Eeuwig spits Jan Mulder: 'Oranje werd overspeeld door middelmatige Duitsers'

, door (jan mulder)

Deel
m1

In Nederland is een tweede Johan Cruijff opgestaan. Zijn naam is Frenkie de Jong. Frenkie, middenvelder van Ajax, incasseert uiterst sympathiek en bescheiden de enorme lof die hem ten deel valt. Maar heeft hij werkelijk het talent dat hem, volgens de berichten in de Nederlandse kranten, 70 of 80 miljoen waard maakt, mochten de aanstaande kopers FC Barcelona en Manchester City bij Ajax informeren naar de prijs van de tweede Cruijff?

Als scout van de twee rijke clubs keek ik naar Duitsland – Nederland (2-2). Oranje werd overspeeld door de middelmatige Duitsers. Frenkie was nergens te bekennen. In de wedstrijden daarvoor was zijn stijl en techniek zeker opgevallen, maar erg Cruijffiaans deed hij niet aan. Zijn spel voltrekt zich in een traag tempo. Er wordt gewandeld, met zo nu en dan een balletje breed en een tikkie terug.

De kranten waren lyrischer. De Telegraaf drukte een foto van Frenkie en Cruijffie af op de voorpagina. Nog een keer goed kijken dus, naar AEK Athene – Ajax deze keer. Ver voor de rust stonden er al vijfentwintig streepjes voor balletjes breed en tikkies terug op mijn papier en legde ik het potlood weg. Maar de commentaren van de Nederlandse pers werden nóg uitbundiger: die professionele sluwheid (vertragen) had men van zo’n jonge speler nog nooit gezien.

Een paar dagen later debuteerde Doku van Anderlecht op Sint-Truiden. Flitsend. Doku is net 16. Mochten er medewerkers van Nederlandse kranten naast de scout van Barcelona op de tribune hebben gezeten, dan was Doku vandaag 70 miljoen waard en werkten tekenaars aan het stripverhaal ‘Doku, van Stayen naar Camp Nou’.

Cruijff liet al Messi zien, lang voordat de beste voetballer aller tijden (Messi) geboren werd. Demarrages, acceleraties, wendingen, de moed om zich in afschrikwekkende verdedigingsgordels te storten – en er zegevierend uitkomen. Cruijff was een genie van het ogenschijnlijk verkeerde. Hij begon aan een dribbel waar je beter kon passen, schreef na een rare omweg een nooit eerder vertoonde figuur op het gras die de hele trainerscursus deed gruwen, en lepelde de bal vanuit een onmogelijke hoek in de kruising. Cruijff voetbalde niet met het hoofd, zoals hijzelf en Pep Guardiola beweerden, het waren zijn voeten. Die seinden na iets onbegrijpelijks aan de hersenen door ‘we hebben dit en dat gedaan, akkoord?’ En het hoofd knikte. Johan Cruijff voetbalde met voeten die versmolten waren met zijn hersenen. De universiteit van Toronto is momenteel bezig met een onderzoek naar dat op unieke wijze samengesteld menselijk wezen.

Voordat ik u in mijn enthousiasme verder de fantasie intrek, hier enkele citaten uit een verhandeling van Marc van Zoggel over aantekeningen van de schrijver Godfried Bomans, om meer te ontdekken over het voetbal van Johan Cruijff en andere virtuozen. Van Zoggel had in het Bomans-archief in het Literatuurmuseum een velletje met aantekeningen over voetbaltaal gevonden. De humoristische schrijver maakte graag gebruik van de taalrijkdom van de sport, bleek al in zijn feuilleton ‘De onsterfelijke Pa Pinkelman’. Op het bewuste vel vond Van Zoggel aantekeningen als ‘Zwervers en zwoegers, ballen op een presenteerblaadje, vrije rollen, puntjes die meegingen naar Amsterdam, een doel waarin niet wordt gescoord heet maagdelijk.’ Heel fraai is ook de zin ‘Voor de woning met dat ding. Prik ’m in de touwen.’

Het mooist zijn de woorden die Bomans schreef in ‘Arie Rekelbast, de mens, de Haarlemmer, de voetballer’, een parodie op de artikelenreeks ‘Abe Lenstra, de mens, de Fries en de voetballer’ in de Volkskrant. Het zijn woorden die het dichtst bij Johan Cruijff komen. Bomans over Arie Rekelbast: ‘Dit is geen voetbal meer, dit is toveren, dit is jongleren, dit is regelrechte buiksprekerij.’

Humo 4083/49 4 december 2018

Dit artikel verscheen in:

HUMO van dinsdag 4 december

Lees alle reportages

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: