Gestolen kunst verhandelen? Simpel: laat het meesterwerk naar de kringloopwinkel brengen, en koop het!

, door (hm)

159
van gogh 1200

Dieter Bosseeuw (kunsthandelaar) «Een gestolen Van Gogh of Da Vinci verpatsen is bijna niet te doen. Daarom komen die dieven vroeg of laat bij mij terecht.»

HUMO Je verhandelt gestolen kunst?

Bosseeuw «Zeker niet! Ik koop die spullen gewoon in de kringloopwinkel. Laatst nog een Picasso uit 1937. De jongens brengen dat schilderij naar de kringloopwinkel, en na een paar dagen ga ik het daar kopen voor tien of vijftien euro. Ik maak ter plaatse een paar foto’s en ik bewaar het bonnetje, zodat ik kan bewijzen waar het schilderij vandaan komt.»

HUMO En hoe vergoedt u de dieven?

Bosseeuw «Dieven? Ik ken geen dieven. Dat zijn tipgevers, en ik geef hun een mooie fooi.»

HUMO Verkoopt u die kunstwerken dan door?

Bosseeuw «In ons milieu wordt vooral aan ruilhandel gedaan. Een mooie ets van Dürer is twee kilogram coke waard, enzovoort. Coke kun je in kleine porties doorverkopen, dat is handig. Daarom ben ik ook uit de vrouwenhandel gestapt. Je kunt die dames toch moeilijk in stukken gaan snijden! Enfin, moeilijk is dat niet als je het juiste materiaal hebt, hahaha, ja, in onze branche wordt veel gelachen. Maar je begrijpt het probleem.»

HUMO Dan zit die cokehandelaar toch met een onverkoopbaar schilderij?

Bosseeuw «Wacht even! Een ander probleem met de vrouwenhandel is de stockage. Een schilderij kun je oprollen en in een waterdicht stuk regenpijp begraven in je tuin. Met vrouwen ligt moeilijker. Ik zeg weleens: doen die hoeren aan yoga? Nee? Dan hoef ik ze niet, hahaha! Moeilijke humor kan ook, zoals je ziet, want kunstcriminelen zijn doorgaans Klara-luisteraars. Die zijn dus wel wat gewend qua witzen op niveau.»

HUMO En die cokehandelaar dan?

Bosseeuw «Die verpatst dat kunstwerk voor nieuwe coke. En zo schuiven die kunstwerken op in de richting van de bron: de Antwerpse mocromaffia speelt ze door aan een Colombiaanse transporteur, die verkoopt het ding aan het drugskartel, en uiteindelijk komt dat bij de arme indianen terecht die in het binnenland de cocaplanten verbouwen. Hun schamele hutjes, diep in de bergen, hangen vol onschatbare kunstwerken. Die kerels zijn stinkend rijk, maar ja, wat brengt het hun op?»

HUMO Kunnen de indianen die kunst niet verkopen?

Bosseeuw «Aan wie? Aan hun hond? Of aan een alpaca? Ze staan aan het einde van een handelsketen, nietwaar.»

HUMO Die kunst is dus waardeloos geworden?

Bosseeuw «Ja en nee. Ze kunnen alles terugsturen, en daar krijgen ze dan wat cocaïne voor, maar dat is water naar de zee dragen. Tien jaar geleden heeft men ter compensatie verhandelbare vrouwen naar Colombia gestuurd, maar dat was een ingewikkelde onderneming. En dan zaten die dames daar in de jungle, in een cultuur waar ze niks van snapten, met alle fricties vandien, integratieproblemen en zo. Van ellende gingen die aan de coke zitten, zodat de aanvoer naar Europa opdroogde. Dat was ook geen oplossing.»

HUMO En die kunst blijft dan maar in de hutjes hangen?

Bosseeuw «Elk jaar organiseer ik een expeditie naar die afgelegen gebieden. Ik betaal een faire prijs voor de werken, en ik breng ze naar Europa. Maar het is moeilijk om experts en museumdirecteurs ervan te overtuigen dat de Inca’s authentieke Rembrandts, Mondriaans en Rubensen maakten. Daar moet ik toch nog een mouw aan zien te passen.»

Humo 4087/53 van 31 december 2018

Dit artikel verscheen in:

HUMO van maandag 31 december 2018

Lees alle reportages

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: