'Waarom praten we wel over hoe snel of traag we de halve marathon hebben gelopen, en niet over anale verlangens, menstruatiebloed of bondage-fantasieën?'

, door (hd)

76
VROUWENTONGEN
© BelgaImage

‘Waarom vraag je dat niet aan grootbankiers?’ is mijn standaardantwoord. Al weet ik goed genoeg waarom: al sinds er mensen zijn, hangen er maatschappelijke taboes rond seks, rond het bankwezen beduidend minder.

Schaamte is een heftige emotie die niet alleen uit onszelf komt opborrelen, maar mee wordt gevormd door de groep. Dat was ooit nuttig: voor de eeuwige jager-verzamelaars waar evolutionair psychologen graag naar verwijzen – je weet wel, onze voorouders die altijd maar in die onherbergzame savanne ronddwaalden – was een hechte groep cruciaal voor het individuele overleven. Wie zich schaamt omdat hij een groepsregel heeft overtreden, voelt zich zo ellendig dat hij zal vermijden dat nog eens te doen. Voor de groep is het handig dat ze zich niet de hele tijd moet bezighouden met het controleren en straffen van ongehoorzame groepsleden. Dan hebben ze meer tijd om te jagen, bessen te plukken, manden te vlechten of waar die jager-verzamelaars zich ook mee moesten bezighouden, daar in die savanne.

De savanne ligt ver achter ons, maar schaamte is glibberig: de sociale emotie evolueert mee met de samenlevingsvormen. Schaamte is erg gevoelig voor culturele verschillen. Wij, nuchtere Belgen, wanen ons bijvoorbeeld graag verheven boven schaamteculturen, waar mensen als de dood zijn voor publieke schande. Japanners die zich na een faillissement beschaamd opknopen, Napolitaanse hangjongeren die liever met voorbijgangers op de vuist gaan dan een meter te wijken, Koerden die zogenaamd bezoedelde vrouwen vermoorden om de familie-eer intact te houden: allemaal kwalijke neveneffecten van het leven in een schaamtecultuur.

Wij doen het anders: wie failliet is, of verkracht, duwt die schaamte diep naar binnen. Dat heeft zo zijn voordelen – hoe minder publieke schandpalen, hoe beter. Nadeel is dat het makkelijk is om het maatschappelijke aspect van schaamte te vergeten. We wanen ons graag boven alle taboes verheven, maar hopen heteromannen zitten zich in stilte te schamen omdat ze er soms naar verlangen in de aars gepakt te worden, vrouwen verstoppen en masse hun tampons op weg naar het toilet, mensen verzwijgen hun fantasieën angstvallig voor hun partners omdat ze ze pervers en dus gênant vinden.

Maar waarom praten we wel over hoe verslaafd we zijn aan sociale media, over woekerende kankers of hoe snel of traag we de halve marathon hebben gelopen, en niet over anale verlangens, menstruatiebloed of bondage-fantasieën? Wie bepaalt eigenlijk wat privé hoort te blijven en waarom? Is er echt iets mis met die lichamelijkheden, of wordt dat gevoel er zonder echt goede reden ingestampt zodra je het woordje ‘plassertje’ kunt uitspreken? Die vragen stel ik me al zolang ik me kan herinneren: ze lijken een doeltreffende remedie tegen schaamte die ik als nodeloos ervaar. Dat geeft meer ruimte om me te schamen over hoe vals ik zing, hoe hulpeloos ik ben bij het herstellen van fietsen of hoe onheus ik mensen soms behandel.

Humo 4086/52 van 24 december 2018

Dit artikel verscheen in:

HUMO van maandag 24 december 2018

Lees alle reportages

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: