'Leuk', zei peter Goossens, 'dat ga ik bij mijn vrouw ook eens proberen'

, door (hb)

15

De drie Belgen staan redelijk laag in die top honderd, gepubliceerd door het culinaire blad Le Chef. Christophe Hardiquest van restaurant Bon Bon staat op plaats 66, Peter Goossens van het Hof van Cleve op 79, en Gert De Mangeleer van het binnenkort sluitende Hertog Jan op 87. Op nummer één staat de Fransman Jean Dupont van restaurant Jean Dupont, op nummer twee de Japanner Harahiti Juju van Hikumata Narawuta (wat betekent: de hoge berg in de mist na het vallen van een malse regenbui in het oosten), en op nummer drie de Nederlander Jonnie Boer van De Librije.

Ik volg dit soort dingen met grote aandacht, omdat ik heel graag eet, zelf geregeld kook, en topchefs ware kunstenaars vind, die je gerust genieën zou kunnen noemen, in aanmerking genomen hoe ze omgaan met onder meer spruiten, rammenas en lamshersens. Ik ben inmiddels in talrijke sterrenrestaurants geweest, ook bij de reeds genoemde Peter Goossens, Gert De Mangeleer en Jonnie Boer.

Die laatste had me zelf uitgenodigd omdat hij een enorme fan is van m’n boeken. Als hij ’s avonds thuiskomt, na weer eens z’n publiek te hebben verblijd met de gebraden keelwand van een Oostenrijks everzwijn, de poon gestoofd op brandend hooi, en de in zoete confituur gemarineerde horrelvoet van de weerwolf, gaat hij rustig op de bank zitten, drinkt hij een glas wijn, en leest hij een roman van mij. In z’n restaurant De Librije werd ik samen met m’n vriendin Lena in de watten gelegd, en we mochten alles eten en drinken wat we wilden, uiteraard gratis.

Ik koos voor een boterham met kaas, en Lena voor een paar roereieren met peterseliesnippers. Helaas had Jonnie Boer geen peterselie in huis. Hij snauwde tegen één van z’n ondergeschikten: ‘Ga als de bliksem peterselie halen bij kruidenier Pootvocht of ik sla je de kop in.’ Het is bekend dat grote chefs dikwijls gebukt gaan onder een gigantische stress en daarom niet altijd al te beleefd zijn tegen hun personeel. Dat bleek opnieuw toen Jonnie Boer tegen z’n wc-madam schreeuwde: ‘En niet zelf schijten in de pot, of ik gooi je toupet door het raam!’

Maar wat kan die gozer een schitterende maaltijd op tafel toveren! M’n boterham met kaas was hemels, en de roereieren van Lena waren uitzonderlijk, hoewel de peterseliesnippers ietwat over datum leken, maar ja, naar het schijnt neemt kruidenier Pootvocht de vervaldata niet al te ernstig. Peter Goossens is een stuk rustiger dan Jonnie Boer. Ik ging in het Hof van Cleve eten met een zakenrelatie, de Duitse uitgever van m’n boeken, Jürgen Hubschub. Als gematigde neonazi is Jürgen nogal dol op Hitler en hij neemt diens gewoonten graag over: respect hebben voor dieren, ’s ochtends lang in bed blijven liggen, en vegetarisch eten.

‘Daar pas ik wel een mouw aan,’ zei Peter Goossens, en hij bereidde speciaal voor Jürgen een stoofpotje van pastinaak, postillion, papalamento, piqueanti, en pisangoni. Jürgen vroeg wat piqueanti precies is. ‘Wel,’ zei Peter Goossens, ‘dat is een aftreksel van cocaïnebladeren, aangelengd met een portie fijngeslepen nederwiet, en drooggeblazen met de mond door m’n souschef Jean-Marie, die de sterkste adem heeft van heel Oost-Vlaanderen.’ ‘De Führer had ook een sterke adem,’ zei Jürgen, ‘hij heeft eens met één ademstoot de bruine streep uit de onderbroek van Eva Braun geblazen.’ ‘Leuk,’ zei Peter Goossens, ‘dat ga ik bij m’n vrouw ook eens proberen.’

Ondertussen zal men zich afvragen waarom ik een verdomde neonazi als Duitse uitgever heb. Ach, omdat ik me niet bezighoud met politiek. Schrijvers en politiek moeten uit elkaars buurt blijven. Een auteur moet ongeëngageerd zijn en met z’n boeken alleen willen bereiken dat de taal implodeert, de stilistiek ontploft, en de semantiek van pure ellende diep onder de grond kruipt. We aten uitzonderlijk bij Peter Goossens, en nog uitzonderlijker at ik met m’n schoonvader Michael bij Gert De Mangeleer. Michael bestelde de suikeren blaadjes van een orchidee in taartvorm, en ik koos, sober als ik steeds weer ben, voor de gedesemde gehaktbal. Succulent!

Ik feliciteerde Gert De Mangeleer omstandig, en bij het afrekenen gaf ik drie euro vijftig fooi. Ik hoop dat onze Belgische chefs op het ingeslagen pad voortgaan, en ik ben er zeker van dat ze nog vaak in diverse top honderds zullen verschijnen. Zelf ga ik thans voor mij en m’n verloofde Lena pannenkoeken bakken, gedrenkt in het sap van de tortelliniboom. Wat zullen we naar goede gewoonte onze buikjes rond eten!

Humo 4083/49 4 december 2018

Dit artikel verscheen in:

HUMO van dinsdag 4 december

Lees alle reportages

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: