Herman Brusselmans: 'Zelden heb ik zoveel onzin op meer dan vijfhonderd bladzijden te verstouwen gekregen'

, door (hb)

63
a1
© BELGAIMAGE

Het is bekend dat de recensenten en literaire kenners die voor die bijlage werken, zoveel verstand hebben van boeken als Griet Op de Beeck van haar memmen in haar decolleté houden. Ieder rotzooigeschriftje wordt door De Morgen de hemel ingeprezen, en iedere letterkundige goudklomp naar de afvalbak verwezen. Thans is het ook weder raak, nu De Morgen de beste boeken van 2018 op een rijtje zet. Het is een stoet van complete rommel, onleesbare bagger en pretentieuze bullshit, zowel op het gebied van de fictie als van de non-fictie.

Wie uiteraard met de meeste pluimen in z’n gat gaat lopen, is de Nederlandse vetklep Ilja Leonard Pfeijffer, die eigenlijk Henkie Borstloper heet, maar koos voor een bijkans niet te spellen pseudoniem, en alleen dat al maakt hem volgens Dirk Leyman van De Morgen een uitzonderlijk auteur. Leyman komt superlatieven te kort om de nieuwe roman van Borstloper, ‘Grand Hotel Europa’, tot een waar meesterwerk uit te roepen. Ik heb dat vod zelf ook gelezen, en tjonge, zelden heb ik zoveel onzin op meer dan vijfhonderd bladzijden te verstouwen gekregen. Dan heb ik het niet eens over de stilistische en taalkundige fouten die Borstloper aan elkaar rijgt, of wat te denken van een zin als (op bladzijde 335): ‘Pepito onderschatte de impakt van het feacalische door zowel zijn anus als zijn reet aan verificasie te zullen laten onderwerpen.’ Leyman vindt zo’n zin uiteraard fantastisch, omdat er een anus en een reet in voorkomen, want als je Leyman met iets hitsigs zweet op z’n bovenlip en z’n kale kop kunt bezorgen, dan is het wel door over dingen te schrijven die kontgerelateerd zijn.

Een ander veel te duur flutboek krijgt ook een boel aandacht in het lijstje van De Morgen. Het is ‘Someone Is in My House’, een verzameling collages, tekeningen, schilderijen, foto’s en filmstills van de hand van de over een hele manege paarden getilde nitwit David Lynch. Leyman noteert daarover: ‘Perfect kijkvoer voor winterse nachtuilen, tuk op een onverhoedse decembernachtmerrie.’ Dus als je dat boek doorbladert in een andere maand dan december, dan hoef je niet tuk te zijn. En evenmin als je een zomerse nachtuil bent. En al evenmin als je, zoals ik, David Lynch één van de meest overschatte figuren in welk kunstgenre dan ook van de 20ste en 21ste eeuw vindt.

Je mag niet vergeten dat de overschatte figuren Dirk Leyman gigantisch na aan het hart liggen. Daarom heeft hij in z’n selectie eveneens de ‘Verzamelde gedichten’ van Vladimir Nabokov opgenomen. Er lopen nog altijd pipo’s rond die denken dat ze au sérieux worden genomen als ze rondstrooien dat ze een fan zijn van die verschrikkelijke Nabokov. En altijd vermelden ze erbij dat Nabokov een ongelofelijke prestatie heeft geleverd door als naar Amerika geëmigreerde Rus binnen de drie maanden een roman in het Engels te schrijven. Nou, geloof mij als ik zeg dat Nabokov zelfs na dertig jaar niet in staat was om romans in het Engels te schrijven, want z’n Engels is z’n hele carrière lang een schabouwelijk, onbegrijpelijk taaltje geweest, waar zelfs een doofstomme Zambiaan die nog nooit een woord Engels zo groot als een huis is tegengekomen, zich voor zou schamen. Maar, zo zegt Leyman: ‘De toon van Nabokovs gedichten varieert van demonisch tot lucide, dan weer parodistisch, visionair, weemoedig of vol mededogen.’ Een nietszeggende kwalificatie, die je net zo goed kunt gebruiken voor de gedichten van Manke Sjarel, een poeet uit Poperinge met het IQ van een zak zure beertjes, maar wel, als hij een goeie dag heeft, in staat om zowel demonisch, lucide, parodistisch als visionair te zijn.

En zo zetten Leyman en enkele van z’n ondergeschikten vijfentwintig boeken naast elkaar, en uiteraard zit daar niet de topper ‘Werk werk werk’ van Christophe Van Gerrewey bij, want figuren als Leyman en consorten vrezen dat ze, als ze toegeven dat Van Gerreweys romans uniek en geweldig zijn, door de literaire goegemeente niet ernstig worden genomen. Terwijl ik uit goede bron weet dat alle recensenten van De Morgen zich geregeld zitten af te rukken terwijl ze het ongenaakbare en lucide, dan weer parodistische en weemoedige kutproza van Van Gerrewey zitten te degusteren.

Humo 4086/52 van 24 december 2018

Dit artikel verscheen in:

HUMO van maandag 24 december 2018

Lees alle reportages

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: