Koppensneller Herman Brusselmans: 'In mijn tijd bestond ADHD niet'

, door (hb)

935
adhad 1200

In mijn tijd als kind en jongeling bestond attention deficit hyperactivity disorder nog niet, al werd het al gediagnosticeerd in 1902, maar wel door een arts die zo zot was als een paraplubak, zwaar aan de drugs zat, verlaten was door vrouw en kinderen, op het punt stond om zelfmoord te plegen, en van ADHD zoveel af wist als Christoff De Bolle van pruimpjelikken. Pas in het begin van de 21ste eeuw begon het op te vallen dat vele kinderen leden aan impulsief gedrag, concentratieproblemen, rusteloosheid, leermoeilijkheden, en al de shit die bij die symptomen hoort.

Er waren kinderen die in hun ouderlijk huis van 43 vierkante meter 39 kilometer per dag rondholden, snelwandelden, hardliepen, en heen en weer sprongen; er waren kinderen die niet langer dan twee minuten konden onthouden op welke manier hun kop zich van hun kont onderscheidde; er waren kinderen die hun vader en hun moeder zodanig lastigvielen dat die continu op zoek waren naar een zak bakstenen om die rond hun nek te binden en vervolgens de Leie in te jumpen; er waren kinderen die op school te horen kregen dat de Tweede Wereldoorlog duurde van 1939 tot 1945 en een kwartier later dachten dat die oorlog de Vierde Wereldoorlog was en duurde van voor Christus tot na Christus, waarbij ze Christus situeerden als één van de zangers van Get Ready!, en er waren kinderen die in een wei achter een koe aan zaten tot dat dier van uitputting de geest gaf, en er waren zelfs kinderen, voornamelijk jongens, die de koe vervolgens verkrachtten, en al die kinderen leden dus op het eerste gezicht aan ADHD.

Zestig procent van de dokters die hen als patiënten kregen, schreef Rilatine of een soortgelijk middel voor, en veertig procent van de dokters schreeuwde tegen die kinderen en hun ouders: ‘Fuck off met jullie ADHD! Ik ben die hele ADHD kotsbeu! ADHD bestaat niet eens! Van mijn erf of ik laat de hond los, stomme klootzakken!’ Hoe dan ook werd ADHD een serieus probleem, maar dat probleem bij de wortels aanpakken, daar doet men niet aan. De ouders niet, de dokters niet, de overheid niet, de minister van Volksgezondheid niet, en de kinderen zelf natuurlijk het minst van al, want die zijn er trots op dat ze ADHD hebben, en hun vriendjes hebben ook ADHD, dus waarom zij niet, en het is leuk om ADHD te hebben, omdat sommige kinderen in deze tijden immers van bij de geboorte stapelkrankzinnig zijn, en er van in de wieg enorm naar uitkijken om hun eerste koe te verkrachten, waarna ze hopen dat er nog vele koeien zullen volgen.

Maar goed, waar liggen de wortels van het probleem? Wel, die liggen simpelweg in de evolutie van de mens en de westerse maatschappij waarin hij leeft. Die evolutie heeft ervoor gezorgd dat kinderen maar beter niet kunnen geboren worden, mede omdat hun ouders er al lang niet meer voor zijn uitgerust om kinderen op te voeden, want potentiële ouders lijden zelf al aan rusteloosheid, concentratieproblemen, impulsief gedrag en tutti quanti, en dat komt omdat ze in de westerse maatschappij van de 21ste eeuw continu worden opgejaagd, zich verplicht voelen om op alle gebieden beter te zijn dan alle anderen, zichzelf wijsmaken dat ze steeds meer geld moeten verdienen, vierentwintig uur per dag kapotgaan van de stress, en hun kind niet zien als een nakomeling, een wezen van vlees en bloed, een levend individu dat een gewone en onopvallende opvoeding moet krijgen, maar als een trofee, als een prestatie, als een goudklomp, als een wezen dat dankzij hun sociale media al van bij de eerste kreet door de hele wereld als speciaal, bijzonder en uitzonderlijk zal worden beschouwd. Uiteraard kan geen enkel kind met zulke ouders uit de voeten.

Dat kind krijgt de gekte met de paplepel ingegoten, krijgt geen kans om doordeweekse gezonde hersens te ontwikkelen, wordt opgezadeld met een brein dat om de twintig seconden tiltslaat, en wordt tussen z’n eerste en z’n zeventiende levensjaar honderd keer naar een dokter gesleept, die te horen krijgt: ‘Red ons! Ons kind heeft ADHD!’ Zoals ik al zei: in mijn tijd bestond dat niet. Wat ben ik blij dat ik in mijn tijd ben geboren en opgegroeid. En wat twijfelen m’n vriendin en ik er zwaar aan of we zelf een kind willen. Want stel dat het hummeltje geen ADHD zou krijgen: dan wordt het door al z’n vriendjes en vriendinnetjes uitgelachen en voor achterlijk verklaard.

Humo 4087/53 van 31 december 2018

Dit artikel verscheen in:

HUMO van maandag 31 december 2018

Lees alle reportages

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: