Dwarskijker over: 'Voor ik het vergeet' en 'Hanne danst': Op weg naar ons aller eindbestemming

, door (rv)

25

Voor ik het vergeet

Eén – 14 januari – 728.466 kijkers

Wannes Deleu, die ik alleen maar van de televisie ken, lijkt me een veeleer opgewekte natuur – vast ook iemand die, zonder ongevoelig te zijn, niet gauw van zijn stuk is gebracht; een jongen die, naar ik hem meen aan te voelen, goed ingevoerd is in de padvinderij en een Zwitsers zakmes met te veel hulpstukken dan ook gerief voor aanstellers vindt. Zijn montere aard zal hem vast goed van pas zijn gekomen toen hij zijn intrek had genomen in woon-zorgcentrum Den Olm in Bonheiden, waar hij, met een bescheiden camera als ooggetuige, weer even contact probeerde te krijgen met zijn onomkeerbaar dementerende grootmoeder. Intussen zou hij ook oog hebben voor haar lotgenoten. Het verleden van die grootmoeder en al wie er ooit een rol in hadden gespeeld, waren al grotendeels uitgewist. Zonder dat ze dat ooit heeft gewild, was ook Wannes zoekgeraakt in haar steeds sneller vernevelende archief. ‘Voor ik het vergeet’ opent met een waaier van Wannes’ familiekiekjes uit de tijd dat allerlei geluk nog voor de hand leek te liggen. De tijd die zijn grootmoeder zich in de verste verte niet meer herinnert.

Aan het begin van de tweede aflevering van ‘Voor ik het vergeet’ gaf Wannes ons een idee van het schimmige ochtendgloren in Den Olm: een klaaglijke oude stem, het geluid van een weerloos mens in nood, riep buiten beeld: ‘Moeder! Moeder!’ En vervolgens: ‘Florentine!’ Moeder kwam niet, en ook Florentine snelde niet toe. De weeklacht ging dan maar op een prevelement over: ‘Wees gegroet, Maria, vol van genade.’ Wie ’m al eens flink geknepen heeft, herkende meteen doodsangst in dat gebed, en de volstrekte verlatenheid van iemand die de weg kwijt is, en nauwelijks nog weet heeft van waar een weg zoal heen zou kunnen leiden. We hoorden het geluid van een doorwaakte nachtmerrie.

De toonzetting van de tweede aflevering van ‘Voor ik het vergeet’ was meteen illusieloos, ook al bleef Wannes Deleu zijn best doen om glimpen van hoop, of hoe een vluchtige opschorting van het lijden ook mag heten, in beeld te krijgen: dementerende mensen lijken lichtjes op te fleuren als ze zingen of als ze muziek horen die hun vaak bekender voorkomt dan hun eigen kinderen. Nu ja, zo’n mijlenver van wat ze ooit was afgedwaald oudje dat met dichtgeknepen ogen en geheel in zichzelf verzonken met een ijle, bibberige stem ‘Dat is hier op aarde de hemel’ zingt, biedt nu ook weer niet zó’n opbeurende aanblik. Die hemel had voor een buitenstaander als ik verdacht veel weg van de hel.

‘Alle vier je kinderen zijn hier,’ zei Wannes tegen zijn grootmoeder, terwijl die het gezelschap van haar drie dochters en een zoon overzag en geen sjoege gaf. ‘Het went niet als je moeder je niet meer herkent,’ zei één van die dochters, en de zoon moest even een luchtje gaan scheppen, om daarna weer een poosje bestand te kunnen zijn tegen een werkelijkheid waarin zijn moeder niet meer weet dat ze zijn moeder is. ‘Je vier kinderen zijn hier geweest,’ zou Wannes even later tegen zijn oma zeggen. ‘Ik geloof je niet,’ antwoordde ze gedempt. Aan haar gezichtsuitdrukking viel doorgaans weinig af te lezen, tenzij misschien de doorlopende onzekerheid van iemand die, als in een flits, een houvast meent te herkennen en een tel later alweer niet meer. Als Wannes, die ze niet meer of minder vertrouwde dan om het even welke passant in Den Olm, een luchtige toon aansloeg, dan leek ze geneigd daarin mee te gaan: er verscheen een schijntje van een glimlach op haar gezicht, een verwaarloosbaar glimlachje waarin ze zelf niet erg leek te geloven.

Wannes duwde zijn oma in een rolstoel naar het graf van haar man Raf, maar ook die plek riep geen noemenswaardige herinneringen in haar op. Neen, met die persoon was ze vermoedelijk nooit getrouwd geweest, wat boze tongen daar ook over mochten beweren. Zijn voornaam zei haar niets, laat staan dat ze vier kinderen met die zogeheten Raf zou hebben gekregen. ‘Ráf? Wie is dat? Die ken ik niet.’ Ook de liefdesbrieven die ze aan Raf had geschreven, waren in haar ogen allerminst bewijsmateriaal.

Wannes Deleu hield ook halt bij een vrouw die haar dementerende man nog maar pas aan de goede zorgen van Den Olm had toevertrouwd: ‘Er schiet niets meer over van wie mijn echtgenoot vroeger was,’ zei ze, ‘hij was mijn rots in de branding, en nu is hij totaal afhankelijk.’ Waarop die man zei: ‘Hoe zit het? Zijn we weg?’ Hij was zo te zien een goedmoedig type, dat zich schikte naar een vervreemdende wereld waartoe hij – wist hij veel waarom – veroordeeld was. Hij wilde er wel weg, maar hij zou niet één-twee-drie kunnen zeggen waarheen. De stokoude Melanie was dan weer boos en wanhopig tegelijk: ‘Moeke, help me.’ Ze verweet Wannes iets wat ze zelf niet precies kon benoemen, maar ze zou er zijn vrouw van op de hoogte brengen, als hij dat maar wist! Zo makkelijk kwam hij er dus niet van af. Toen Wannes haar koffie en gebak in het vooruitzicht stelde, draaide ze zienderogen bij: zulk lekkers, en de bijbehorende gezelligheid, kon dit geteisterde mens naar eigen zeggen ‘goed verdragen’.

Ik ervaar ‘Voor ik het vergeet’ als een hartverscheurend programma met een bijeffect: na afloop doet het mij, op weg naar ons aller eindbestemming, hevig naar amusement verlangen. Een stevige borrel, ook een mogelijkheid, schijnt dan weer niet goed voor de hersenen te zijn.

Hanne danst

Canvas – 15 januari – 317.855 kijkers

De openbare omroep heeft de jongste tijd wel erg veel belangstelling voor de liefhebberijen van zijn personeel: een literair boek krijgt aan de Reyerslaan zelden meer aandacht dan ‘Toekomstkoorts’ van Annelies Beck. Een argeloze consument zou haast denken dat die roman een aanrader van heb ik jou daar is, een boek dat je, wil je niet helemaal aan zinloosheid ten onder gaan, koste wat het kost gelezen moet hebben vooraleer het nog meer bergafwaarts met je gaat. Het is zaak vooral de argeloze consument goed en deskundig te informeren, al was het maar om hem beetje bij beetje van zijn argeloosheid af te helpen.

Laatst raakte Wim De Vilder in een lichte staat van opwinding toen hij in het zevenuurjournaal kijkers probeerde te werven voor ‘Hanne danst’. ‘En dan blikken wij vooruit naar een tv-programma waar wij bij de nieuwsdienst geweldig naar uitkijken,’ zei hij. ‘Journaalanker wordt balletdanseres’ meldde een tekstbalkje bezuiden het beeld. Hanne Decoutere, die het journaal presenteert – weg met het gedrochtelijke woord ‘journaalanker’! – zou ten aanschouwen van het kijkerspubliek een oude droom proberen waar te maken: even voor een volle zaal oplichten als ballerina, als het daar, zelfs in Brugge, al niet te laat voor is. Dat verlangen, wellicht een zeurende frustratie, komt op een ambitieuze inhaalbeweging neer. Hanne Decoutere wordt dit jaar 39, een leeftijd waarop veel klassieke ballerina’s de tutu aan Maarten geven, die zijn zinnen eigenlijk op een pijp had gezet, en zijn teleurstelling dan ook niet onder stoelen of banken steekt.

Vorig jaar deed Thomas Vanderveken in ‘Thomas speelt het hard’ met enig succes alsof er een concertpianist aan hem verloren was gegaan. Hoewel ik Thomas een onderhoudende en aangenaam beschaafde tv-persoonlijkheid vind, moest er voor mijn part geen heel genre aan ‘Thomas speelt het hard’ ontspruiten. Ik hoef dat maar te denken of iemand komt al met ‘Hanne danst’ aansjezen en volgend jaar is ‘Annelies schrijft nóg een boek’ misschien wel aan de beurt. Er is een verschil tussen amateurs, hoe verdienstelijk ook, en the real thing, ook al omdat de kunst zich goddank niet naar de democratie plooit. Het komt me voor dat Canvas zich doorgaans weinig aan de danskunst gelegen laat liggen.

In de eerste aflevering van ‘Hanne danst’ zei de aankomende ballerina ter informatie van deze en gene dat ze ‘gelukkig getrouwd’ is en ‘twee schatten van kinderen’ heeft. Ik maakte me dus geen zorgen, vooralsnog. Ze voerde die kinderen een paar keer op in dit programma, ook om te onderstrepen dat professionele ballerina’s, met het oog op hun lichaam en op hun carrière, niet zelden bedanken voor het moederschap. Zo is het makkelijk. ‘Hanne danst’ zal ook om een overladen agenda draaien, en om de prangende vraag hoe ze het allemaal zal bolwerken, want indien ze als ballerina in een jaar tijd nog enig niveau wil bereiken, moet ze nagenoeg een hele werkweek trainen, terwijl ze onderhand ook nog eens haar werkuren als nieuwslezer tot een goed einde moet zien te brengen. Dat wordt vermoedelijk multitasken tot ze nog een ons weegt. Nu ja, weet ik veel wat heden het streefgewicht van de gemiddelde ballerina is. We zagen hoe ze in een pseudo-spontaan onderonsje met haar collega Caroline Van den Berghe – even bijkletsen op de nieuwsredactie – al in de eerste week van haar dansproject over vermoeidheid begon te klagen.

We vernamen in deze eerste aflevering ook dat Hanne Decoutere als jong meisje met vrucht de toelatingsproef aan de Koninklijke Balletschool in Antwerpen had afgelegd, maar haar ouders wilden niet dat ze die opleiding zou volgen. Eerst moest ze een echt diploma halen, wat op zich al een belediging voor kunstscholen is. De kleinburgerlijke toekomstplannen die je ouders voor je koesteren, ongetwijfeld ‘om je bestwil’, is de eerste hindernis die je als aspirerende kunstenaar moet nemen als je gedreven bent. Voor gejammer over hoe het destijds níét is gegaan, en hoe het heel anders had kunnen lopen, heb ik in ieder geval geen geduld.

Zoals je in dit soort programma kunt verwachten, zei de ex-balletdanseres Geneviève Van Quaquebeke – waarlijk een grand écart van een naam – dat Hanne Decoutere voor een bijna onmogelijke opdracht stond. De directrice van de Koninklijke Balletschool zei zelfs dat Decoutere het mocht vergeten, en balletdanser Wim Vanlessen, die dienstdeed als danspartner, buddy en praatpaal in maillot, sprak haar dan weer moed in.

Hanne Decoutere nam zich voor ‘Roméo et Juliette’ te dansen, in de choreografie van Jean-Christophe – genoemd naar zijn werkkleding – Maillot van Les Ballets de Monte-Carlo. Ik weet wel zeker dat Decoutere in haar opzet zal slagen, want dit soort programma moet nu eenmaal triomfantelijk eindigen, met een bloemenhulde en een sterdanseres in vreugdetranen. Na één aflevering twijfel ik eraan of ik wel de hele lijdensweg wil zien: het masochisme, de overwerktheid, de inzinkingen, de blessures, bloed in de pointes en Wim De Vilder die haar op de nieuwsredactie net iets te empathisch vraagt hoe het met haar nieuwste voetknobbel is gesteld. En dan zwijg ik nog over de demonstraties van wilskracht en doorzettingsvermogen, vermeende deugden waar mijn naarste opvoeders lang geleden vergeefs plachten op aan te dringen.

Rudy Vandendaele

Humo 4090/04 van 22 januari 2019

Dit artikel verscheen in:

HUMO van dinsdag 22 januari 2019

Lees alle reportages

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: