Heleen Debruyne: 'Mannen die vrouwen slaan'

, door (hd)

Deel
vrouwentongen

Van die vroomheid blijft niets meer over zodra we ons in de chaos van Mumbai begeven. De kleine vrouw in kobaltblauwe katoenen gewaden heeft altijd een lach op haar gezicht. Er zit niets volgzaams of tegemoetkomends in die opgetrokken mondhoeken en blikkerende tanden van haar. Ik ken niemand die zo dwingend kan glimlachen. Zo perst ze zich door rijen mannen om als eerste een riksja te versieren. Ze praat in winkels met personeelsleden om sneller aan de beurt te komen. We trekken naar een lezing van een befaamde studentenleider, berucht om zijn kritiek op de corrupte regering. Ze speurt de zaal af, vindt meteen de belangrijke mannetjes, groet, schudt handen en versiert een plekje op de eerste rij, nochtans gereserveerd voor journalisten. Tijdens de lezing roept ze goedkeurend naar het podium. Ze gedraagt zich zoals ik dat alleen de mannen hier zie doen.

Terug thuis foetert ze in rap Hindi in haar smartphone. ‘Phuh,’ zegt ze, wanneer ze heeft neergelegd. ‘Niet te geloven. Weer een beller die me vroeg te worden doorverbonden met iemand die ‘de zaken kan regelen’ – een man bedoelt hij. Ik regel de zaken. Sámen met mijn man. Niet voor hem.’

Ze begint een tirade over de mentaliteit van de Indiase man. ‘Een kennis van me was laatst een afspraak vergeten. Weet je wat hij zei? ‘Mijn vrouw is het vergeten.’ Zo zien ze hun echtgenotes. Als hun secretaresses, niet als partners. En dat begint al vroeg. Laatst keek ik met mijn kleinzoon naar een Bollywoodfilm. Een vrouw gaf haar man, die haar bedrogen had en geld van haar had gestolen, een klap in zijn gezicht. Dat vond mijn kleinzoon abnormaal. Maar mannen die vrouwen slaan, daar had hij geen vragen bij. ‘Vind je niet dat níémand zou moeten slaan?’ vroeg ik. Zo had hij het nog niet bekeken. Ik weet niet waar hij dat vandaan heeft. Niet van mij, niet van zijn ouders. Dat soort ideeën hangt hier gewoon in de lucht.’ De kleinzoon is voortgekomen uit het gearrangeerde huwelijk van haar dochter. Die praktijk is volgens haar volstrekt niet in strijd met haar feminisme. Door de kandidaten voor haar dochters zelf uit te kiezen voorkomt ze rampscenario’s als een huwelijk waarin een vrouw als secretaresse, of erger nog, als voetveeg wordt behandeld. De ene dochter weigerde eerst zes zorgvuldig geselecteerde kandidaten, de andere twaalf. De ene heeft twee kinderen, de andere één. ‘En dat is genoeg,’ zegt ze. ‘Wat is er in godsnaam mis met condooms?’ Boven haar hangt een felgekleurde prent van de Heilige Maagd. Ik wil haar met die boodschap en met die dwingende glimlach op audiëntie bij de paus sturen.

Humo 4087/53 van 31 december 2018

Dit artikel verscheen in:

HUMO van maandag 31 december

Lees alle reportages

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: