Koppensneller Herman Brusselmans: 'Laten we de scholen afschaffen'

, door (hb)

295
brussel

Zoals m’n tienduizenden fans weten, heb ik ooit Germaanse filologie gestudeerd. Overigens is die prachtige naam voor een studie ondertussen afgeschaft, zoals ongeveer alles van enige waarde wordt afgeschaft. Een universitaire studie bestond toen uit twee jaar kandidatuur en twee jaar licentie. Tegenwoordig spreekt men van bachelor en master, alsof het Engels niet al genoeg alle andere talen aan het verstikken is. Ik weiger trouwens om ooit nog een Engels woord in een Nederlandse zin te gebruiken, en dus zeg ik nooit meer cool, shit, fuck, nice en auntie Beeb.

In deze tijden zie je door het bos de bomen niet meer, en wie bachelor is, kan nog een keer bachelor worden, dan bijna master, dan een derde keer bachelor. Hij kan z’n master niet halen en toch master zijn, want twee keer bachelor maal een halve master is überhaupt een master, tenzij je per toeval vooraf vergeten bent om bachelor te worden. Maar goed, op m’n kousenvoeten werd ik licentiaat in de Germaanse filologie, richting Nederlands-Engels, en m’n thesis, over de schrijver Jan Emiel Daele, die eerst z’n vrouw de kop had afgeknald met een jachtgeweer en daarna zichzelf, werd beschouwd als een mijlpaal in de historiek van de thesisschrijverij. Een thesis bestaat ook al niet meer, dezer dagen mag de student, als hij er zin in heeft, een opstelletje van negen bladzijden inleveren dat door niemand wordt gelezen, en dankzij dat vodje mag hij zich bachelor of master noemen, of allebei.

Daar stond ik dan te pronken met m’n diploma als licentiaat in de Germaanse filologie, en wat nu? Ik wilde schrijver worden, maar dat was geen echt beroep, en als ik zei dat ik van schrijven m’n job wilde maken, werd ik door iedereen uitgelachen, gehoond en bekleed met pek en veren de stad uitgejaagd. Nou, dan zou ik toch leraar worden? Daar moest je een bijkomend diploma voor behalen, dat je in staat zou stellen om voor een klas te staan. Dat impliceerde dat je eerst een aantal proeflessen moest geven. In mijn geval diende ik voor de klas te gaan staan om zowel Nederlands als Engels te doceren. Ik stond derhalve voor een klas in de Lange Violettestraat en was zinnens om daar de leerlingen het verschil te leren tussen lijken, blijken, en schijnen. Ik zei: ‘Het is ‘De zon scheen’ en niet ‘De zon bleek’ of ‘De zon leek’.’ Geen enkele van de leerlingen had een sjoege van waar ik het over had. Ze zaten ineengezakt op hun stoel, peuterden in hun neus, krabden aan hun ballen en wensten mij naar de hel. In een school aan de Voskenslaan dacht ik er goed aan te doen om aan de leerlingen enige uitleg te geven omtrent het werk van William Shakespeare, van wie ze nog nooit gehoord hadden. Nadat ik twee uur aan een stuk m’n hart en ziel aan Shakespeare had verpand, was het duidelijk dat de leerlingen verkozen om nog steeds niet ooit van William Shakespeare gehoord te hebben. Ze zaten ineengezakt op hun stoel, peuterden in hun neus, krabden aan hun ballen en op de laatste rij zaten twee jongens te muilen dat het kletterde, want toentertijd begon de homoseksualiteit in de mode te raken.

Ik besliste dat ik helemaal geen diploma voor lesgeven wilde, ging een tijdje in een bibliotheek werken en in 1987 koos ik, ondanks de ridiculiteit ervan in de ogen van nagenoeg iedereen, ervoor om fulltimeschrijver te worden. Leraar of lerares was toen al een kutberoep, en het is er alleen maar erger op geworden. De leerlingen zal het aan hun reet roesten of je lijken of blijken gebruikt, Shakespeare en alle soortgelijke eikels mogen doodvallen van hen, en niet alleen zitten ze ineengezakt op hun stoel in hun neus te peuteren of aan hun ballen te krabben, of niet alleen op de achterste maar ook op de eerste rij te muilen dat het klettert, tevens zitten ze uiteraard de hele tijd op hun gsm te tokkelen, en als de minister van Onderwijs, de schooldirecteur of de leraar hun verbiedt om hun telefoon tijdens de lesuren uit hun zak te halen, dan breekt er een revolutie uit. Als steeds minder studenten leraar willen worden, dan geef ik hun dik gelijk. Sterker nog, laten we de scholen afschaffen. Niemand wil toch iets leren en alles is te vinden op Google. Iedereen krijgt, zonder er een inspanning voor te verrichten, bachelors en masters naar zijn kop gegooid, en geen enkele pipo tussen de 12 en de 24 jaar weet wie William Shakespeare was. Die doet niet eens de moeite om zich om te keren in z’n graf.

Humo 4089/03 15 januari 2019

Dit artikel verscheen in:

HUMO van dinsdag 15 januari 2019

Lees alle reportages

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: