Heleen Debruyne: 'Telkens als ik me tot een ideaal wil bekeren, zie ik praktische bezwaren opdoemen'

, door (hd)

49
klimatmars

Ik kan mezelf er nooit toe bewegen in mijn handen te klappen tijdens concerten, laat staan ritmisch met een koortje mee te roepen. Mijn nieuwe schoenen knelden. Het was grijs, nat en koud, de lange weg naar het Jubelpark ging bergop. Af en toe vloog er een blikje bier door de lucht. Een speech, gejoel. Ik zocht naar een helder ideaal, maar vond er geen. Ik verlangde naar een warme wafel. De voortrekker van de betoging droeg een kek arbeiderspetje en is vandaag actief bij één van de partijen die toen de regeringsformatie tot een uitputtingsslag maakten. Voortschrijdend inzicht?

Het heeft me nog een paar halfslachtige pogingen tot betogen gekost – telkens of te nat, of te veel zon, altijd te veel mensen – om door te krijgen dat die vorm van protest onverenigbaar is met mijn moeite met groepen. Nochtans ken ik de rijke en vruchtbare geschiedenis van het burgerprotest: vrouwenstemrecht, de Indiase onafhankelijkheid, abortusrechten in Ierland: dank jullie wel, kritische en ongehoorzame burgers, blijf vooral boos. Maar ik kan het niet.

Telkens als ik me tot een ideaal wil bekeren, zie ik ‘en’ en ‘of’ en ‘maar’ en praktische bezwaren opdoemen. Laat me me nog wat inlezen in de kwestie – wacht, voor of tegen wélke kwestie zijn ze precies aan het betogen? Vervolgens maak ik zelden tijd voor het verder lezen. En is dat wel de goede manier? Moet je geen machthebbers vleien, in plaats van op straat kou te lijden? Welke machthebbers? Waar wil ik eigenlijk zonder reserves voor gaan staan?

Altijd vrees ik mijn eigen voortschrijdende inzicht. Maar zo loop ik het risico dat zich onder mijn neus een ramp aan het voltrekken is. Dat ik ooit op de puinhopen zal staan janken dat ik blind was, dat ik toch beter íéts had gedaan. Wijzen de statistieken er tegelijk niet op dat de wereldbevolking nog nooit zo gezond, rijk en vredelievend is geweest als nu? Maar de beste tijden ooit, dat is geen onveranderlijke toestand. Het betekent ook dat je je niet in slaap mag laten wiegen, dat je waakzaam moet zijn voor de achteruitgang. Bovendien wil ik niet degene zijn die dat vooruitgangsoptimisme moet gaan uitleggen aan een te jonge arbeider in een sweatshop in Bangladesh. Voor de meeste mensen kan het altijd nog beter. Maar waar te beginnen? Een column? (Há-há.)

Mezelf murw gedacht loop ik naar de keuken voor een kop koffie. ‘Wat ben jij aan het doen?’ vraag ik aan mijn geliefde, die over zijn laptop gebogen zit. ‘Ik schrijf een gedicht. Over dat ik te lui ben voor idealen.’

Humo 4090/04 van 22 januari 2019

Dit artikel verscheen in:

HUMO van dinsdag 22 januari 2019

Lees alle reportages

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: