De memoires van Michelle Obama. 'Barack was de storm die alles omverblies'

, door (red)

55

'Ik was smoorverliefd. Ik hield van zijn trage stem en hoe zijn blik ontspande als ik een leuk verhaal vertelde'

Barack rookte zoals mijn ouders rookten: na het eten, tijdens een wandeling op straat of als hij zenuwachtig was en iets met zijn handen moest doen. In 1989 werd er veel meer gerookt dan vandaag en behoorde het meer tot het gewone leven. Er werd pas sinds kort onderzoek gedaan naar de effecten van meeroken. Mensen rookten toen nog in restaurants, kantoren en luchthavens. Maar ik had die filmpjes gezien. Voor mij en voor iedere verstandige mens die ik kende, was roken je reinste zelfvernietiging.

Barack wist precies wat ik ervan vond. Onze vriendschap was gebouwd op een uitgesproken openhartigheid die we beiden waardeerden. ‘Waarom zou iemand die zo slim is als jij, iets doen wat zo dom is als dat?’ liet ik me op de dag van onze eerste ontmoeting ontvallen toen ik zag dat hij onze lunch afsloot met een sigaret. Het was een eerlijke vraag.

Ik herinner me dat hij slechts zijn schouders ophaalde en toegaf dat ik gelijk had. Er kwam geen ruzie van, er werd geen argument naar voren gebracht. Roken was het enige onderwerp waarover Barack niet logisch was.

Maar of ik het nu wilde toegeven of niet, iets tussen ons was aan het veranderen. Op dagen dat we het te druk hadden om elkaar te zien, betrapte ik mezelf erop dat ik me afvroeg wat hij aan het doen was. Ik praatte mezelf aan dat ik niet teleurgesteld was als hij niet in de deuropening verscheen. Ik praatte mezelf aan dat ik niet opgewonden was als hij het wel deed. Ik voelde iets voor die man, maar het was latent, diep verborgen onder mijn besluit om mijn leven en mijn carrière voorop te plaatsen, zonder enig drama. Mijn jaarlijkse beoordelingen waren uitstekend. Ik was op weg partner te worden van Sidley & Austin, vermoedelijk nog vóór mijn 32ste verjaardag. Het was precies wat ik had gewild – of daarvan probeerde ik mezelf tenminste te overtuigen.

Ik mag dan wel hebben genegeerd wat er tussen ons aan het groeien was, maar Barack niet. ‘Volgens mij moeten we eens uitgaan,’ kondigde hij op een middag na een lunch aan.

‘Wat, jij en ik?’ Ik deed alsof ik geschokt was dat hij de mogelijkheid zelfs maar overwoog. ‘Ik heb je toch verteld dat ik niet date. En ik ben je mentor.’

Hij schonk me een droog lachje. ‘Alsof dat ertoe doet. Je bent mijn baas niet,’ zei hij. ‘En je bent behoorlijk leuk.’

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: