Onze Man in de frituur (2): kankerfrieten, oliedieven en de opmars van de frietchinees

, door (ss)

17

Ooit telde ons land twintigduizend frituren. Vandaag zijn daar bijna vijfduizend van overgebleven, maar de concurrentie is groter dan ooit. ‘We doen elk ons ding en gezonde concurrentie houdt je scherp,’ is de officiële versie als frituristen over hun collega’s praten. Maar de werkelijkheid is genuanceerder: in veel gemeenten zijn ze niet de beste vrienden. In Gent woedde een paar jaar geleden een frietoorlog, waarbij frituristen tegen elkaar moesten opbieden om hun standplaats te kunnen behouden. Het conflict escaleerde in die mate dat ze een berg bedorven frieten voor de ingang van het stadhuis kieperden.

In en rond Oudenaarde stuitte ik op vijf frituren. Zijn dat er niet veel? ‘Ja, jong, maar wat ga je eraan doen?’ zucht Bernice Maheur van frituur Bernice in deelgemeente Mater. ‘En dan heb je ook nog de pita-, pizza-, sushi- en shoarmahuizen, die net als de fastfoodketens aan huis leveren. Maar wij komen goed overeen met onze dichtstbijzijnde concurrent. Als wij sluiten, gaan we bij hem eten, en als hij sluit, komt hij bij ons een frietje steken.’ Enkele frituren, zoals De Vlieger in Melsele, hebben een friettaxi die aan huis levert.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: