'Het verveelt me zo. Dat mannen al sinds ik een zweem van borsten heb, menen dat hun goedkeuring mijn afrodisiacum is'

, door (heleen debruyne)

20
a1
© BELGAIMAGE

Ik zag hem kort op één van de publieke gelegenheden waar je als schrijver weleens voor wordt uitgenodigd – het is dan de bedoeling dat we doen alsof we ergens iets zinnigs over te zeggen hebben. Ik slaag er niet altijd in die collectieve illusie mee in stand te houden. Bij mijn weten was mijn gedrag die avond alleen met heel veel verbeelding als flirterig te interpreteren.

‘Ik zie een mooie vrouw. Die haardos ook. En dan de seksuele rand van sommige van uw verhalen. Het prikkelde me enigszins. Enig gevoel van lust, goesting, speelt ook in mijn interesse voor uw persoon, fysiek en opinies,’ mailt een onbekende man me. Hij wil met me afspreken in een jazzbar in Parijs. Ook met hem wil ik niet op café in een stad waar ze Frans spreken, nergens eigenlijk.

Die mails zijn niets nieuws. Ze passen in een lange rij van dubbelzinnige berichten, expliciete complimenten of voorstellen uit het niets. Elke vrouw die ik ken, heeft zulke ervaringen, vaak nog veel vervelender dan de mijne. Al vroeg ontwikkelen we manieren om ermee om te gaan. Sommige vrouwen lezen het als een compliment, maar dat leek me al snel zinloos. Om het even welke vrouw zou het projectiescherm voor de verlangens van die man kunnen zijn. Bovendien wil ik mijn eigenwaarde niet ontlenen aan andermans lusten. Andere vrouwen worden woedend. Of halen net de schouders op. Mijn strategie is meestal nieuwsgierigheid. Interessant, denk ik dan, waar heeft die man last van dat hij dit op mij projecteert, gewoon omdat hij mijn foto gedrukt zag? Meent die schrijver het echt, of is het een ziekelijk ironisch literair experiment? Geeft een antwoord me een gevoel van controle terug?

Ik lees de mails voor aan mijn geliefde. Hij is in de war, vindt de toenaderingen eenzijdig, grensoverschrijdend ook. Wij gingen precies gelijk op met dichterbij komen, praten, kankeren op alles wat ons ergert, plagen, doorvragen, kussen en niet meer willen ophouden met kussen. ‘Ach,’ zeg ik, ‘zo gaat dat. Je leert ermee omgaan.’ Dat vrouwen in afweermechanismen gehuld de wereld instappen, leg ik uit. Dat besef maakt hem even somber als het feit dat het zo laat in zijn leven komt.

Een vervelende toenaderingspoging is geen misdaad. Ik kan nee zeggen, voel me niet bedreigd, wil niemand straffen. Maar het verveelt me zo. Dat mannen al sinds ik een zweem van borsten heb, menen dat hun goedkeuring mijn afrodisiacum is. Dat ze oprecht geloven dat het zo werkt, flirten. Dat het zo moeilijk lijkt je in te leven in het object van je verlangen. Dat mannen zo vaak de belagers zijn en vrouwen de belaagden, dat het onvermijdelijk lijkt. Ik lees de mails ook voor aan mijn vriendinnen. Ze kakelen van ergernis en om alle knulligheid. De gin spoelt het viezige gevoel dat ze zo goed kennen snel door.

Humo 4083/49 4 december 2018

Dit artikel verscheen in:

HUMO van dinsdag 4 december

Lees alle reportages

Zoek meer artikels over: ,

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: