Heleen Debruyne: 'Ik voel me vaak eenzaam verward. Ik neem me voor om niet meer braaf te zitten zwijgen, maar vragen te stellen''

, door (heleen debruyne)

31
heleen 1200

Ik staarde verward voor me uit, en probeerde me te vermaken met het vraagstuk hoe de freudiaan zijn halflange haren zo strak in het gelid had gekregen.

Alle recensenten bejubelden een vuistdikke roman die ik slordig, vlak en – onvergeeflijker – tergend saai vond. Ik bladerde verward door het boek, op zoek naar wat ik had kunnen missen.

Een zaaltje vol hoogopgeleide meerwaardezoekers ontstak in vurig applaus. Hadden zij misschien iets anders gehoord dan een onsamenhangend en zweverig relaas over hoe de maatschappelijke toestand van de vrouw al in de etymologie van het woord ‘vrouw’ zit vervat? Alweer staarde ik verward voor me uit.

Een hip, jong theatergezelschap maakt een voorstelling over zeemeerminnen. Geen sprookje, maar een zogenaamd ‘hydrofeministisch’ stuk – hydrofeministen willen een ‘nieuwe, postmenselijke fenomenologie’, ze willen ‘waterig denken’. Net als zo veel andere organismen bestaan mensen – verrassing! – vooral uit water. Zo zijn we verbonden met de vluchtelingenproblematiek, het milieu, eencelligen, alles zowat. ‘Water is verandering, verandering stroomt door ons heen,’ naar het schijnt. Gerenommeerde theaterhuizen programmeren het stuk. Ik neem verward een slok water, en krijg helderheid noch noodzaak gedacht in dat hele hydrofeminisme.

Ik voel me vaak eenzaam verward. Lang dacht ik dat het aan mij lag: ik had niet goed geluisterd, ik had vast te weinig kennis om de complexiteit van het onderwerp te begrijpen, ik verbeeldde me de interne tegenstrijdigheden die ik hoorde. De anderen zullen toch niet voor niets zo juichen? Tot ik las over pluralistische onwetendheid. Psychologen legden bloot dat individuen vaak vragen hebben bij wat normaal wordt gevonden. Maar door het knagende vermoeden dat zij de enige twijfelaars in de groep zijn, houden ze hun mond en doen ze net als de rest. Tijdens het Sovjetregime bijvoorbeeld, haatten velen het staatsbestel in stilte, bang dat hun buren overtuigde communisten waren. In de Verenigde Staten schatten burgers andermans opinies over burgerrechten en raciale segregatie decennialang conservatiever in dan ze waren, waardoor ze zich niet durfden uit te spreken. Veel mannen voelen zich ongemakkelijk wanneer hun cafégenoten zich denigrerend over vrouwenlichamen uitlaten, maar brallen lafjes mee, om niet voor flauw en preuts versleten te worden. Onderzoek wijst uit dat nogal wat mensen zich zorgen maken over het klimaat, maar denken dat ze daar alleen in staan. Daarom gaan ze niet over tot politieke actie, want wat kan één bezorgde burger betekenen?

Wie de norm voelt schuren maar dat in de verwarring voor zich houdt, voelt zich dom, raar of zeurderig. Zo houden we samen in stilte kwalijke normen en vage of versleten kennis in leven. Ik neem me voor om niet meer braaf te zitten zwijgen, maar vragen te stellen. Stilletjes hoop ik dat alle andere verwarden ook vaker uit de kast zullen komen.

Humo 4079/45 van 6 november 2018

Dit artikel verscheen in:

HUMO van dinsdag 6 november

Lees alle reportages

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: