Dwarskijker over 'Er was eens' en 'Team Scheire': Een te vroeg gekraaid eureka

, door (rv)

83
dw
© eq

'Dat sommige van die hoogopgeleide uitvinders ook nog eens handige doe-het-zelvers zijn, is bijna van het goede te veel'

Er was eens

Canvas – 11 november – 169.866 kijkers

‘De aarde, dames, heeft erg onder de mens te lijden. Die fameuze mens is een gewerveld zoogdier waar u misschien niet meteen van schrikt als u voor de spiegel uw zoenlippen scharlaken staat te stiften.’ Zo begint mijn lezing voor aangename, ontwikkelde, misschien ietwat verlegen plattelandsvrouwen die graag groenten en fruit inmaken, en mij dan ook in natura voldoen.

Een weinig serieuzer nu: hoe schadelijk de mens ook is voor al wat leeft, en dus ook voor zijn eigen soort, toch wordt er door diezelfde mens al achteruithollend nog altijd veel vooruitgang geboekt, bijvoorbeeld op het gebied van de wetenschap, maar ook aangaande televisieprogramma’s over wetenschap. Aangezien ik intussen net zo lang besta als de gemiddelde Ethiopische man leeft, lang genoeg om in de gemiddelde werkkring voor uitgediende archiefkast te kunnen doorgaan, herinner ik me dat wetenschappelijke tv-programma’s in de lente van mijn leven meestal aan de duffe kant waren: nadrukkelijk schools en navenant saai. Om zichzelf nog iets meer au sérieux te nemen dan hij al deed, vertoonde de presentator zich weleens in een laboratoriumjas. Als leergierige schoolhater keek ik toen meer uit het raam dan naar het tv-scherm, maar rond deze tijd van het jaar – ik ben nog steeds een leergierige schoolhater – beleef ik veel genoegen aan ‘Er was eens’, een serie over het reilen en zeilen in het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen in Brussel.

We maakten er kennis met enkele taxonomen, wetenschappers die zich bezighouden met de systematische beschrijving van alle diersoorten. Nu de biodiversiteit onheilspellend afneemt, bleken er toch nog tal van nieuwe specimina het licht te zien, niet zelden in het donker: onder andere vier nieuwe soorten Chinese kakkerlakken, wel zeven soorten ondergrondse oorwurmen, maar ook een nieuw modelletje Cambodjaanse waterjuffer met blauwe ogen. Jérôme Constant, een insectenkundige, noemde de namen van de insectensoorten die hij tot nog toe had gedetermineerd: zijn prevelement was een aangename mantra. Hij herinnerde zich dat hij als knaapje al fantaseerde over een dierentuin, waar hij onder andere alle soorten antilopen bijeen zou brengen: dat soort systematische verzamelingen, de essentie van de taxonomie, sprak zo te horen al vroeg tot zijn verbeelding. Hij had het ook over de blijvende kinderlijke kijk op krieuwelige kruipdiertjes en nietige wezentjes die zich op vliezige vleugeltjes een tijdlang staande houden. Joachim Bresseel, een leraar biologie, die ook met kinderlijke aandacht naar onooglijke beestjes keek, werkte als vrijwilliger aan het Koninklijk Instituut: elke schoolvakantie ging hij met Jérôme Constant, vaardig zwiepend met een insectennet, insecten verzamelen in een natuurpark in Vietnam. Hij is de ontdekker van het op één na grootste insect ter wereld – een wandelende tak van 50 centimeter, ‘poten inclusief’ – en doet langs de neus weg entomologische uitspraken als: ‘Zelfs als ze niet aan het paren zijn, dan nog rijdt het mannetje de hele tijd op de rug van het vrouwtje. Fantastisch, hè?’ Er is alsnog geen #MeToo in de insectenwereld.

Patrick Grootaert staat onder zijn collega’s als ‘Lord of the Flies’ bekend. Dat heeft niets met een eventueel gebrek aan hygiëne te maken, maar alles met z’n entomologisch specialisme: de vlieg in al haar verschijningsvormen en soorten. Met zijn pensionering in het vooruitzicht, sprak hij: ‘Ik ben 36 jaar met vliegen bezig geweest. Er zijn 6.500 soorten in België, we kennen er 4.000.’ Waarna hij ons nog meer cijfermateriaal verstrekte: vroeger waren er wel tien taxonomen in vaste dienst bij het Instituut, en nu nog twee. Hij wist dat hij na zijn pensionering niet vervangen zou worden. Hoe het na hem met de vliegen in het Instituut verder moest, wist hij dan weer niet.

De medewerkers die we in deze aflevering te zien kregen, waren stuk voor stuk bevlogen mensen, professionele liefhebbers, die overduidelijk schik hadden in hun baan of in het vrijwilligerswerk dat ze er met overgave deden. ‘Er was eens’ was ook in esthetische zin een mooi programma – de inhoud had een mooie vorm: sfeervolle beelden van met wetenschap bezwangerde gangen, waarin ik in gedachten Trifonius Zonnebloem voorbij zag lopen. En dan die kamers vol insectenkabinetten, fraaie ladekasten vol voor het nageslacht bewaarde levensvormen. Het lijkt me kenschetsend dat in de werkruimte van de taxonomen de creatieve rommeligheid heerste van mensen die geen boodschap hebben aan de clean desk policy. Mogen zij nooit last krijgen van managerstypes die een verloren gelopen mier op hun maagdelijke bureaublad, één van de 76 soorten die in België voorkomen, wellicht met de vlakke hand doen doodslaan door een assistent-manager met ambitie.

Team Scheire

Canvas – 5 november – 257.377 kijkers

Het is me bekend dat de entomologen Jérôme Constant en Joachim Bresseel ten tijde van ‘Scheire en de schepping’ een nieuwe soort wandelende tak naar Lieven Scheire hebben genoemd: de lobofemora scheirei. Onthoud die naam, want je kunt er misschien je vrienden en kennissen mee verbazen: ‘Mijn kop eraf, Anouchka, als dat geen lobofemora scheirei is in je haren.’ De mens achter onderhavige wandelende tak presenteert tegenwoordig ‘Team Scheire’, een programma waarin je met je eigen ogen kunt zien dat wetenschap en creativiteit voor elkaar gemaakt zijn. Ik geef toe dat ik meer heil in pessimisme zie dan in optimisme – ben je nog wel een betrouwbare pessimist als je ergens heil in ziet? – maar hoe het ook zij: tijdens ‘Team Scheire’ doorvoer me een geruststellend en dan ook aangenaam gevoel dat waarschijnlijk naar optimisme zweemt.

In dit programma zien we acht erg intelligente en wetenschappelijk gevormde mannen en vrouwen in de fleur van hun leven, die, zoals tot nu toe op de televisie gebleken is, ook nog eens aardige mensen zijn, naar alle waarschijnlijkheid. Zij gaan ervan uit dat de oplossing van een probleem geen probleem mag zijn, of hooguit tijdelijk. Lieven Scheire noemt hen overkoepelend ‘makers’. Zij maken volgens hem deel uit ‘van een totaal nieuwe generatie uitvinders die mogelijkheden zien.’ Het doel van dit programma is: ‘De levenskwaliteit verbeteren van mensen die dat het meest nodig hebben’. Met wie daartegen is, kun je beter geen omgang hebben.

Zo’n mens was dit keer de blinde Monique, die in een gedigitaliseerde wereld waarin de beeldcultuur overheerst plezier wilde beleven aan smartphonefotografie. In die paradox zag Katrien De Graeve meteen mogelijkheden. Zij is software-architect en – komt-ie – internet of things-specialist bij Microsoft. Zij ontwikkelde een app die er door middel van AI voor zorgde dat Monique hardop van haar smartphone richtlijnen kreeg om goede foto’s te maken, en die foto’s konden ook nog eens in het Engels zichzelf beschrijven, bij monde van een snel pratende digitale mevrouw. Dat Katrien De Graeve er al doordenkend weleens haar nachtrust voor gelaten had, loonde de moeite: de app was zo gebruiksvriendelijk dat Monique er vrijwel ogenblikkelijk mee overweg kon. Zij wilde per se haar belevenissen met Dinky fotograferen, naar verluidt de eerste blindengeleidepony van Europa. Joost mag weten wat er mis is met de goeie ouwe blindengeleidehond, maar dat is vast een onderwerp voor een ander programma. Nu ja, iemand heeft kennelijk mogelijkheden gezien in een dwergpony.

Pluim, een folkmuzikant die van folkbals hield, leed aan de ziekte van Steinert, een schoft van een progressieve spierziekte die hem nu al aan de rolstoel kluisterde. Niettemin droomde hij ervan om weer met zijn vrouw te dansen, ’t is te zeggen: op eigen kracht zijn rolstoel op muziek te bewegen, zelfs nu zijn spierkracht het onherroepelijk liet afweten. Ronald Van Ham, die prof. dr. ir. in de mechatronica is, dacht een elektrische rolstoel uit waar Pluim met een minimum aan kracht beweging in kon krijgen. Het feit dat hij weer kon dansen met zijn vrouw, gaf een nieuwe wending aan zijn leven, terwijl hij en zijn vrouw misschien niet meer op aangename wendingen hadden gerekend. Dit programma heeft een emotionele component, maar vervalt niet in de gebruikelijke exploitatie van ontroering op tv, waar de ontwaarding van de traan uit voortvloeit.

Dat een prof. dr. ir. zijn idee voor de dansbare rolstoel van Pluim niet in een labo ontwikkelde, maar in een met allerlei gereedschap, onderdelen en elektronische priegeldingetjes volgestouwd hobbyschuurtje, was haast aandoenlijk. Ook Anthony Liekens, een eenvoudige doctor in de biomedische technologie en computerwetenschappen, brengt in zo’n knutselruimte eigenhandig zijn invallen in de praktijk, met nietsontziende geestdrift – ik zou bijna ‘met spelplezier’ schrijven. Dat sommige van die hoogopgeleide uitvinders als het erop aankomt ook nog eens handige doe-het-zelvers zijn, is bijna van het goede te veel.

De kijkers krijgen natuurlijk niet het hele denkproces van de uitvinders voorgeschoteld, met alle doodlopende zijpaden, verkeerde afslagen en dwaalwegen die ermee samenhangen. Het te vroeg gekraaide eureka hoor je niet, en van de gezamenlijke brainstorming aan de UAntwerpen vang je alleen maar flarden op. Maar wat geeft dat? Wat zou een onverbeterlijke alfa als ik aanvangen met al die informatie? Ik zou me er ongetwijfeld nog dommer en nuttelozer door voelen dan doorgaans, maar dat ik me zo voel, belet me amper om ‘Team Scheire’ een mooi en onderhoudend tv-programma te vinden. Voorts ben ik volgaarne een onverbeterlijke alfa. Rudy Vandendaele

Humo 4080/46 13 november 2018

Dit artikel verscheen in:

HUMO van dinsdag 13 november 2018

Lees alle reportages

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: