Dwarskijker over 'Bloed, zweet & luxeproblemen' en 'Van Rossem'

, door (rv)

62
a1

Bloed, zweet & luxeproblemen

Eén – 10 december – 698.250 kijkers

In het zevenuurjournaal van 10 december 2018 zei Wim De Vilder dat steeds meer ouders vrijaf nemen tijdens de examenperiode van hun middelbare scholieren. Dat doen ze om die bloedjes op gezette tijden te kunnen overhoren. Tussendoor proberen ze hun kroost voor de verleidingen van de smartphone te behoeden, waar ze op zich al een halve dagtaak aan hebben. We kregen zo’n pedagogische verlofhouder in werking te zien: toevallig een pluspapa, zoals een opgeleukte stiefvader tegenwoordig heet. Het was alsof hij zelf het hoofd aan examens moest bieden. Een lichtjes geëxalteerde woordvoerster van de Gezinsbond drukte ons vervolgens op het hart dat we scholieren extra moesten verwennen in de examentijd. Vele, vele manen geleden, toen de smartphone niet eens toekomstmuziek was, hadden mijn ouders geen tijd om zich om mijn examens en mijn eventuele examenkoorts te bekreunen. Mijn hardwerkende ouwelui wisten bovendien, om maar één dode taal te noemen, de ballen van Latijn af, ook al zongen ze dan ‘Dona nobis pacem’ tijdens de zondagsmis. Inzake driehoeksmeting, logaritmetafels en pH-berekeningen tastten ze ook in het duister. Laat ik zeggen dat ik over het algemeen niet op bemoeienissen van mijn vader en moeder zat te wachten, laat staan dat ik erop rekende. Ik zocht het in mijn vlegeljaren nog het liefst allemaal zelf uit, met vallen en opstaan. Ik maak me sterk dat mijn ouders daar niet rouwig om waren.

Het komt niet in me op om, op grond van mijn eigen middelbareschooltijd, de huidige generatie scholieren als verwende nesten weg te zetten. Als je heden door een stom toeval in de middenklasse wordt geboren, kom je – zover de voorraad strekt, en in afwachting van de grote kladderadatsch – in materieel opzicht niets te kort. Een comfortabele positie die je in het Tochtgat aan de Noordzee, waar armoede en het aantal kansarme kinderen gestaag toenemen, niet langer als vanzelfsprekend kunt beschouwen. Voor de rest kun je niemand verwijten dat hij of zij in relatieve welstand is geboren en dus boft. De kinderen van BV’s die aan ‘Bloed, zweet & luxeproblemen’ meedoen, kennelijk in relatieve welstand geboren, lijken me noch ondankbaar, noch blasé. Naar mijn aanvoelen doen zij zich voor de camera niet heel anders voor dan thuis: het zijn zo te zien schrandere, welopgevoede, ook wel weerbare maar niet ongevoelige jongens en meisjes. Dat ze de dochter of de zoon van een BV zijn, vind ik, in tegenstelling tot oude wijven van beiderlei kunne en de makers van dit programma, volkomen onbelangrijk.

'Is de televisie nu klaar met kinderen van Bekende Vlamingen? Of zijn ze intussen al hun eigen genre?'

‘Bloed, zweet & luxeproblemen’ is verwant aan ‘Jong geweld’, een programmaserie die VTM in de aanloop naar Rode Neuzen Dag uitzond. Daarin maten weer andere kinderen van BV’s hun veeleer aangename leventje af aan het leven van onfortuinlijker leeftijdgenoten die het met een beperking moesten zien te redden. In ‘Bloed, zweet & luxeproblemen’ reisden Beau, Marie, Zion, Britt, Milan en Céleste samen met Karine Claassen naar Sri Lanka af, waar het voor de gemiddelde Sri Lankaan aanzienlijk minder pluis is dan voor de rijke westerling die er in de erg fotografeerbare natuur vakantie komt vieren. ‘Het is niet om jullie te choqueren dat ik jullie hiernaartoe breng,’ zei Karine Claassen, ook al is het shockeffect nogal wezenlijk in dit moralistische programma. Het is de bedoeling dat westerse jongelui, die thuis niets tekortkomen, zich schoksgewijs bewust worden van de gemiddelde levensstandaard op aarde en even stilstaan bij een dagloon van iets meer dan 3 euro, een grijpstuiver waar je op de plaatselijke markt wel vier kilo wortelen mee kunt kopen. Westerse jongelui die met een schok inzien dat het leven van sommige mensen een snelle opeenvolging van slapen en werken is, tot ziekte en dood erop volgen.

Beau, Marie, Zion, Britt, Milan en Céleste namen deel aan het arbeidsproces in een textielfabriek, die in een frenetiek tempo kleding voor de westerse markt aanmaakte. De arbeidsomstandigheden waren onprettig, omdat het plaatselijke patronaat er nog niet achter was gekomen dat prettig werken niet noodzakelijk inefficiënt is. Een praatje maken tijdens de werkuren was op straffe van ontslag verboden, en een job was in de economie van Sri Lanka veeleer een gunst dan een bezigheid waar een mens recht op had. Nadat ze zich in de textielfabriek met grote moeite maar toch waardig overeind hadden gehouden, zo nu en dan schappelijk foeterend, moesten de jongelui zich bij de barre werkomstandigheden in een tijgergarnalenkwekerij neerleggen: ’s nachts dienden Milan en Zion de scampi’s te voederen en de kweekvijver te bewaken, en overdag moesten ze, samen met de rest van de Belgen, schimmel opruimen in drooggelegde kweekvijvers – een dubbele ploegendienst die hun lichaam afbeulde, maar toch hielden ze zich, onder het schappelijk verwensen van het lokale arbeidsstelsel, zo sterk mogelijk. Ze wisten nu eenmaal dat ze binnen afzienbare tijd terug naar België mochten, een land dat ze tijdens hun verblijf in Sri Lanka steeds geweldiger begonnen te vinden. Toen de baas van de tijgergarnalenkwekerij de meisjes minder loon uitbetaalde dan de jongens, ontstond er collectieve verontwaardiging in het Belgische gezelschap. Die ondernemer zei dat gelijk loon voor gelijk werk hem op de haat van de hele sector zou komen te staan, maar dat stiet niet echt op begrip bij zijn Belgische seizoenarbeiders.

Kwestie van het arbeidersleven in Sri Lanka ten volle te ervaren, logeerden Beau, Marie, Zion, Britt, Milan en Céleste bij arbeiders thuis. Sommigen trokken bij een jonge alleenstaande vrouw in, die met haar schamele loon haar ouders en haar zoontje van 8 op de been moest zien te houden in een schamel huisje. Die alleraardigste mensen sloofden zich uit om het hun gasten zoveel mogelijk naar de zin te maken. Britt zag iets dat ook mij niet was ontgaan: onderworpenheid en de lijdzame glimlach die daarbij hoort. De Belgische gasten maakten ook kennis met het sanitair: ‘hurktoilet’ is misschien een iets te optimistische benaming voor het gat in de grond waar Milan voor terugdeinsde: je mocht hem naar verluidt alles afnemen, maar niet zijn sanitair. Hoe hij in die dagen de diepmenselijke excretie heeft verbeten, kregen we om de één of andere reden niet te zien.

De jongelui zullen zich, mocht dit programma zijn doel bereiken, meer dan ooit tevoren bewust zijn van de onrechtvaardigheid in de wereld. Dat wel. Beau voorzag dat hij in lagelonenlanden gefabriceerde T-shirts voortaan ‘met meer respect’ zou dragen. ’t Is een beginnetje. Ach, misschien ontketent één van hen wel een wereldrevolutie.

Tussen haakjes: is de televisie nu klaar met kinderen van Bekende Vlamingen? Of zijn ze intussen al hun eigen genre?

Van Rossem  

VIER – 11 december – 315.613 kijkers

‘Van Rossem’, een tweeluik van Peter Boeckx, kon je desgewenst als de nageboorte van ‘The Sky Is the Limit’ bekijken. Ik tik deze zin één dag nadat ik op een nieuwssite heb gelezen dat Jean-Pierre Van Rossem (73) in het ziekenhuis is opgenomen. Aan slecht nieuws is er nooit gebrek: op 9 november verklaarde de correctionele rechtbank in Brussel Van Rossem schuldig aan valsheid in geschrifte, witwassen, belastingfraude en oplichting – verdiensten waaraan mogelijk twee jaar brommen vastzit. Uiteraard vecht hij alles aan wat hem ten laste wordt gelegd, onder het manmoedig opsteken van, grof geschat, één slof sigaretten per etmaal. Wellicht staat hij nu al, voorzien van een neuskatheter, bij de ingang van het ziekenhuis te roken: ‘Het is toch godgeklaagd dat je niet mag roken op de operatietafel!’ Gezondheid is volgens ingewijden de grootste schat.

Peter Boeckx schetste Van Rossems ontwikkelingsgang van twijfelachtige beursgoeroe tot kladschilder – tussendoor speelde hij ook nog voor dubieuze volksvertegenwoordiger, niet om het volk te vertegenwoordigen, maar omdat de parlementaire onschendbaarheid hem indertijd goed uitkwam. Hij ging er prat op dat hij op rijkskosten om zo te zeggen geen klap had uitgevoerd in het parlement. Daaruit moest ongetwijfeld blijken dat hij diep in zijn hart veeleer een marxist of een anarchist was dan een linke grootverdiener van het meest kapitalistische allooi, vermomd als soixante-huitard. Of als gewezen tourmanager van de tributeband Red Zeppelin.

In Van Rossems appartementje in Kapelleop-den-Bos, het mekka van de haute finance, liet Peter Boeckx enkele figuren langskomen die, of ze dat nu wilden of niet, ooit iets met de voormalige beursgoeroe en volksvertegenwoordiger te maken hebben gehad. Jan Van Rompaey maakte gewag van ‘een sympathieke boef’ en prees Van Rossem vooral wegens die keer dat hij het oneens was met mijn gerespecteerde collega Wilfried Hendrickx. Dat draaide op een scheldpartij uit, waarbij Jan Van Rompaey, naar de aard van zijn beestje, grinnikend en welhaast handenwrijvend buiten schot bleef.

Paul Jambers noemde Jean-Pierre Van Rossem een Robin Hood, wat van het edelmoedige te veel was, maar hij voegde er ijlings aan toe dat de vermeende Robin Hood toch ‘een donkere kant’ had. Waarna hij hem vroeg waarom hij zijn verstand niet in een academische carrière had geïnvesteerd. Dat bleek een karakterkwestie te zijn: aangeboren dwarsdrijverij, die van Rossem, naar hij zelf zei, een boeiend leven had opgeleverd, waar hij in deze fase van zijn leven graag op terugblikte. De parafernalia van zijn vroegere train de vie waren Ferrari’s, waarmee hij volgens zijn legende met 300 km per uur in een ommezien van Knokke naar Gent scheurde. Voorts privévliegtuigen, een luxejacht met veelkoppige bemanning, en een schare foute blondines die als de Moneytronmeisjes bekend stonden: jonge vrouwen die allerlei lieden tot Moneytron, Van Rossems beursbeleggingssysteem, moesten overhalen. De helft van het vrouwelijke personeel was volgens Van Rossem hoogopgeleid, en de andere helft moest gewoon de hoer spelen. Hadden ze maar beter moeten studeren, die dellen. Wie domweg bulkt van het geld, kan zich veel slechte smaak permitteren.

Voor het oog van de camera probeerde Van Rossem nog een ex-Moneytronmeisje, nu een golddigger op de terugweg, te versieren. Zij was voor het effect ook komen aanlopen in Kapelle-op-den-Bos. Over kut gesproken: Van Rossem, die zich de laatste tijd als kunstschilder probeerde te redden, bood één van zijn werken, een vagina voorstellende, langs de neus weg aan Peter Boeckx te koop aan voor 300 euro. Zou die hebben toegehapt? Pun zoals steeds not intended.

We zagen in dit tweeluik hoe Jean-Pierre Van Rossem, die sinds een operatie slecht ter been was, in wankel evenwicht tegen een trap optornde: een meedogenloos beeld dat voor mij niet had gehoefd. Er ging niet meteen ontsnappingsgevaar van de man uit. Hoe reageert een rokersbeen doorgaans op een enkelband?

Daags nadat ik dit stukje had geschreven, stierf Jean-Pierre Van Rossem. Die intelligente en eigenzinnige man is volkomen terecht niet onopgemerkt gebleven. Aan grijze muizen is er geen tekort. Ik wens zijn naasten, en al wie hem lief is, sterkte toe.

Humo 4085/51 18 december 2018

Dit artikel verscheen in:

HUMO van dinsdag 18 december 2018

Lees alle reportages

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: