre plaats voor vrouw en kinderen?

FABRE «Nee, en dat is een bewuste keuze. Ik heb wel een relatie, maar ik denk dat ik zelf nog een te groot kind ben om kinderen goed op te voeden. Vrouwen zeggen me wel vaak dat ik een fantastische vader zou zijn, maar dat is volgens mij meer wishful thinking.

»Ik ben ook tweehonderd dagen per jaar onderweg. Dat valt niet te rijmen met de grote verantwoordelijkheid van een kind op te voeden. Ik zou best een zoon willen, maar ik zie bij collega's hoe moeilijk hun zonen en dochters het hebben om in de schaduw van hun papa te leven. Dat zou ik een menselijk wezen niet graag aandoen; het lijkt me moeilijk de zoon of de dochter van Jan Fabre te zijn. Ach, misschien wil ik de wereld ook behoeden voor een tweede Jan Fabre (lacht).»

HUMO Kan het onkuis zijn danseressen op een podium te laten pissen, ook al levert het een erg mooi scènebeeld op?

FABRE «Wat de kleur van de vrijheid bezit, kan nooit onkuis zijn. Wat in onderlinge afspraak en met wederzijds respect tussen mensen plaatsvindt, kan nooit onkuis zijn.

»In Frankrijk gebruiken ze toch zo graag de woorden 'provoceren' en 'choqueren'. Wat is provocatie? De evocatie van de geest, toch? Het is juist mijn beroep geesten te evoceren, mensen naar huis te sturen met gedachten en redeneringen die ze nog niet kenden. Maar ik ben nog nooit aan een werk begonnen - noch als plastisch kunstenaar, noch als theatermaker - met het idee mensen te gaan choqueren. Dat is ook niet interessant.»

HUMO Na die plasscène zag ik je achteraan de zaal een sigaret opsteken - een postcoïtale?

FABRE «Eigenlijk mag ik in geen enkel Europees theater nog roken, maar goed: die avond was het fantastisch, hoe ze het alledrie simultaan meteen lieten gebeuren. 't Was pure poëzie: de toeschouwers zagen de fontein van het leven. Die ongelofelijke schoonheid was letterlijk een genot om te zien, en dat verdiende een sigaretje - tabak is mijn partner op goede momenten. Ik zag drie bijzondere topdanseressen die erin slaagden hun biologische lichaam onder controle te houden. Dat is niet zo simpel; lang voor de voorstelling moeten de danseressen al bezig zijn met plannen en regelen, en dan moeten ze nog op het juiste moment ontspanning in dat lichaam weten te vinden.»

HUMO Bewijst 'The Crying Body' niet dat een goede rode draad - why do you cry when it doesn't help? - toch tot een slechte voorstelling kan leiden?

FABRE «Je hebt nu al twee dingen genoemd die je mooi vond. Als ik je in anderhalf uur tijd twee keer kan raken, heb ik het nog zo slecht niet gedaan - zelfs al vind je de rest van de voorstelling niet goed...»

HUMO Je neemt me de woorden uit de mond.

FABRE «Hoe goed of slecht een voorstelling ook is, voor mij is essentieel: welke vragen heb ik mezelf gesteld? Welke antwoorden heb ik geformuleerd? Waar heb ik gefaald? Want wat werkt, succes heeft of algemeen aanvaard wordt, is niet zo interessant: ik ben in de loop der jaren heus wel genoeg vakman geworden om dat te weten. Dus neem ik risico's - en faal ik soms. 'The Crying Body' is een interessant en bijzonder werk, misschien is het zelfs een belangrijk werk; dat zal de tijd uitwijzen. Ik weet in elk geval dat 'De geschiedenis van de tranen' - dat ik volgend jaar in Avignon breng, en waar 'The Crying Body' een voorstudie van is - veel beter zal zijn.»

Gramschap

FABRE «Mensen die niks om schoonheid geven, maken me ongelofelijk woest. Daar kan ik zelfs fysiek ziek van zijn.»

HUMO Je staat bekend als driftkikker.

FABRE «Dat is weer één van die mythes, denk ik. Ik zit vol overgave en energie en verhef soms mijn stem, maar mijn medewerkers zullen vast bevestigen dat ik tamelijk fair ben.

»Na een negatieve recensie is woede wél mijn eerste reactie. Ik ben kwaad en ontgoocheld en wil graag met de recensent in discussie gaan om te weten waarom hij zoiets doms geschreven heeft, of hij het echt niet snapt, en waarom er geen respect meer is. Maar een paar uur later zit ik in Parijs of Londen en ben ik bezig met een tentoonstelling of moet ik me bezighouden met de proeven van een Zwitserse catalogus. Soms heb ik het zelfs zo druk dat ik er niet toe kom te lezen wat er allemaal over mij geschreven wordt.

»Ik ben vijfentwintig jaar bezig, ík kan de kritiek in de pers onderhand naast me neerleggen. Maar ik word nog altijd woest als mijn mensen worden aangevallen. Een voorbeeld. We gaan in Parijs in première met Lisbeth Gruwez, krijgen 's anderendaags overal goede kritieken, en bij de reprise besteedt Le Monde er nog eens twee pagina's aan omdat ze 't de allerbeste voorstelling van het afgelopen seizoen vinden. Dat meisje gaat in een vrolijke stemming terug naar huis - ze woont in Antwerpen - krijgt De Morgen onder ogen en belt me huilend op. Als ik zo'n fantastische performer hoor afzien, word ik kwaad. Ik heb haar gezegd dat ze de kritieken uit Le Monde en Le Figaro in haar tas moest stoppen, zodat ze ze kon tonen als iemand op café over de gazet van bij ons begon. Ze moest lachen, en het onheil was bezworen.»

HUMO Is woede een motor?

FABRE «Nee, woede is me te negatief. Als ik woedend ben, kan ik niet helder denken en dus niet creëren.

»Angst is veel meer een motor, want de essentie van angst is: onbekende terreinen betreden. Voor een wit blad papier zitten, voor een première staan - allemaal angst. Je vertrekt altijd van het idee dat je gaat falen, dat het niet goed zal zijn. Ik heb met mijn angsten leren leven: ik heb met ze allemaal gepraat, tot ze vrienden werden en ik ermee op stap kon.»

Nijd

FABRE «Jaloezie is me vreemd. Collega-kunstenaars het licht in de ogen niet gunnen is een Vlaams verschijnsel waar ik niks mee te maken wil hebben.»

HUMO Ben je jaloers op wetenschappers?

FABRE «Ik heb er wel ongelofelijk veel respect voor. Als een dag 48 uur langer duurde, zou ik me ook meer met wetenschappelijk onderzoek bezighouden. Met een paar wetenschappers heb ik geregeld contact - dat vind ik écht genieën. Dat zij in staat zijn de creaties van hun verbeelding wetenschappelijk te bewijzen, vind ik ongelofelijk spannend.

»In dit gebouw heb ik ruimte voor mijn beeldende kunst, voor mijn theater en voor mijn tijdschrift 'Janus'. Dit gebouw moet een laboratorium worden, waarbij het tijdschrift het denken van de rest bepaalt, en andersom. Mijn droom is hier ook een laboratorium voor wetenschappers te hebben, zodat ik echt biologische experimenten op mensen en dieren kan doen - voor de goede zaak, vanzelfsprekend.»

HUMO Ben je zelf een bron van nijd?

FABRE «Heel erg, en dan vooral in eigen land (zucht). Men heeft me hier een paar keer aangeboden theaterdirecteur te worden, maar dat heb ik altijd geweigerd en zo heb ik de nijd gewekt van collega's die wél die ambitie hadden. Men heeft het kennelijk nogal eens moeilijk met de vrijheid die ik verworven heb. Er was wrevel van in het prille begin: ten tijde van mijn eerste tentoonstellingen in Antwerpen zijn de ruiten van mijn auto een paar keer ingeslagen, en is mijn voordeur een keer of wat blauw geschilderd. Dat was beangstigend; ik ben toen kort na mekaar vier keer verhuisd.

»Ook in het buitenland voel ik onder collega's steeds vaker haat en nijd. Ik ben altijd een soort eenmansbeweging geweest en ben dus nooit in de mode geweest, maar ik heb intussen wel in alle grote musea mogen exposeren. Dat wekt dus jaloezie op. Ik ben ook de eerste kunstenaar die twee keer de Cour d'Honneur in Avignon gekregen heeft, met twee werken zelfs - dat is meer dan Pina Bausch of Maurice Béjart

HUMO Waarom heb je twee weken getwijfeld voor je dit interview toestond?

FABRE «Omdat ik wil dat mijn wérk in the picture staat, niet ikzelf. Ik heb het onderhand ook iets te vaak aan de stok gehad met dansers die vinden dat ze beter zijn dan mijn krijgers van de schoonheid, en met gefrustreerde kunstenaars die me komen vragen waarom Jan Hoet mij zo goed vindt en wat er dan zo fucking geniaal aan mij is. In zulke situaties hou ik mijn mond niet - en zo is het een paar keer tot een straatgevecht gekomen. Daarom heb ik ook een tijd mijn foto uit de Vlaamse pers proberen te houden; ik wilde niet meer herkend kunnen worden. En daarom heb ik ook over dit interview lang nagedacht en gediscussieerd met mijn medewerkers.»

HUMO Ik vreesde dat het te maken had met Leonard Nolens, die je er in HUMO  van beschuldigd heeft dat je in je theaterstuk 'De keizer van het verlies' zijn dagboek 'Stukken van mensen' geplagieerd had.

FABRE «Ik heb me daar nooit over willen uitspreken. Je weet hoe het gaat: als je uitgemaakt wordt voor moordenaar staat het in grote letters op de cover, maar als je het tegendeel kunt bewijzen krijg je een heel klein kolommetje binnenin. Ik was toen ook druk bezig aan drie tentoonstellingen in Italië, die voor mij veel belangrijker waren dan dat opgefokte gedoe.

»Binnenkort antwoord ik in mijn werk. We gaan 'De keizer van het verlies' opnieuw brengen, samen met een stuk dat ik over die kwestie geschreven heb: 'De koning van het plagiaat' - met dank aan de kop in HUMO  boven dat stuk met Nolens

HUMO Guy Mortier zal een factuurtje sturen.

FABRE «We hebben de tekst van 'De keizer van het verlies' uitvoerig uitgevlooid. Als het in boekvorm verschijnt, zal duidelijk aangegeven zijn wat ik bij Buñuel, Duchamp en allerlei Chinese wijzen gehaald heb - ook in 'Ik ben een fout' staan bij elk stuk de bronnen vermeld. Voor alle duidelijkheid: het dagboek van Leonard Nolens heb ik nooit gelezen. Maar zelfs al zou ik zijn hele bibliotheek overgeschreven hebben, dan nog kan me dat geen reet schelen - daar gíng het niet om.»

HUMO Suggereer je nu dat Nolens zelf Chinese wijzen geraadpleegd heeft?

FABRE « Ik weet dat ik het warm water niet heb uitgevonden. Ik besef dat ik constant leen uit de geschiedenis, dat ik besta bij gratie van al mijn schrijvende, denkende, kunst makende voorvaders. Ik zou dan ook nooit de pretentie hebben iemand anders van plagiaat te beschuldigen, hoewel andere kunstenaars ijverig gebruikmaken van zowel mijn beeldende werk als mijn theaterwerk.»

Traagheid

FABRE «Mijn vader zei me altijd: 'Jean, als ge proeft, proeft dan traag.' Dat is een enorme les geweest. Mijn grootste zorg is mezelf voortdurend te verplichten tráág te zijn. Dat lukt me wel, zij het beter 's nachts dan overdag.

»Ik heb nu eenmaal die drive, en ik zie niet in waarom ik die door de buitenwereld aan banden zou laten leggen. Ik weet dat het markttechnisch verstandig is amper vijf schilderijen per jaar aan het publiek te tonen of elk jaar maar één regie te doen, maar ik wil daar geen rekening mee houden. Ik heb jarenlang bic-tekeningen gemaakt, maar ik ben ermee gestopt toen men er wereldwijd op zat te wachten. Nu ook mijn scarabeeën overal bekend beginnen te worden, ben ik ermee aan het ophouden. Ik wil het spannend houden voor mezelf.

»Mijn grootste fout is wellicht dat ik het allemaal te graag doe; ik kan écht niet zonder - ik ben een soort hedendaagse mysticus, ik ben 24 uur per dag bezig met mijn kunst. Ik heb dat beseft toen ik een documentaire over Duke Ellington zag: hij trok van hotel naar hotel, zat 's nachts bij een glas whisky te tokkelen op zijn piano, en liet 's anderendaags aan zijn band horen wat hij gecomponeerd had - dat is mijn leven.»

HUMO Is er bij al dat creëren nog plaats voor bekommernis om pakweg de honger in de wereld?

FABRE «Ik héb sommige initiatieven heel concreet gesteund, maar het zou onnozel zijn die te noemen. Niet dat ik de wereld ga verbeteren in Afrika, ik probeer iets te doen in mijn directe omgeving. Zo zijn we niet toevallig neergestreken in de Seefhoek, een heel moeilijke buurt - geen van mijn collega's wilde hier komen zitten. Zij verkiezen de Bourla en grote, mooie theaters.

»Ik ben naar hier gekomen om deze buurt te helpen. Zo heb ik hier voorstellingen gespeeld - eigen werk, ik ben geen maatschappelijk assistent. Ik ga in deze verrechtste buurt ook op café met mijn krijgers van de schoonheid, en met andere kunstenaars die me komen opzoeken. We betrekken dan andere cafégangers bij onze gesprekken. Het doel is: mensen op een andere manier naar de werkelijkheid te laten kijken.»

HUMO Het Vlaams Blok is al een tegenoffensief begonnen; toen Filip Dewinter een woord van lof voor je werk overhad, schemerde de accaparerende strategie er zó doorheen.

FABRE «Filip Dewinter heeft de vrijheid mijn werk mooi te vinden - hopelijk helpt het ook hem op een andere manier naar de wereld te kijken.

»Ik denk dat hij heel goed weet dat ik geen sympathie voor zijn gedachtegoed heb. Ik ben één van de weinige kunstenaars die van in het begin kleur bekend hebben - altijd in interviews, ik heb er nooit expliciet mijn werk aan willen opofferen. Mijn werk is per definitie politiek, maar niet partijpolitiek: het gaat in tegen alles wat het individu onderdrukt of beschadigt, of niet openstaat voor het onbekende. Hopelijk kan mijn kantoor voor de buurt zijn wat het voor mijn medewerkers is: een soort laboratorium waarin mensen elkaar besmetten met ideeën en schoonheid.»

HUMO Dat laboratorium heb je Troubleyn gedoopt, de meisjesnaam van je moeder.

FABRE «Toen ik jaren geleden een vzw moest oprichten om subsidie aan te vragen, kwam ik bij Troubleyn uit. Niet alleen vind ik het een heel mooie naam, hij past ook bij mijn bezigheden: 'troubleyn' is 'trouw blijven' in het oud Vlaams. Dat is het helemaal: ik blijf trouw aan de schoonheid.»

HUMO Je bent meer verankerd in je familie dan dat: je moeder echoot in de opera 'The Minds of Helena Troubleyn', en ook je overleden broer Emile komt vaak in je werk terug.

FABRE «Je gaat als kunstenaar aan de slag met wat ongelofelijk belangrijk voor je is. In die zin geloof ik in een soort provinciale kunst. Ik heb in New York en Berlijn gewoond, maar niet toevallig ben ik altijd naar Antwerpen teruggekomen. Als ik al iemand geplagieerd heb, dan vooral mijn moeder en vader: hun fantasie en verbeelding heb ik eindeloos gekopieerd en nagebootst. In mijn jeugd ben ik getuige geweest van ongelofelijke tafelgesprekken: de ene dag was mijn moeder Cleopatra, de andere dag was ze door indianen gevangengenomen en ging mijn vader haar bevrijden. Soms speelden ze Humphrey Bogart en Lauren Bacall.

»Toen ik een klein manneke was, nam mijn vader me mee naar het Rubenshuis en legde hij me allerlei details in de schilderijen uit. Hij toonde me ook de Zoo en de botanische tuin, en maakte me wegwijs in de wereld van de plantkunde. Mijn moeder zette voor mij platen van Boris Vian op, en vertaalde teksten van Rimbaud en Verlaine.»

HUMO Je moeder kende je heel goed. Toen je naar New York vertrok, gaf ze je een boek van Boris Vian mee, met de opdracht: 'Mijn zoon, laat je talent geen wraak zijn op je lichaam.'

FABRE «Die woorden heb ik altijd in gedachten gehouden. Ik verzorg mijn lichaam goed. Ik doe al vijftien jaar kendo, ben ook al enkele maanden met yoga bezig. Ik vind het prettig elke morgen op te staan zonder me zorgen te hoeven maken om mijn lichaam. Zo kan ik me concentreren op het werk: met dat vreemde laboratorium dat mijn lichaam is, en dat ongelofelijke landschap dat mijn gezicht is.»

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: