Dwarskijker over 'Danny in de buitenwijken', 'Voor de zonden van de vaders' en 'De ideale wereld': 'Welriekend darmgas met lavendel'

, door (rv)

27

Danny in de buitenwijken

Canvas – 30 oktober – 186.205 kijkers

Al te empathisch tv-kijken: ik wil het vaak niet, maar het is sterker dan mezelf. Ik verplaats me nogal snel in andermans narigheid en ontbering, waardoor ik me er soms voor schaam dat ik over het algemeen nog steeds niet te klagen heb en de energiefactuur kan betalen. Steeds meer verlang ik naar koele onbewogenheid, misschien wel naar een zekere onverschilligheid, mentale overlevingstactieken waar ik alsnog veel minder goed in ben dan ik zou willen.

Die dinsdag had ‘Terzake’ het in één vloeiende beweging over de treurige Midden-Amerikaanse vluchtelingenkaravaan die, met het oog op een menswaardig bestaan, in de richting van de Mexicaans-Amerikaanse grens sjokte. De halfgeletterde maar daarom niet minder fascistoïde Trump stuurde een troepenmacht naar de grens waar ooit zijn muur zal oprijzen. Met dat zwaarbewapende en schietklare welkomstcomité wilde hij de tussentijdse Congresverkiezingen te zijnen gunste beïnvloeden. Vervolgens zei bioloog Dirk Draulans dat de mens, zoals hij nu de planeet aan het verzieken is, even schadelijk is als de meteorietinslag die 65 miljoen jaar geleden een punt zette achter het tijdperk van de dinosauriërs. Waarna we bij monde van correspondent Frank Renout vernamen dat in Frankrijk om de vier dagen een holebi grondig wordt vertimmerd door geteisem dat het niet zo nauw neemt met égalité, fraternité en liberté en vast nauwelijks weet wat die woorden betekenen.

Mijn gebutste mensbeeld liep nog maar eens een deukje op. Waarna het tijd was om me op ‘Danny in de buitenwijken’ in te stellen. Danny Ghosen is een vasthoudende verslaggever van het type horzel, die zich in dit programma in achterstandswijken waagt waar je beter wegblijft als je er niet hoeft te wonen. En als je er woont, ontsnap je er meestal niet meer aan. Ik weet niet precies of Danny Ghosen onverschrokken is, dan wel roekeloos. Maar in ieder geval deinst hij, hoewel klein van stuk, voor niets of niemand terug. Om de toon van deze aflevering te zetten, zei hij aan een voorbijganger in hartje Dublin dat hij met z’n cameraploeg in de noordelijke buitenwijk Darndale ging rondkijken. ‘Niet doen!’ zei die man onmiddellijk. ‘Voor je het goed en wel beseft, hebben ze er je camera al een keer of drie doorverkocht.’ Darndale was één uitzichtloze woon- en hangplek voor boefjes, professionele uitkeringstrekkers, heroïne- en methadonverslaafden en de bijbehorende drugsdealers, autodieven, draaideurcriminelen en algehele desperado’s van vader op zoon. Bijna niemand rekende op beterschap, de plaatselijke overheid kennelijk nog het minst.

Courante tijdpasseringen in Darndale waren armoe lijden, drugsverslavingen onderhouden, elke dag je dosis methadon ophalen, zuipen, elkaar niet geheel ten onrechte voor schorem uitmaken, raggen met steigerende brommers en gek genoeg ook paardrijden. In deze voorstedelijke omgeving, die nergens aan het Ierse platteland deed denken, had menigeen een paard. In draf in een sulky over de autoweg snellen was er geen ongewoon gezicht: een poëtisch beeld op een plek waar je niet op poëzie bedacht bent. ‘Had ik dit paard niet,’ zei een jongen al roskammend, ‘dan zat ik in de misdaad.’

Een lichtpuntje in het donker van Darndale is het vlammetje van de aansteker waarmee de junk zijn lepel horse opwarmt, maar toch doet Danny Ghosen in elke aflevering van zijn navrante programma moeite om een glimp van hoop te laten zien. Het straatleven in die wijk was zowel overdag als ’s nachts een mannenaangelegenheid. Binnenshuis probeerden de vrouwen, die volgens optimisten de betere soort zouden zijn, er nog iets van te maken door hun kinderen zo goed en zo kwaad als dat ging voor de boze buitenwereld te vrijwaren. Een vrouw van goede wil beijverde zich voor een dansschool, waar ze jonge meisjes aan een gevoel van eigenwaarde probeerde te helpen. Danny Ghosen trok in Darndale ook met een jongeman op die door middel van mixed martial arts aan de geïnstitutionaliseerde kansarmoede probeerde te ontkomen. Toen hij jonger was, had hij ‘gezeten’, maar hij was sindsdien ten goede veranderd, zei hij. Hij ging er zelfs van uit dat een beter leven nabij was. Na een snoeiharde training, een uitputtingsslag, moest hij herhaaldelijk braken en zijn hart maakte volgens hem rare sprongen: bepaald een desperaat beeld.

Voor de zonden van de vaders

Canvas – 30 oktober – 169.311 kijkers

Na ‘Danny in de buitenwijken’ vond Canvas dat we aan ‘Voor de zonden van de vaders’ toe waren, de eerste aflevering van een drieluik van Rudi Vranckx. Eerder op de avond was hij bij Martine Tanghe in het journaal opgedoken: als hij zijn kogelwerend vest niet draagt, dan kun je er donder op zeggen dat hij aan het pitchen is. Dat pitchen, een werkwoord dat het Nederlands niet verrijkt, maakt nog geen meesterwerk van een gedegen televisieprogramma.

In het activistisch getinte ‘Voor de zonden van de vaders’ is de vraag ‘Mogen kinderen van Belgische Syriëgangers en IS-bruiden terugkeren naar België?’ prominent, en het antwoord daarop zou, als we ons dan toch op beschaving laten voorstaan, nogal voor de hand moeten liggen: ‘Ja. Onmiddellijk.’ Hun grootmoeders staan te springen om die bloedjes liefdevol op te vangen. Die vrouwen, aimabele, openhartige en ook wel gekwelde moslima’s, minimaliseerden de religieus geïnspireerde keuze van hun zoons en dochters niet. Integendeel. Wat hun man daarover denkt, en waar die uithing, kwamen we niet te weten, want hun echtgenoten vertoonden zich niet in dit programma. Ik was overigens al blij dat die vrouwen het over de keuze van hun geradicaliseerde kinderen hadden en niet over de dwingende wil van hun allerhoogste. Misdaden tegen de menselijkheid een jeugdzonde noemen zou ook al crimineel zijn.

We kregen beelden van de misselijkmakende waanzin in het kalifaat te zien, en vervolgens beelden van het antwoord op die barbarij: het uur der wrake leverde traditiegetrouw nog meer beestachtigheden op. Rudi Vranckx dekte mond en neus af met zijn vertrouwde keffiyeh toen hij zich een weg baande door het stinkende dodenrijk dat eens Mosul was, een plek des onheils waar IS-krijgsvolk intussen herleid was tot vale hompen in het puin, die tot de bekende vraag ‘Is dit een mens?’ noopten. Gruwel zover je kon kijken. De hel is een aards verschijnsel, en de hemel ook. En een godsdienst van de vrede bestaat niet.

We leerden in dit programma dat Belgische IS-bruiden die niet in kampen verblijven, maar met hun kroost in Syrië en Irak rondzwerven, volgens het Belgische ministerie van Buitenlandse Zaken een beroep kunnen doen op de Belgische ambassade, die ver te zoeken is in Syrië en Irak. Bij Buitenlandse Zaken zitten ze nooit om een practical joke verlegen. De Tsjetsjenen, die bij mijn weten niet om hun zachtmoedigheid bekendstaan, repatriëren Tsjetsjeense IS-bruiden en hun kroost. De Tsjetsjeense vrouw van een Nederlandse man was ’m destijds met hun twee kinderen naar het kalifaat gesmeerd. De steeds radelozer vader wist niet meer hoe het zijn zoontje en zijn dochtertje intussen verging. Via een weeshuis voor kinderen van gesneuvelde IS-ouders in Irak kwam Rudi Vranckx erachter dat die kinderen en hun moeder intussen veilig en ongedeerd in de Tsjetsjeense hoofdstad Grozny waren. We kregen uitgebreid te zien hoe die man ten overstaan van Rudi Vranckx op dat goede nieuws reageerde: geheel ontdaan. Mijn gevoel voor bescheidenheid, een tekortkoming, gaf mij in dat de blijde boodschapper buiten beeld had moeten blijven. Vandaar wellicht dat ik niet voor de televisie werk. Hoe het ook zij, de eerste aflevering van ‘Voor de zonden van de vaders’ eindigde hoopvol, maar primetime op dinsdag, de meest doordeweekse dag van de week, was dit keer wel doorlopend wrang geweest op Canvas.

De ideale wereld

Canvas – 30 oktober – 77.433 kijkers

Misschien wel opdat we omstreeks elven met z’n allen de noodzakelijkheid van ‘De ideale wereld’ zouden inzien. Laat ik Mark Eyskens, de gast van die avond, buiten beschouwing, al moet ik hem nageven dat hij op 11 september 2001 de Derde Wereldoorlog ruimschoots op tijd heeft aangekondigd. Laat ik meteen doorstoten naar het hoogtepunt van deze aflevering: Luc Haekens, die als enquêteur uit de hel met voorbijgangers de zorgwekkende luchtkwaliteit in hun stad aan de stroom besprak. Hij hield hen voor dat zij daar deels schuld aan hadden, want geen mens is vrij van lichaamsgassen, nietwaar? In een mum van tijd was de specifieke flatus van die mensen tot in de details bespreekbaar. Luc Haekens liet hun samples van winden horen, waarin zij dan de scheet moesten herkennen die hun eigen winden het dichtst benaderde. ‘Iets zachter,’ zei een vrouw van een zekere leeftijd nadat hij haar een wel erg sonore achterwaartse ratelaar had laten horen. Haekens: ‘Stiller? Dat zijn de ergste, mevrouw.’ Hij kon de respondenten van zijn enquête ook een remedie aanreiken: een filter die je als een zetpil kon inbrengen. Het vernuftige dingetje zorgde voor welriekend darmgas. ‘Geef mij maar lavendel,’ zei de vrouw, want er was keuze. Ik wist niet dat ik zowel dubbel als in een deuk kon liggen.

Al die tijd gaf de bijzondere Luc Haekens, kwajongen voor het leven, geen krimp: een keiharde professional. Het mag een wondertje heten dat hij nog loslopende proefpersonen vindt in Vlaanderen, al zal dat geluk wellicht aan het bescheiden kijkcijfer van ‘De ideale wereld’ liggen. ‘Houden zo,’ zou ik bijna zeggen. Ach ja, mensen met esprit zullen humor aangaande lichaamsgeluiden wellicht ondermaats vinden. Ik denk ineens aan het radioprogramma ‘Pompidou’ op Klara, waarin je geregeld een door de neus gestuwd lachje kunt horen als iemand een zeer ijle, zo goed als onbestaande geestigheid meent op te vangen. Wonderlijk, maar laat ik maar toegeven dat ik meer te vinden ben voor de vrolijke subversie van Luc Haekens, ook inzake esprit.

Rudy Vandendaele

Humo 4079/45 van 6 november 2018

Dit artikel verscheen in:

HUMO van dinsdag 6 november

Lees alle reportages

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: