Nix veranderd, Henny Vrienten (70) tourt weer met Doe Maar: 'Als ik erop terugkijk, stel ik vast dat ik alles te danken heb aan dat bandje. Aan die vijf jaar Doe Maar'

© ANDREAS TERLAAK

, door (jub)

25

'Mijn zoontje heeft me onlangs Drake laten horen: na drie maten viel ik in slaap'

Ik rij naar Amsterdam en ik neem mee: ‘Het allerbeste van Doe Maar live: top 20’. 46 jaar, wel een beetje raar: ik zing alle liedjes van voor naar achter mee. ‘Doe maar net alsof’, ‘Zoek het zelf maar uit’, ‘Okee’, ‘Pa’, en uiteraard de meisjesnamen in ‘1 nacht alleen’. ‘Sylvia, Jeannette, Natalie en Fiene / Elsje, Treesje, Truus, Babbette, Betsie en Sabine / Greet, Magreet, Margriet, Marie, Marije en Angeline / Wies, Marjan, Marjo, Marlyn en kleine Ti-i-ne.’ Ze komen er nog zo uitgerold, als vriendinnen van weleer. Het regent pijpenstelen, maar in mijn hart schijnt de zon.

Vrienten ontvangt me in zijn prachtige huis aan de Amsterdamse grachten. Op de benedenverdieping bevindt zich de studio waar hij na Doe Maar meer dan tweehonderd soundtracks componeerde, een handvol gesmaakte soloplaten schreef, en al meer dan twintig jaar lang liedjes schrijft voor Sesamstraat. Maar vandaag ligt de focus op Doe Maar, de band waarmee hij tussen 1980 en ’84 België en Nederland op z’n kop zette. Henny is bassen aan het testen, klanken aan het uitproberen voor de nakende tour. Voor het interview verhuizen we naar zijn imposante en voor 90 procent uit poëzie opgetrokken bibliotheek op de eerste verdieping.

HUMO Zitten de liedjes van Doe Maar nog vlot in de vingers?

Henny Vrienten «We spelen de laatste tijd veel vaker dan vroeger, dus het zit er allemaal nog. Sommige dingen gaan ook gewoon nooit weg: terwijl ik zit te denken van ‘hoe ging dat ook alweer?’ heeft mijn hand het al gevonden. Een spiergeheugen dat veertig jaar blijft hangen. Ik bereid me altijd goed voor op een Doe Maar-tournee, maar nu is het nog meer nodig, omdat we een heel lange, chronologisch opgebouwde set spelen met veel liedjes die we nooit live gespeeld hebben. Dingen die we niet aandurfden omdat ze te moeilijk waren. Maar nu dus wel, omdat we steeds beter spelen – al weet ik niet waaraan dat ligt.

»We moeten wat harder knokken om de machine geolied te houden, maar niemand van ons heeft artrose waardoor we onze gitaren niet meer kunnen vasthouden. Veel vrienden van mijn leeftijd zijn er niet meer, dus vind ik het sowieso een wonder dat we alle vier nog gezond zijn. En er nog zin in hebben, en – dit klinkt een beetje wollig en braaf – elkaar zonder voorbehoud liefhebben. Dat is altijd al zo geweest en het raakt nooit versleten. Iedere keer als we weer gaan spelen, wordt iedereen heel opgewonden. Ik ook.»

HUMO Vijf jaar geleden zei je in Humo: ‘Ik zie een grens: op mijn 70ste wil ik niet meer op de planken staan om ‘Pa’ of ‘Voordat de bom valt’ te zingen. Dat zou de schaamte voorbij zijn’. In juli ben je 70 geworden.

Vrienten «Ja, aan die schaamte ben ik dan blijkbaar netjes voorbij (lacht). Ik heb al zo veel uitspraken gedaan waarvan ik spijt heb. Ik ben ook altijd de eerste die na een tour zegt: ‘Jongens, dit was de laatste.’

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: