Een schunnige voorloper van Sinterklaas: Vettige Fons, de schrik van de polder!

, door (hm)

123
vrijbeeld

'Vettige Fons, de schrik van de polder!'

In de decembermaand waagde geen weldenkend mens het een voet buiten te zetten in de Antwerpse gemeente Stabroek, want in de weken voor Kerstmis maakte Vettige Fons de streek onveilig. Het vervelende aan Vettige Fons was dat de rotzak de gedaante van een brave dorpsgenoot kon aannemen, wat hij met een duivels genoegen deed.

Kwam je bij het uitlaten van de hond of het huiswaarts keren na een vergadering van de milieuraad je sympathieke buurman tegen, en spuwde die een ferme klodder groenig kwijl in je gezicht, dan had je dus te maken met, jawel! Het is dat indertijd niemand in Stabroek het woord ‘paranoia’ kende, anders had die er hoogtij gevierd. Enfin, door dat magische spauwsel werd je meteen een Friemelfrans. Wetenschappers zouden een Friemelfrans beschrijven als iemand met een geaccidenteerde frontale kwab: totaal ongeremd, immoreel, gedreven door dierlijke impulsen. Als zo’n man (de slachtoffers waren meestal mannen) thuiskwam, nam hij de spaarpotjes der kindertjes in beslag, gaf zijn echtgenote wat kletsen, en riep: ‘Ik ga zuipen en naar de wijven!’ Moeder de vrouw kon dan niet anders dan hulpeloos toezien en tegen de kindertjes zeggen: ‘Oei, Vettige Fons heeft toegeslagen. Papa is een Friemelfrans geworden! Maar dat gaat wel weer over, vorig jaar heeft de miserie maar drie weken geduurd.’

Andere Friemelfransiaanse mannen vonden het nodig om hun buren te bestelen of aan dierenmishandeling te doen. Voor dat laatste lag een terrein van vele hectaren open, want Stabroek was een welvarend polderdorp, beroemd om zijn geamputeerde sossis. Dat was een plaatselijke vleesbereiding op basis van dieren die in december met afgehakte ledematen in de wei werden gevonden. Kinderen waren daar verzot op, en dat bracht de nodige troost. ‘Kijk niet zo triestig en eet nog een boke met geamputeerde sossis,’ zeiden Stabroekse moeders vaak. ‘Papa komt over een paar dagen wel weer braaf naar huis. Ik heb al een grote doos Dispril klaarstaan.’ Dafalgan bestond toen nog niet, of misschien wel, in elk geval was het in die tijd al Dispril wat de Stabroekse farmacologische klok sloeg in het kader van de pijnbestrijding. Zelfs die arme pootloze dieren kregen postuum een paar Disprils in de bek.

En het ging steeds zoals de moeders voorspelden: alle mannen waren netjes op tijd terug om zwijgend en barstend van schuldgevoel aan te schuiven aan de kersttafel, nadat ze eerst te biechten waren gegaan. Tot diep in het voorjaar vervulden ze in stilte en met volle inzet hun plicht, op welk vlak dan ook. Tegen Pinksteren merkte iemand dan op bij het kaarten: ‘Allé, nog een dik halfjaar en het is weer december. ’t Is maar te hopen dat Vettige Fons zich dit jaar wat koest houdt.’ Dan zag je voor het eerst in maanden een glimlach verschijnen op die polderkoppen, en naarmate de zomer vorderde, werd het alsmaar lichter in hun boerenhart.

Vettige Fons was tot diep in de jaren 80 actief. Zijn hoogtepunt was wellicht december 1962, toen elke mannelijke Stabroekenaar van 14 en ouder een Friemelfrans was, inclusief de dorpspastoor en het politiekorps.

Humo 4083/49 4 december 2018

Dit artikel verscheen in:

HUMO van dinsdag 4 december

Lees alle reportages

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: