Dwarskijker over 'Reizen Waes', 'Urbanus 70' en 'De luizenmoeder': Een ogenschijnlijke schlemiel

, door (rv)

11
dw 1200

Reizen Waes

Eén – 30 december & 6 januari – 1.423.377 kijkers

Als thuisblijver zonder enkelband zoek ik op zondagavond, wanneer ik de gevreesde maandagochtend al voel naderen, graag vermaak en verte in ‘Reizen Waes’, een programma waarin de Waes in kwestie, een schalkse actiefiguur, dit keer het oude, in zijn voegen knarsende Europa doorkruist. Daarbij slaat hij nog het liefst curieuze zijpaden in, ook als die doodlopen of bij gebrek aan perspectief in het niets verzanden.

In IJsland, een land dat me aanspreekt, zakte hij naar een zo goed als onbereikbare en aldoor ingesneeuwde uithoek van een uithoek af, waar elf mensen en een kudde schapen op een kluitje woonden. Naar eigen zeggen en mekkeren hadden ze het er zodanig naar hun zin dat ze er nooit weg wilden. Met uitzondering van een lerares die, sinds een paar gezinnen met kinderen naar de bewoonde wereld waren verkast, nog één leerling overhield: haar bloedeigen puberdochter. Dat schept vast een band. Telkens als ze door toedoen van Tom Waes aan haar situatie moest denken, schoot ze vol. Er waren in die verafgelegen nederzetting ook een paar jonge vrouwen die in Reykjavik hadden gestudeerd maar oneindig veel liever schapen fokten of, tussen het schapenfokken door, als vuurtorenwachter dienstdeden in hun zoekgemaakte geboorteplaats. Die robuuste tantes taalden far from the madding crowd niet naar een levensgezel en kinderen. Het benieuwde mij waaraan ze die geesteshouding, mogelijk een benijdenswaardige graad van onthechting, te danken hadden. Nu ja, kwalijke ervaringen in Reykjavik kunnen ook een rol hebben gespeeld: het ruikt, als je erop bedacht bent, overal naar onraad. Een documentairemaker zou zich als 12de man een jaar lang in dat IJslandse Nergenshuizen moeten vestigen teneinde er, met een bescheiden camera in de aanslag, ook zicht te krijgen op de binnenkant van de eigenheimers in zo’n geïsoleerd samenlevinkje. Zo’n intense geduldoefening verwacht ik natuurlijk niet van ‘Reizen Waes’, waarin de desbetreffende Waes zich vermakelijk en gezwind van hot naar her beweegt – variété de voyage – en zodoende in bijvoorbeeld een plaatsje in Polen terechtkomt, waarvan een significant percentage van de ingezetenen zich in België nuttig maakt. Volgens ‘Reizen Waes’ gaan Belgen – u kunt er vast wel een paar aanwijzen – ervan uit dat Polen óf schoonmaaksters óf bouwvakkers zijn, of anders iets daartussenin. De Poolse gids die Tom Waes de weg wees, was bijvoorbeeld – je kunt het zo gek niet bedenken – socioloog. Als schoonmaker of bouwvakker zou die man in België vast een veelvoud kunnen verdienen van wat hij nu vangt. Had de Pool Chopin in zijn tijd maar bouwvakker kunnen zijn in België! Alsof de duvel ermee gemoeid was, liep Tom Waes er een Poolse schoonmaakster tegen het lijf die in de periferie van Antwerpen zwabberde, zeemde en stofzuigde. En dan te bedenken dat de avontuurlijke programmamaker toevallig om een poetshulp verlegen zat! Voor de camera vroeg hij dan ook prompt haar telefoonnummer. Ze bleek potverdorie ook nog eens met dienstencheques vertrouwd te zijn! Alles goed en wel, ik ben niet per se een tegenstander van gezelligheid, maar kneuteriger hoeft een reisprogramma voor mijn part niet te worden.

Tom Waes hield in Polen ook nog even halt bij een kwalijk walmende bruinkoolcentrale, de grootste werkverschaffer van de streek, een monster dat menigeen in de wijde omgeving met aandoeningen aan de luchtwegen opzadelde: er openlijk van walgen is voor Tom Waes misschien net iets makkelijker dan voor een werknemer van die elektriciteitsfabriek. Halfkomisch was hij even later met een privémilitie op manoeuvre, ongeregelde troepen die de Russische usurpator eventueel moesten terugdringen in hun vrije tijd. Nabij Walbzych, waar de nazi’s volgens een broodjeaapverhaal een trein vol goud in een onderaards gangenstelsel verborgen hadden, deed hij alsof hij die oorlogsbuit eindelijk had ontdekt: ineens baadde zijn gezicht in de afglans van goud – een aloud kneepje uit films van Disney, zou je kunnen zeggen, terwijl je vooral bedoelt dat je de aflevering over IJsland, ook qua toon, aanzienlijk beter vond dan die over Polen. Maar voor de rest wil je op zondagavond, als de maandagochtend al dreigt, vermaak en verte blijven zoeken in ‘Reizen Waes’.

Urbanus 70

Eén – 8 januari – 1.001.473 kijkers

Het schiet lekker op in de verkeerde richting: Urbain Servranckx, in de wandeling Urbanus, wordt in juni ook al 70. De openbare omroep wrijft hem die verjaardag in met ‘Urbanus 70’, een vijfluik waarin ervaringsdeskundigen van enige renommee zeggen wat hen overkwam toen ze zich voor het eerst aan de befaamde komiek blootstelden. Urbanus hoort en ziet die getuigen in dit programma met welgevallen aan. Hij lijkt heel goed te weten wat hij sinds de vroege jaren 70 heeft teweeggebracht; hij zou het die ervaringsdeskundigen kunnen vóórzeggen, maar hij hoort het hen liever zelf onder woorden brengen. Ik meende in die aankomende zeventiger een glundere man te zien die, onder het vooruitkijken, kan terugblikken op een vervuld leven, maar ik kan me deerlijk vergissen: mijn mensenkennis is veeleer gebrekkig, merk ik haast elke dag. En als ik al íéts kan, dan is het wel: me deerlijk vergissen.

Jean Blaute, de producer van Urbanus, zei dat hij vooral in dubio stond toen hij de komiek voor het eerst aan het werk zag: hij wist niet of hij nu moest lachen dan wel medelijden hebben met de podiumpersoonlijkheid van Urbain Servranckx, oorspronkelijk een Van Anus uit Tollembeek. Het duurde niet lang of Jean Blaute bescheurde zich met overgave. Ik was de middelbare school aan het afronden toen ik Urbanus voor het eerst zag optreden in het achterafzaaltje waar ik toen op aangewezen was. Het was in die dagen dat je uit één pingpongballetje twee puilogen kon halen. Politieke correctheid bestond goddank nog niet. Ik weet nog dat de komiek avondvullend onweerstaanbaar was: je zag een gesjochten hippie die tegelijk een straatjoch van het platteland was, en een ogenschijnlijke schlemiel die zijn medemens graag te vlug af was. Met inzet van een snerpend stemgeluid bracht hij kattenkwaad op een hoger plan. Je zag een personage dat, lang voor Willy Linthout het verstripte, al ontstegen leek aan een oer-Vlaams, op grauw krantenpapier gedrukt stripverhaal van Marc Sleen, ergens tussen 1955 en 1965. Drukkerij Het Volk, Forelstraat 22, Gent. Op den duur is alles heimwee.

Alex Agnew en Michael Pas, voor wie Urbanus een doorslaggevende held uit hun kindertijd was, gewaagden van zijn anarchistische en subversieve inslag, die ontvankelijke kinderen op ideeën bracht. Sandy Blanckaert, de dochter van Will Tura en Jenny Swinnen, kwam met een praktijkvoorbeeld aanzetten: ze herinnerde zich dat Urbanus en zijn vrouw Nadine ooit ten dis genodigd waren bij de Tura’s. Voor die gelegenheid mochten Sandy en haar broertje een poosje langer opblijven dan gewoonlijk. Mevrouw Tura wilde weten of Urbanus bij voorkeur náást of tegenover Nadine plaats wilde nemen aan tafel. ‘Liever óp Nadine,’ klonk het felrealistisch. Volgens Sandy trok haar moeder toen bleek weg, waarna mevrouw Tura haar kinderen terstond gelastte naar bed te gaan, want naar haar aanvoelen kon het alleen maar erger worden. De kiem was in ieder geval gelegd: Sandy en haar broertje vonden Urbanus ineens nog interessanter dan voorheen. Zulke kinderen moeten wel goed terechtkomen.

Het viel me in de eerste aflevering van ‘Urbanus 70’ op dat de gags die hij omstreeks 1980 voor de BRT heeft opgenomen, zich stilaan hebben losgezongen van de voorthollende tijd en de voorbijjagende modes. Die filmpjes zijn godbetert, in een ommezien van nagenoeg veertig jaar, klassiek geworden. Ik bleek in ieder geval onverminderd te moeten lachen om de scène waarin Urbanus in een schiettent een verband legt tussen diepmenselijke perslucht en een windbuks. Het kan aan mijn infantiele inborst liggen, maar goed: ‘lachen is lachen’, zoals Hunfried Knödel het in zijn privésfeer placht te zeggen, een man uit het Ruhrgebied die er voorts om bekend stond dat hij tot lang na zijn dood anoniem wenste te blijven. Serieus kan ook, na enig aandringen: de voorlopige conclusie is dat de eerste aflevering van ‘Urbanus 70’ een goed begin was. Van het einde. Voor ik het vergeet: weg met de ouderdom!

De luizenmoeder

VTM – 9 januari – 814.164 kijkers

Dat er een Vlaamse versie bestaat van het Nederlandse succès fou ‘De luizenmoeder’ zegt mogelijk iets interessants over de hedendaagse verhouding tussen Zuid en Noord. ‘Unie’ is al langer dan vandaag een loos woorddeel in Taalunie: Vlamingen, iedereen kan er wel een paar aanwijzen, lijken steeds minder belangstelling voor de cultuur van de noorderbuur te vertonen. De Nederlandse tv is niet meer in tel in het Vlaamse kijkgedrag, als ik mijn persoonlijke kijkgewoontes even buiten beschouwing laat: afwijken is mijn tweede à derde natuur. Ik heb dan ook vier afleveringen van de Nederlandse serie ‘De luizenmoeder’ gezien, waarna ik genoeg wist: de scenario’s waren geestiger dan gemiddeld en de actrice Ilse Warringa, die onderwijzeres Ank van Pijkeren neerzet, was – laat ik me in mijn nadagen even aan een overspannen krantenwoord bezondigen – een revelatie.

In het Vlaams heet juf Ank juf Els. Ze wordt gespeeld door Els Dottermans, die van zichzelf óók Els heet en wel raad weet met dit type: au fond een autoritair mens, dat, onder druk van de plaatselijke tijdgeest, met wisselend succes haar aangeboren bazigheid probeert te maskeren, en intussen met dyscalculie kampt. Juf Els hoeft niet gepord te worden om het lied ‘Hallo allemaal, wat fijn dat je er bent’ aan te heffen. In Nederland wordt het stilaan tot de geluidshinder gerekend: het is er, onder de zeespiegel, zowel in carnavalskrakers als in nergens heen bonkende sjonniemuziek ontaard. Wees eventueel op het ergste voorbereid, al ben ik werkelijk de laatste die u met goede raad lastig wil vallen.

De Vlaamse editie van ‘De luizenmoeder’ is over de hele lijn raak gecast: Tom Audenaert is een geschikte schooldirecteur Erik, een man die zich overeind moet zien te houden in het spanningsveld tussen politieke correctheid en zijn aard van het beestje, wat mij ook het thema van deze serie lijkt. Ik ben ook blij dat ik de actrice Elise Bundervoet, die Nancy speelt, weer gewoon op de televisie kan zien, en voorlopig niet in de palliatieve zorg, waar ze zich in haar andere leven als verpleegster nuttig heeft gemaakt.

Ik maak me sterk dat ouders die heden op gezette tijden aan de schoolpoort samendrommen, en aldoor tot participatie in het onderwijs van hun kinderen worden genoopt, veel gemengd plezier aan deze serie zullen beleven. De meeste van mijn kinderen zijn intussen de dertig voorbij, zodat ik ze allang niet meer uit school hoef te halen. Ineens vraag ik me af of het geouwehoer in ‘Dertigers’, een avondlijke soap op Eén, wel opweegt tegen het geouwehoer dat in ‘Van Gils en gasten’ usance was, terwijl ik het toch vooral over de bekijkenswaardige Vlaamse versie van ‘De luizenmoeder’ wilde hebben.

Rudy Vandendaele

Humo 4089/03 15 januari 2019

Dit artikel verscheen in:

HUMO van dinsdag 15 januari 2019

Lees alle reportages

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: