De Wonderjaren van Tourist LeMC: 'Op mijn eerste concert was er twee man. Het trok op geen kloten, maar het was een droom die uitkwam'

© Carmen De Vos

, door (fvd)

805

'Ik ben heel lang een onzekere jongen geweest. Ik heb de toekomst nooit rooskleurig ingezien'

De Seefhoek, een traditioneel arme arbeiderswijk, heeft sinjoren als Willy Vandersteen, Rik Coppens en Panamarenko voortgebracht, en was ook de achtergrond voor de Wonderjaren van Johannes Faes. De buurt wordt al enkele jaren met succes geduid op zijn platen – ‘Antwerps testament’, ‘En route’ en nu ook op ‘We begrijpen mekaar’ – zodat we de weg naar het De Coninckplein, het hart van de Seefhoek, blindelings weten te vinden.

Johannes Faes (34) «Ik was 6 toen we in de Seefhoek zijn komen wonen. Er was net een enorme stadsvlucht aan de gang, veel Belgische gezinnen trokken naar de stadsrand. Het wás al een redelijk multiculturele wijk, en ineens kwam er nog veel meer nieuw volk bij. De Belgische bewoners zaagden daarover, en de allochtonen die hier al woonden, zaagden óók: ‘Kunnen die nieuwe gasten het eens afbollen? Ze geven ons een slechte naam.’

»Ik had een zorgeloze kindertijd. Mijn vader was leerkracht en mijn moeder verpleegster. We behoorden dus tot de normale middenklasse. Af en toe hoorde ik weleens dat het geld op was vóór het einde van de maand, maar ik heb altijd eten op mijn bord gekregen en ik werd goed gesoigneerd.

»Bijna elke vakantie gingen we naar het huisje van mijn bobonne in het zuiden van Frankrijk. In de buurt van Perpignan, tussen de zee en de bergen. In de zomer en soms ook met kerst. Dat is mijn tweede thuis geworden. Nu ga ik ernaartoe met mijn zoon Gabriël, de cirkel is rond.

»Voor andere reisbestemmingen hadden we geen geld, maar ik hoef de wereld niet rond te reizen. Ik weet dat het tegenwoordig een rage is om op zoveel mogelijk plekken geweest te zijn, maar ik ben al een reiziger in mijn geest en in mijn dromen, meer moet dat niet zijn. Ik voelde me al bevoorrecht dat we überhaupt naar Frankrijk gingen, de meeste jongens in mijn omgeving bleven gewoon thuis.»

HUMO Daar gaat ‘Tramontane’ over, een nummer op ‘We begrijpen mekaar’?

Faes «Inderdaad. Een nummer over mijn band met en gevoel bij Zuid-Frankrijk, en alle tijd die we daar hebben doorgebracht. Ik wou ‘Tramontane’ eigenlijk al schrijven toen ik net was begonnen met muziek, maar nu pas heb ik de insteek gevonden die nodig was om er een goed nummer van te maken.»

HUMO Is de voordeur op de hoes van ‘We begrijpen mekaar’ willekeurig gekozen of, passend voor een erg persoonlijke plaat als deze, uit het leven gegrepen?

Faes (schouderophalend) «Het was vooral een esthetische keuze. Het is geen deur van een huis waar ik ooit gewoond heb of zo. Maar wie straks een album koopt, zal zien dat er zes foto’s bij zitten, zodat iedereen zijn eigen cover kan creëren. Er zit onder meer een foto bij van een paar havenarbeiders, één van spelende jongeren, maar ook één waarop ik poseer met vrienden...»

'Af en toe hoorde ik weleens dat het geld op was vóór het einde van de maand, maar ik heb altijd eten op mijn bord gekregen'

HUMO Echte vrienden, of ook een esthetische keuze?

Faes «Ja, ja, echte vrienden. We hebben geprobeerd om met die foto’s linken met de plaat in beeld te brengen. En ook om ’t stad een beetje in kaart te brengen.»

HUMO In de Seefhoek leefde je als kind ‘Tussen kaerk en moskee / Tussen voedselpakketten en ’t OCMW / Tussen d’Arabische wijk en den Oêstblokcoté’. Had elke bevolkingsgroep zijn territorium?

Faes «Min of meer. De Handelsstraat was van de Arabieren. In de Van Kerckhovenstraat zat het vol Turken en Oostblokkers. En op het De Coninckplein had je vroeger alleen maar Afrikaanse danscafés. Als mijn vrienden en ik hier passeerden om naar het centrum te gaan, was het altijd ambiance. Zeker ’s avonds: het was donker, de mensen hadden iets gedronken... Ik heb er de leukste feestjes en de hevigste gevechten gezien.»

HUMO Wie in de buurt is van waar gevochten wordt, heeft meer kans om in de klappen te delen.

Faes «Als er veel stront op straat ligt, trap je er makkelijker in, ja. De problemen hebben mij een paar keer opgezocht. Weet je wat steaming is? Mensen rippen. Afdreigen met geweld. ‘Geef mij uw geld of ge krijgt een paar boksen.’ Dat heb ik een paar keer meegemaakt, maar nooit dramatisch. Ik heb er geen trauma aan overgehouden. (Droog) Ik had ook het geluk dat ik nooit iets op zak had.»

HUMO Je bent naar Hoboken verhuisd, maar op welke manier zit de Seefhoek nog in jou?

Faes (schouderophalend) «Ik had vroeger al een chronische identiteitscrisis, en dat is er nooit uitgegaan. Ik ben opgegroeid als Belg tussen de Marokkanen, en als Marokkanenvriendje tussen de Belgen. Ik heb dat nooit als iets negatiefs ervaren – hier was veel kleur, and I loved it. Die diversiteit, dat andere perspectief, die gedeelde trots over de stad, dat is een meerwaarde. Het verplicht je na te denken over je eigen cultuur en die van een ander, en de maatschappij waarin je samen moet leven. Ik heb er een duurzame en gezonde zelfrelativering aan overgehouden.

»Mijn beste vriend was van Marokkaanse origine. Onze verschillende achtergrond speelde nooit een rol, wij waren naar elkaar toegegroeid. En samen hadden we het over ‘die bruin mannen’ en ‘die Belgen’, alsof we tot geen van beide groepen behoorden.»

HUMO Je bent een chronische buitenstaander, een toerist in eigen stad, zing je.

Faes «Ik heb me nooit zo hard een buitenstaander gevoeld als toen ik in het vierde middelbaar naar een school in Wijnegem ben gegaan. Mijn moeder had het gevoel dat het fout met mij zou aflopen als ik te veel in onze wijk en in de stad bleef hangen. Ik was het toen ook aan het uithangen op school. Misschien was die verandering wel nodig.

»Op mijn nieuwe school had je vooral de blanke jeugd van de suburbs, en daar was ik het stadsgastje. Maar ik kon er vrij makkelijk aarden. Het besef dat mensen zo fel van elkaar kunnen verschillen, alleen maar omdat ze in andere omstandigheden zijn opgegroeid, heb ik altijd fascinerend gevonden.»

HUMO Waar was je moeder precies bezorgd over?

Faes «Ik was een hangjongere, maar dan zonder de slechte connotatie. Je hebt op straat ook jongeren die leuke dingen doen, hè. Babbelen op een bankje, voetballen... Maar goed, ik was me de attitude van de straat eigen beginnen te maken. Ik sprak ook steeds meer het gebroken Nederlands van de allochtonen – ik denk dat mijn ouders dat confronterend vonden. Mijn broers hadden dat veel minder.»

HUMO Clichés als ‘Ik weet uw huis wonen’ of ‘Stap uit die fiets’?

Faes «Dat soort grappige kromtaal is van na mijn tijd, denk ik. Nee, ik vulde mijn woordenschat aan met veel Arabische woordjes. Ik ben heel beïnvloedbaar, zeker op het vlak van taal. Als je mij een week tussen West-Vlamingen zet, zal ik ook snel verkeerde klanken absorberen.»

HUMO Was je op school vooral geïnteresseerd in talen? In je teksten zitten Arabische invloeden, en soms Franse. Je noemt jezelf soms Ristou: ‘Tourist’, met de lettergrepen omgekeerd – een typisch Frans taalspelletje, zoals Stromae een omkering van Maestro is.

Faes «Ik spreek graag Frans, maar ik heb de taal vooral geleerd door naar Franstalige songs te luisteren. Er was op school weinig dat ik graag deed. Dat lag niet aan mijn leerkrachten, ik ben nu eenmaal zo’n gast die moeilijk ergens enthousiast over te krijgen is. Ik sta er vaak van te kijken hoe anderen zich gek kunnen laten maken door één of ander evenement. (Denkt na) De uitzondering is voetbal. Zeker als ik naar den Antwerp ga. Dan verander ik in een soort baviaan, een oermens die springt en vloekt en brult.»

HUMO ‘Wij zijn geen ratten’ is een nummer op ‘Antwerps testament’, en een verwijzing naar de rivaliteit met de Beerschot-supporters.

Faes «Mijn vader nam me al mee naar het stadion toen ik nog een klein drolleke was. Dat was in de periode na de Europacup II-finale in Wembley in 1993, toen er bij zo goed als elke thuismatch gevochten werd. De politie stond daar in vol ornaat, stoeltjes werden losgerukt en naar beneden gegooid... Van de matchen zelf is me niets bijgebleven, maar het geweld herinner ik me nog heel goed (lacht). Al vertrokken we wel als het té heftig werd. Ik heb er een soort stamgevoel aan overgehouden.»

HUMO Een geestelijke verbondenheid met de andere supporters?

Faes «Zeer zeker. Mijn grootvader was ook supporter, en een paar van mijn nonkels gaan ook kijken. Dat creëert een band met mijn voorouders. Eén van mijn bomma’s kwam trouwens uit een Beerschot-familie. Ze is van kamp veranderd toen ze met mijn grootvader trouwde. Al goed dat het niet andersom was! (Schudt het hoofd) Jongens toch, stel je voor...»

'Ik ben opgegroeid als Belg tussen de Marokkanen, en als Marokkanenvriendje tussen de Belgen'

Tipsy en stoned

HUMO Je bent de derde van vier broers. Hebben de oudste twee het pad geëffend?

Faes «Ja. Ik heb nooit veel ruziegemaakt met mijn ouders. Niet dat we het altijd met elkaar eens waren, maar ik had via mijn broers al geleerd hoe je ruzies kunt vermijden. Zij waren nochtans allesbehalve probleemkinderen, maar ze hadden alle voorhoedegevechten al gestreden. Zij hebben het me comfortabel gemaakt.»

HUMO Die broers waren ook je eerste crew.

Faes «Door hen ben ik in hiphop geïnteresseerd geraakt. De kiem was een feestje van de scouts, waarop de ouders waren uitgenodigd. Mijn broers en hun vrienden waren daar ook. In hun tijd droegen hiphoppers nog hoodies en heel laag hangende Carhartt-broeken, en één van mijn broers had dreadlocks. Toen op dat feestje ineens ‘I Got 5 on It’ van Luniz – toen heel hot – werd gedraaid, sprongen alle hiphopmannen overeind. Ze begonnen zo heftig te shaken dat elke ouder zich afvroeg: ‘Wat gebeurt híér?’

»Die blik in de ogen van iedereen die niets van hiphop snapte, is me altijd bijgebleven. Ik heb daarna veel hiphopcassettes van mijn broers geërfd en grijsgedraaid. Wu-Tang Clan en Lost Boyz en zo, maar ook veel Franse artiesten, zoals La Fonky Family en IAM. De Franse hiphop sprak ons veel meer aan dan de Amerikaanse, omdat hun verhalen minder ver van ons bed waren. En omdat in de achtergestelde wijken in Frankrijk hetzelfde volk woonde als bij ons, dus vooral Arabieren. Stuivenberg was, zeker toen, grauw en vuil. Overal lag afval. De buurt ádemde hiphop.

»Ik begon zelf teksten te schrijven vanaf mijn 16de, maar het heeft jaren geduurd voor er iets deftigs uit voortkwam. Ik liet me erg beïnvloeden door andere hiphoppers en prachtig foute folkgroepen als Katastroof. Hun ‘Zuipe’ en ‘De man is minderwaardig’ waren echt klassiekers bij ons. Pas toen ik mezelf een beetje had gevonden – ik was al een twintiger – begon ik beter te schrijven. Ik was 27 toen ‘Antwerps testament’, mijn eerste plaat, uitkwam.»

HUMO In ‘Triestige plant’, een ouder nummer dat je samen met Katastroof hebt opgenomen, klinkt het: ‘Al zit ik op café gezellig / Worre kik melancholiek / Ik kap gin pintjes mor mizeren in’. Je drinkt geen alcohol meer.

Faes «Als jongere had ik nooit veel nodig om tipsy of stoned te worden. Zeker op mijn 13de had ik daar nog geen controle over, waardoor ik redelijk vaak over de schreef ging. Ik ben wel pas een paar jaar geleden gestopt met drinken, omdat ik de dag erna steeds langer moest recupereren en omdat het niet goed is voor de stem, dus niet uit principe of zo. De kans is groot dat ik er op een dag opnieuw mee begin.

»In navolging van mijn broers zat ik bij de scouts, en daar leer je veel, zoals drinken en jointjes roken (lacht). In de media lees je soms berichten dat allochtonen de weg naar de jeugdbeweging niet vinden, maar bij ons viel dat best mee. Er was kleur, en er waren vooral veel sociale verschillen. Ik had het gevoel dat de scouts in de Seefhoek de functie van een jeugdhuis had. De vereniging diende voor een deel om de jeugd van de straat te houden.»

HUMO Elke scout krijgt een totemnaam die past bij zijn of haar karakter. Die van premier Charles Michel was Volhoudend Veulen, Tine Embrechts was Open-minded Zeehond en Bart Tommelein Roekeloze Buizerd. Wat was de jouwe?

Faes «Aanhankelijke Gibbon. Aanhankelijk, omdat ik een volgzaam type was, een meeloper. Niet flatterend, maar echt erg vond ik het niet. Daarnaast was ik een luidruchtige aap, met een iets te grote mond.

»Wouter, alias de schele van Discobaar A Moeder, was toen mijn leider. We kwamen uit dezelfde buurt en gingen naar dezelfde cafés. Ik kom hem nog vaak tegen.»

HUMO Had je als kind ook niet-muzikale helden?

Faes «Ik was zwaar onder de indruk van de film ‘Gandhi’, die we op school hebben gezien. Hoe die man volkeren en verschillende achtergronden kon verenigen, dat vond ik straf.

»Bij de meeste Belgen is de zin voor religie uitgedoofd, maar bij moslims leeft het nog. En omdat ik tussen de Marokkanen ben opgegroeid, heb ik altijd veel over spiritualiteit en geloof gebabbeld. Misschien sprak die film mij daarom zo aan.»

HUMO Ben je zelf gelovig, of het geweest?

Faes «Nee. Ik heb wel mijn communie gedaan. En wat ik ook altijd plezant vond, was het avondlied bij de scouts. Eigenlijk is dat een muzikaal gebed dat je voor het slapengaan zingt, een kalmtemomentje. Muziek kan positieve vibes doen ontstaan. Ik zing het nu nog altijd voor mijn zoontje, voor het slapengaan. Met mijn band hebben we het tijdens onze vorige tournee ook vaak backstage gezongen. Als iemand toevallig voorbijkwam, trokken we hem mee in de kring. Daan en Stef Kamil Carlens, bijvoorbeeld (lachje).

»Muziek is mijn religie.»

Armoedetoerisme HUMO Ging je in je begindagen echt ‘rappen voor ne cola’, zoals je in ‘Verhalen van de wijk’ zingt?

Faes «Zo ging het lang, ja. Of ik kreeg drankbonnetjes. Af en toe kreeg ik ook eens zakgeld voor een optreden. Niet veel, maar zelfs dat kleine beetje vond ik al crazy. Ik wilde sowieso niets liever dan op een podium staan. Dat ik er ook geld voor kreeg, was bijna te veel van het goede. Maar het motiveerde me om ermee door te gaan.»

HUMO Waar verdiende je in die tijd dan je geld mee?

Faes «Mijn bangelijkste vakantiejob was bij Pizza Hut, een prachtige tijd. Ik had net mijn rijbewijs gehaald, en plots mocht ik elke avond met een brommertje door de oude, mooi verlichte stad rijden. Als ik in de Seefhoek passeerde, sprong ik altijd even thuis binnen. Ik reed toch door alle rode lichten, dus ik had altijd een paar minuten over (lacht). Ik ben wel een paar keer uitgegleden en ik heb een paar bijna-doodervaringen gehad. Goed dat ik er na een paar jaar mee ben gestopt. Maar zolang het duurde, heb ik ervan genoten. Af en toe een stukje pizza eten, rondtuffen en bij de mensen aankloppen: ik vond dat fantastisch.

»Eén keer heb ik een pizza afgeleverd bij Gert Verhulst. Hij sprak heel plat Antwerps, en ik weet nog dat ik dat raar vond: die mens van ‘Samson en Gert’ klonk op tv zo beschaafd (lachje).»

HUMO Een rocker koopt met zijn eerste centen vaak een eerste goede gitaar. Had jij al vroeg een deftige microfoon?

Faes «Nee. Mijn eerste microfoon, die ik lang heb gebruikt, was van Playmobil. Echt waar. Ik had geen geld voor iets beters. Op mijn 18de heb ik een echte microfoon gekocht. Die heb ik nog steeds, maar ik hecht er geen emotionele waarde aan. Ik hecht me aan heel weinig materiële dingen. Dat ik tijdens één van mijn verhuizingen al mijn cassettes heb weggegooid, vind ik wél spijtig. Ik had bijvoorbeeld een verzameling cassettes met sprookjes, die ik als kind ’s avonds opzette om bij in slaap te vallen. Erg jammer dat ik die nu niet meer heb voor mijn zoontje.»

HUMO Waar gingen je allereerste songs over?

Faes «Eén van mijn eerste nummers heette simpelweg ‘Stuivenberg’, een protestlied over onze wijk. Ik maakte me daarin druk over de flikken – toen dé vijand, een populair thema in hiphop – hoewel ik nog nooit problemen met de politie had gehad. Een ander liedje was ‘Buurt in zicht’, over de uitstapjes die in die tijd voor toeristen werden georganiseerd, waarbij een gids hen door onze wijk loodste. Er staan in de Seefhoek weinig belangrijke monumenten of dingen die je gezien moet hebben. Eigenlijk was dat armoedetoerisme.»

HUMO Als hier over dertig jaar Tourist LeMC-tochten worden georganiseerd, welke haltes mag de gids dan niet over het hoofd zien?

Faes (schouderophalend) «Ze mogen hier beginnen, aan het De Coninckplein, omdat dat het centrum van de buurt is. Daarnaast was vooral de Handelsstraat dé straat van mijn vrienden en mij: daar dronken we onze munttheetjes. Onze pinten dronken we een beetje verder, in De Kroon, ons stamcafé. Maar ik ben een echte sinjoor, en een chauvinist, en dus mag de gids van mij ook langs de oude stad passeren. De Bosuil is de perfecte eindhalte: in het stadion van den Antwerp heb ik mijn halve jeugd doorgebracht.»

HUMO Kies je geen locatie die specifiek met je carrière als rapper te maken heeft? Het eerste zaaltje waar je ooit hebt opgetreden?

Faes «Ik weet niet eens meer waar dat was. Wel dat er twee man en een paardenkop stond te kijken, en dat ik het beste van mezelf gaf op een krakkemikkig podium. Het trok op geen kloten, maar het was een droom die uitkwam. Mijn eerste optredens waren altijd hier in de buurt. Men probeerde de jongeren toen al actief kansen te geven, en daar kon ik mee van genieten. Als beginnende rapper die over de eigen wijk zong, had ik een streepje voor.»

'Ik ben pas een paar jaar geleden gestopt met drinken. Niet uit principe of zo, maar omdat ik steeds langer moest recupereren. En omdat het niet goed is voor de stem'

 

HUMO De wijk was in 1988 berucht geworden nadat ‘Panorama’ er een aflevering had gedraaid over het Vlaams Blok, dat groot werd in de Seefhoek. Veranderde de sfeer toen het de populairste partij van de stad werd?

Faes (denkt na) «Tricky vraag. De Seefhoek is altijd een volkse buurt geweest. Ik bedoel: bevolkt door de lagere middenklasse en de onderklasse. Arm volk, gepeupel. In de jaren 80 en 90 fixeerden de media zich er heel erg op. De Seefhoek werd bijna elke dag afgeschilderd als een probleemwijk, een beetje zoals Borgerhout vandaag. Het Vlaams Blok profiteerde daarvan, omdat het gemakkelijk is om iemand die anders is de schuld te geven. Maar honderd jaar geleden, toen hier alleen blanken woonden, kende de Seefhoek óók al problemen. Dat is goed gedocumenteerd: veel straatlawaai, vechtclubs, straten waar de politie niet durfde te komen. Zoveel zotter is het sindsdien niet geworden.

»Ergens snap ik wel waarom mensen op het Vlaams Blok gingen stemmen. Je woont je hele leven in de wijk en plots zie je die compleet veranderen: ik kan me voorstellen dat je daar radeloos van wordt. En wie het gevoel heeft dat hij niet wordt gehoord, gelooft soms graag wat populisten verkondigen. Er stemmen ook allochtonen op het Vlaams Blok of op andere rechtse partijen, hè.»

HUMO Heb je de afgelopen verkiezingscampagne in Antwerpen met aandacht gevolgd? ’t Was bits en er werd vaak op de man gespeeld. Ging het naar jouw zin genoeg over de stad zelf?

Faes «Ik heb het proberen te volgen, ja. Uiteindelijk moet een mens toch nog altijd zijn stem uitbrengen. Maar ik had weer het gevoel dat ik vaak heb bij politici: dat ze je allemaal naar de mond proberen te praten. Nadat De Standaard met de actie CurieuzeNeuzen het thema van de schone lucht had opgeworpen, sprong ineens iedereen erop. Dan word ik achterdochtig. Het lag er veel te dik op, waardoor ik op den duur niets meer geloof. Allemaal proberen ze het volk naar de mond te praten, in plaats van gewoon integer aan hun eigen programma vast te houden.»

HUMO Veel van je nummers gaan over verdraagzaamheid, het zit ook al in de titel ‘We begrijpen mekaar’. Ondervind je dat je daardoor vaak, en tegen je zin, in een bepaalde politieke hoek geduwd wordt?

Faes «Nee, ik heb daar weinig last van. Kijk, mensen staan sowieso met een bepaalde visie in het leven, mijn muziek gaat daar niets aan veranderen. Wie links is, gaat zich in mijn songs misschien bevestigd zien. En wie rechts is waarschijnlijk ook. Ik probeer me afzijdig te houden van alle politiek. Ik spreek voor iedereen. Uiteindelijk moeten we het toch samen doen. Daarin schuilt ook de boodschap van deze plaat: ‘Allemaal samen maken we de ziel uit van de stad.’»

'Mijn eerste microfoon was van Playmobil. Ik had geen geld voor iets beters. Pas op mijn 18de heb ik een echte gekocht'

Poepjes ruiken

HUMO Had je als kind talenten waarmee je nu niets meer doet?

Faes «Eén van mijn voetbaltrainers heeft eens gezegd: ‘Johannes, jij zou echt iets kunnen bereiken in het voetbal, maar dan moet je stoppen met roken.’ Ik heb niet naar hem geluisterd, maar ik vond het een mooi compliment. Ik was geen supertalent, maar als ik het ernstig had genomen, had ik misschien iets kunnen betekenen in de laagste profklasse of zo.»

HUMO Heb je ooit overwogen om in de voetsporen van je vader te stappen en les te geven?

Faes «Dikwijls. Ook al omdat er weinig verschil is met rappen: je babbelt voor een groep mensen die je iets wilt bijbrengen. Ik heb uiteindelijk maatschappelijk werk gestudeerd. Grotendeels omdat ik niet wist wat ik anders wilde doen, en omdat het mij een brede, algemene richting leek. Mijn droom was wel om geld te verdienen met mijn liedjes, maar ik was realistisch genoeg om te beseffen dat weinigen daarin slagen.

»Veel mensen uit mijn omgeving zijn vroeg met de school gestopt, in de bak beland of aan de drugs geraakt. Dat heeft me gestimuleerd om voort te studeren. Mijn eerste job was in een centrum voor delinquente jongeren: daar heb ik er veel uit mijn buurt zien passeren.»

HUMO Hoe was dat?

Faes «In het begin vooral raar. Ik zag daar vooral jongens in wie ik mezelf veel te goed herkende. Ik babbelde en gedroeg me op precies dezelfde manier, terwijl ik werd geacht hen te begeleiden. Toen heb ik beseft: het wordt tijd dat ik me een professionele attitude aanmeet. Ik ben heel lang een onzekere jongen geweest, iemand die niet goed wist wat hij met zichzelf moest aanvangen, maar toen heb ik een paar duidelijke keuzes voor mezelf gemaakt.»

HUMO ‘Is het hopeloos te blijven hopen of / Leg ik me neer als misantroop’, zing je in de hit ‘Horizon’. Je was als kind al een doemdenker.

Faes «Ja. Ik heb de toekomst nooit rooskleurig ingezien. Ik heb een melancholische ziel, en voor de duidelijkheid: dat is niet hetzelfde als nostalgie. Ik denk niet dat het vroeger allemaal beter was, integendeel. Ik heb een prachtige jeugd gehad, en mijn ouders zijn er goed in geslaagd mij een warm nest te bieden. Maar ik ben blij waar ik nu sta, ik zou niet terug willen.

»Doemdenken is niet slecht, integendeel. Ik weet dat het nu een rage is om alles heel positief te bekijken, maar dan ben je de shit aan het negeren. Er gebeuren nu eenmaal te veel negatieve dingen die ons bedreigen, gelukkig nu nog vanop een afstand. Tegelijk ben ik ervan overtuigd dat je als mens, óók als doemdenker, wel moet blijven hopen dat het ooit beter wordt.»

HUMO Laten we eindigen bij het begin: wat is je allervroegste herinnering?

Faes «Een moment in de kleuterklas: ik had een scheetje gelaten, en meteen daarna hoorde ik de juf zeggen: ‘Wie heeft dat gedaan? Kom, we gaan aan alle poepjes ruiken.’ Ik weet nog dat ik dacht: ‘Fuck! Wat nu?’ Dat ik meteen daarna heel casual tegen een muur ging leunen, herinner ik me vreemd genoeg ook nog. Dat is toevallig het eerste wat ik me voor de geest kan halen, maar het is geen mijlpaal in mijn leven of zo (lacht).»

‘We begrijpen mekaar’ verschijnt op 8 november bij Universal. Tourist LeMC speelt op 18 januari in de Lotto Arena. Info & tickets: teleticketservice.com.

Humo 4078/44 van 30 oktober 2018

Dit artikel verscheen in:

HUMO van maandag 29 oktober 2018

Lees alle reportages

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: