'Een goede raad voor Anderlecht- coach Fred Rutten: Franse woordjes uit het hoofd leren is tijdverlies'

, door (jan mulder)

Deel
mulder 1200
© photonews

Maar de keizer had bevolen dat bij het tolhek in Ekamp een erewacht stond opgesteld die bij zijn doorkomst driemaal ‘Vive l’empereur’ moest roepen. Hoe leer je ze dat? De hoofdmeester tegen de erewacht: ‘Vieve is ons dialect voor het getal vijf, laampe dat van lamp en reur is een deur met een r. Vieve-laampe-reur. Makkelijk.’ De erewacht schijnt volgens het verhaal driemaal ‘vuil stuk schroefdraad’ tegen Napoleon te hebben geroepen.

Tijdens een interview met de nieuwe trainer van Anderlecht, de vloeiend Twents sprekende Fred Rutten, zijn dergelijke ongelukjes niet ver weg. Fred beheerst de taal van Molière niet. Op de eerste dag van zijn Brusselse carrière werd hem gevraagd wat hij daaraan gaat doen. ‘Franse les nemen.’ ‘Lukt het al een beetje? Kunt u zeggen hoe de sfeer op de stage in Spanje is?’ ‘Extraordinaire!’ Hoe had hij het geleerd? Opsplitsen. Extra, dat kende hij. En ordinair ook. Extraordinaire is inderdaad een lekker woord.

Fred Haché, een personage dat furore maakte in de shows van Wim T. Schippers met fraai geaffecteerde spraak, was er ook een liefhebber van ‘Extraordinaaaaaire’, langgerekt. Een nóg legendarischer creatie van Schippers, Sjef van Oekel, ging dan weer liever middenin een song voor Donna Summer staan, deed duim en wijsvinger om één van zijn brillenglazen, vorste de mooie zangeres en zei trillend van de emotie: ‘Ik wor niet goed.’ Als ik de nieuwe coach van Anderlecht van advies mag dienen: doe dat laatste maar. ‘k Wor nie goe. Franse woordjes uit het hoofd leren is tijdverlies. Jij bent een door insiders, onder wie ondergetekende, hooglijk gewaardeerde voetbaldeskundige, geen taalvirtuoos. Daarenboven zijn de televisiekijkers een belangrijke pijler van het topvoetbal: zij moeten luisteren naar wat jij over de middenveldruit of vijfmansverdediging met periodiek naar buiten of naar binnen uitwaaierende wingbacks zegt, en dan prefereren we begrijpelijk Nederlands.

Het verlies aan aanzien is enorm wanneer je met het zweet op het voorhoofd pijnlijk kromme zinnetjes in een vreemde taal probeert te construeren. Zelfs de premier van België kan beter zijn moerstaal spreken en van het Nederlands afblijven.

De geschiedenis kent één vreselijk vreemde taal sprekende voetbalcoach die juist daarom onweerstaanbaar aantrekkelijk was: Giovanni Trapattoni van Bayern München. Onvergetelijk is zijn uitval naar Thomas Strunz op 10 maart 1998. ‘In diese Spiele Strunz war schwach wie eine Flasche leer.’ Strunz was één van de spelers met kritiek op de trainer, de beminnelijke Trapattoni dus. ‘Was erlauben Strunz? Ich habe immer die Schulde. Musse alleine die Speil gewinnen! Viele Male dummes Spiel!’ Het was pure poëzie. ‘Ich bin müde jetzt der Vater dieser Spieler der Verteidiger dieser Spieler!’ Trapattoni sloot af met: ‘Ich habe fertig!’ Hij draaide zich om, ging door een deur en kreeg applaus van alle aanwezigen op deze onvergetelijke persconferentie. Men had pure toneelpoëzie gehoord en gezien, iedereen lag aan zijn voeten. Op het einde van het seizoen werd Giovanni Trapattoni door het bestuur van Bayern München ontslagen.

Dat Fred Rutten zich zal laten verleiden tot woedende poëtische oprispingen na een verloren wedstrijd, lijkt me uitgesloten. Rutten is een trainer zonder stemverheffing. Hij is een denker, in het Tukkers dialect.

Humo 4090/04 van 22 januari 2019

Dit artikel verscheen in:

HUMO van dinsdag 22 januari 2019

Lees alle reportages

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: