'The Sisters Brothers' is een formidabele cowboykomedie. In gesprek met regisseur Jacques Audiard

, door (es)

36

'We zijn vergeten dat we onze welvaart te danken hebben aan de migratiestromen uit het verleden'

De 66-jarige Jacques Audiard is één van de kanjers van de Franse cinema. Zijn poëtische gevangenisdrama ‘Un prophète’ is één van de beste Franse films van de afgelopen tien jaar, voor ‘Dheepan’ ontving hij drie jaar geleden de Gouden Palm in Cannes, en in ‘De rouille et d’os’ stuwde hij Matthias Schoenaerts naar een absolute glansprestatie. Niemand minder dan Ridley Scott bestempelde het magistrale ‘De battre mon coeur s’est arrêté’ uit 2005 als één van de beste films die hij ooit heeft gezien. Ook voor ‘The Sisters Brothers’, Audiards eerste Amerikaanse productie, worden wereldwijd terecht de wierookvaten opengeschroefd.

HUMO Monsieur Audiard, bent u zelf tevreden over de film?

Jacques Audiard «Neen. Ik voel vooral opluchting dat ik het project min of meer tot een goed einde heb kunnen brengen. Weet u, op het einde van ‘Het proces’ van Franz Kafka, wanneer het hoofdpersonage K. sterft, staat een memorabele zin: ‘Het was alsof de schaamte hem moest overleven.’ Zo denk ik over ‘The Sisters Brothers’: ik ben ternauwernood aan de schaamte ontsnapt (lacht).»

HUMO Het is uw allereerste Engelstalige productie. Hebt u uw creatieve vrijheid kunnen behouden?

Audiard «Ja. Om te beginnen hebben we de film in Europa opgenomen, in Spanje en Roemenië. Ik zag het niet zitten om in Amerika te gaan draaien, in canyons en tussen cactussen die we al duizend keer op het witte doek hebben gezien. Alleen al om die reden denk ik dat je ‘The Sisters Brothers’ niet kunt omschrijven als een Hollywoodfilm. Ik zou trouwens nooit in Hollywood kunnen werken.»

HUMO Waarom niet?

Audiard «Ik begrijp dat Hollywood een magische aantrekkingskracht uitoefent op veel Europese filmmakers, maar als je daar een film opneemt, moet je voortdurend rekening houden met allerlei vakbondsregeltjes, en met een hiërarchie van producers en studiobonzen die over je schouder meekijken. Ik zou dat ondraaglijk vinden. Hier in Europa heb ik tenminste de garantie dat ik in alle vrijheid kan werken.»

HUMO Het was hoofdacteur John C. Reilly die naar u is gekomen met de gelijknamige roman van Patrick deWitt.

Audiard «Als ik dat boek in een boekwinkel in Parijs had gekocht, dan zou ik gezegd hebben: ‘Wow, wat een prachtige roman!’ Maar geen haar op mijn hoofd zou eraan hebben gedacht om het te verfilmen. Westerns zijn nu eenmaal niet mijn ding.»

HUMO Wacht even: u houdt niet van westerns?

Audiard «Neen. Ik ben een Europeaan. Oké, als kind keek ik af en toe naar een western op tv en net zoals jij heb ik weleens cowboy en indiaantje gespeeld. Maar het westerngenre behoort niet tot onze mythologie: we kunnen misschien wel van die films genieten, maar ze vertellen niet onze verhalen. En ook in filmisch opzicht ben ik geen fan. Zeker de westerns uit de jaren 30, 40 en 50 zijn veel te klassiek. Als ik toch één goede western zou moeten noemen, dan ‘Little Big Man’ uit 1970. Voor de rest zie ik alleen maar mannen die om onduidelijke redenen achter koeien lopen, indianen doden en bizons afknallen (lacht).»

HUMO Als u geen fan van het westerngenre bent, hoe heeft John Reilly u dan kunnen verleiden om ‘The Sisters Brothers’ te verfilmen?

Audiard «Dat ik niet naar Hollywood wil trekken, wil niet zeggen dat ik niet met Amerikaanse acteurs wil samenwerken. En dat het uitgerekend John was die mij benaderde, een acteur die ik al lang mateloos bewonder, veranderde de situatie.»

HUMO U staat bekend als een cineast die eigentijdse verhalen vertelt. ‘The Sisters Brothers’ speelt zich af anno 1851, maar zegt de film ook iets over onze tijd?

Audiard «Eén van de elementen die mij aansprak, is dat het verhaal laat zien dat Amerika in die periode werd overspoeld door immigranten. Je zou zelfs kunnen stellen dat de Verenigde Staten zijn opgebouwd met het zweet en het bloed van de honderdduizenden immigranten die tweehonderd jaar geleden de steden, de spoorlijnen en de bruggen hebben aangelegd.»

HUMO In zekere zin gaat het om dezelfde immigranten die nu niet langer gewenst zijn.

Audiard «Precies. In die tijd heetten ze de immigranten welkom, vandaag voelen we bij het woord ‘migratiestroom’ alleen maar angst en walging. We zijn vergeten dat we onze welvaart voor een groot stuk te danken hebben aan de migratiestromen uit het verleden. Ook vandaag kan een smeltkroes van culturen erg verrijkend zijn, en om dat te bewijzen hoef ik alleen maar te verwijzen naar de productieploeg van onze film. Op de set liepen Spanjaarden, Roemenen, Italianen, Duitsers, Fransen en héél veel Belgen rond: het leek net de toren van Babel (lacht). En net zoals we er samen in zijn geslaagd om een film te maken, zo zijn ook de VS ontstaan uit een mengelmoes van culturen. Maar ik wilde met ‘The Sisters Brothers’ zeker geen politiek statement maken, hoor. Het is in de eerste plaats een komedie.»

HUMO Mijn favoriete scène is die waarin de cowboys in de saloon in een rondedans losbarsten.

Audiard (glunderend) «Ik kreeg het idee voor die scène nauwelijks één dag voor de opname. In het scenario stond alleen vermeld dat de broers een rokerige saloon binnenstappen waar mannen aan tafeltjes zitten te kaarten en te drinken terwijl opgedirkte hoertjes rond hen paraderen, een typische westernscène. Ik vond het een beetje bloedeloos, die scène kon wel iets energieks gebruiken. En toen dacht ik: ik laat die cowboys losbarsten in een bezwerende rondedans! Zoiets heb je nog nooit gezien!»

HUMO U hebt zich naar verluidt ook laten inspireren door ‘The Night of the Hunter’, het meesterwerk van Charles Laughton waarin twee kinderen worden opgejaagd door een demonische dominee, vertolkt door Robert Mitchum.

Audiard «Ik zag meteen een link tussen de roman van Patrick deWitt en de film van Charles Laughton. ‘The Night of the Hunter’ is geen realistisch drama, maar een sprookjesachtig werk over twee kinderen die op odyssee trekken. Die kinderen hebben veel weg van Charlie en Eli in ‘The Sisters Brothers’. Ook zij zijn in essentie twee 12-jarige kinderen die in de loop van het verhaal volwassen worden. En die, zeker naar het einde toe, naar een moederfiguur verlangen.»

Luie Europeanen

HUMO Viel de samenwerking met Hollywoodsterren als Joaquin Phoenix en John C. Reilly mee?

Audiard «Omdat die sterren razend drukke agenda’s hebben, konden ze zich pas tien dagen voor de start van de opnames vrijmaken om het met mij over hun rollen te hebben. Dat is niet mijn manier van werken, ik heb de gewoonte om héél lang op voorhand te repeteren. Maar nu was dat niet nodig: op het moment dat ze op de set arriveerden, kenden ze hun personages door en door en waren ze er helemaal klaar voor. Erg indrukwekkend. En aangenaam, want ik hoefde niets meer uit te leggen (lacht). Amerikaanse acteurs zijn ook heel kneedbaar. Als je iets aan het script verandert, passen ze zich in een oogwenk aan. Ze laten zich niet snel uit evenwicht brengen en zijn altijd bereid om te improviseren, wat mij enorm stimuleerde om van alles uit te proberen. Eerlijk gezegd: Amerikaanse acteurs houden er een arbeidsethos op na die je bij de meeste Europese acteurs niet vindt.»

HUMO Hebt u toevallig nog plannen voor een nieuwe samenwerking met Matthias Schoenaerts?

Audiard «Grappig dat je het vraagt: ik ben hem nog maar net tegen het lijf gelopen. Ik vond hem voortreffelijk in ‘Frères ennemis’, de nieuwe film van mijn vriend David Oelhoffen. Matthias is een geweldige acteur. Koester hem maar.»

‘The Sisters Brothers’ is nu in de bioscoop te zien.

Humo 4079/45 van 6 november 2018

Dit artikel verscheen in:

HUMO van dinsdag 6 november

Lees alle reportages

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: