Hoe Dejan Veljkovic en Mogi Bayat iedereen in hun greep kregen. 'Zij geven je het gevoel dat je belangrijk bent, en voor je het beseft zit je in hun tentakels.'

© Photonews

, door (jha)

82

'Met Kerstmis bracht hij altijd een fles champagne, voor iederéén. En geen brol, maar het duurste merk'

Er was een tijd, niet langer dan een jaar of vijf geleden, dat journalisten en de Brusselse beau monde elkaar in het Constant Vanden Stockstadion van Anderlecht troffen aan de urinoirs tussen de perszaal en de eretribune. Na zo’n laatste plas voor een wedstrijd wrong ik me tussen Eddy Merckx en Roger Moens terug naar buiten, toen ik voor de perszaal staande werd gehouden door een medewerker van Het Laatste Nieuws. Hij stelde me voor aan de man met wie hij zo-even gemoedelijk aan de praat was geraakt: Dejan Veljkovic. De Servische spelersmakelaar – een oud-speler van Eendracht Aalst, die al 25 jaar in België woont, en uitstekend Nederlands spreekt – gaf een slap handje en glimlachte: ‘Jij bent een vriend van de coach.’

Die coach was Ariël Jacobs. Veljkovic vermoedde in hem mijn bron voor een artikel waarin hij wat onprettige dingen over Milan Jovanovic had gelezen. ‘Waaróm toch?’ Veljkovic had zijn landgenoot, die na enkele succesvolle jaren bij Standard op een zijspoor was beland bij Liverpool, op zijn 31ste nog aan een vorstelijk contract geholpen bij Anderlecht. Als tegenprestatie had hij Jonathan Legear voor veel geld verpatst aan Terek Grozny, een Tsjetsjeense club met een notoir misdadiger aan het hoofd. In één klap was het loon van Jovanovic terugbetaald. De blessuregevoelige aanvaller bleef niettemin een risicotransfer, die vooral de onrust moest wegnemen rond clubmanager Herman Van Holsbeeck, die bij de supporters onder vuur was komen te liggen.

Veljkovic en Jacobs lagen elkaar niet. Later, als trainer van Valenciennes, zou Jacobs door diezelfde medewerker van de krant uitgenodigd worden voor een etentje met Besnik Hasi, zijn voormalige assistent bij Anderlecht. ‘Er komen nog een paar vrienden.’ Jacobs haastte zich nog om een cadeautje voor Hasi, die kort voordien voor de derde keer vader was geworden. Toen hij de deur van het restaurant opende, herkende hij de overige gasten: Veljkovic en de chef voetbal van Het Laatste Nieuws. Jacobs voelde zich in de val gelokt. Toen Jovanovic nog bij Anderlecht speelde en Jacobs er zijn coach was, werden krantenstukjes al bij de speler thuis op de bank getikt.

Toen ik die bewuste avond in het Vanden Stockstadion Veljkovic daarmee confronteerde, gaf hij geen krimp. Minzaam glimlachend legde hij zijn arm om mijn schouder: ‘Waarom kom je er niet bij? Join the club.’

Ik zou Veljkovic later nog een tweede keer de hand schudden. Na een Lokeren-Anderlecht, in het zaaltje waar beide clubbesturen even voordien hadden getafeld. Het al uitgedunde gezelschap bestond nog uit de teammanager van Lierse SK en zijn vrouw, en de secretaresse van Van Holsbeeck met haar toenmalige echtgenoot. Het was Veljkovic – jarenlang de huismakelaar van Lokeren – die als een charmante gastheer de glazen liet bijvullen. Over voetbal ging het al lang niet meer, wel over zijn buitenverblijf aan de Turkse Rivièra. Wilde de teammanager er eens tussenuit? Eén telefoontje en de sleutel lag klaar.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: