Dwarskijker over '30 jaar 'VTM Nieuws'' en 'Eigen Kweek': 'Nadine en de nieuwsfles'

, door (rv)

14
dwarskijker 1200

30 jaar ‘VTM nieuws’

VTM – 22 januari – 388.866 kijkers

Op 21 januari laatstleden, om zeven uur ’s avonds, stond ‘VTM Nieuws’ in het teken van vrachten paksneeuw die ons volgens kenners boven het hoofd hingen: die weersverwachting kreeg zoveel aandacht dat ik me dadelijk instelde op de volkomen ontwrichting van de vierentwintiguurseconomie. Derhalve begon ik me ook zorgen te maken over míjn bevoorrading. Had ik wel voldoende quinoa in huis? En buskruit? En wonderolie? En vleugelmoeren? Ik voorzag ook dat er in een volkomen ondergesneeuwde en van de buitenwereld afgesneden dorpskom een Verschrikkelijke Sneeuwman zou opduiken, die bij nader inzien Patrick Van Gompel zou blijken te zijn – wat een opluchting! Patrick Van Gompel, de sympathieke verslaggever voor alle weertypes. Hij is ook erg in zijn element na hagelbuien, meen ik te weten. Nu, het sneeuwde wel de volgende dag, zij het veeleer decoratief. De files waren korter dan gewoonlijk.

En dan te bedenken dat net iets langer dan dertig jaar geleden ‘VTM Nieuws’ niet eens bestond. We wisten niet wat we misten in die dagen, zodat we toen ook niet ongelukkiger waren dan gewoonlijk. Soit. Ineens glommen Dany – slechts één n – Verstraeten en Nadine De Sloovere achter een nieuwsdesk op, en het aanschijn van het televisienieuws ter hoogte van Vlaanderen veranderde voorgoed. De rest was Vlaamse mediageschiedenis, die in ‘30 jaar VTM Nieuws’ hapsnap wordt opgerakeld voor de gezellige mensendrom die we gemeenzaam, en ook wel een beetje om niemand over het hoofd te zien, het ruime publiek noemen. Nieuwslezers werden van de ene dag op de andere ankers genoemd en in de haven van Antwerpen riepen schippers voortaan: ‘Werp de nieuwslezer uit!’

Nadine De Sloovere zei dat ze, toen ze voor de allereerste keer het nieuws moest presenteren, als de dood was voor versprekingen, maar alles liep gelukkig gesmeerd. Om de één of andere reden schoot het woord ‘nieuwsfles’ me dertig jaar na de feiten door het hoofd. Dat moest nieuwsflash zijn, maar ik neem aan dat de overigens alleraardigste mevrouw De Sloovere mij pas enkele dagen na haar première als nieuwspresentatrice met die lapsus heeft verblijd. Prima woord overigens, nieuwsfles. Later werden alcoholische omroepjournalisten aan de Reyerslaan zo genoemd.

Bij de VTM ontstond er een nieuw type nieuwslezer, dat de schijn van showbizz had, post en ruikers kreeg van verliefde huisvrouwen, en ter wille van de klantenbinding ook leuk ging zitten doen in criante spelprogramma’s. Geen wonder dat de nieuwsdienst van de openbare omroep, stugge uitleggers van statistieken, en bloc stikjaloers was.

Over haar eerste keer zei Birgit Van Mol: ‘Stel je voor: je zit al jaren naar ‘VTM Nieuws’ te kijken, je kent de begintitels, de openingsshots, en dan komt er een moment dat je daar zélf zit.’ Ik stelde mij dat alles gedwee voor, en er ontstond niets dat de moeite van het opschrijven waard was. Een enkele keer ligt dat niet aan mij.

Ik vernam ook dat elke nieuwslezer van VTM na zijn vuurdoop door collega’s op applaus en gladiolen wordt onthaald. Kijk, dáár doen die geboren aandachttrekkers het wellicht allemaal voor.

Ter gelegenheid van ‘30 jaar VTM Nieuws’ deed Nicholas Lataire, de huidige hoofdredacteur, zo te horen liever geen beroep op nuancering: ‘Zelfs als de wereld vergaat, moet het anker rustig blijven,’ klonk het. ‘Je gaat vér voor het nieuws,’ zei hij ook nog, ‘zéér ver.’ Zelf leek hij mij op het eerste gezicht niet het type dat graag verslag uitbrengt terwijl achter hem één of andere mogendheid een bommentapijt uitrolt. Voor dat soort klussen hebben ze bij VTM onder anderen Robin Ramaekers, een jongen die volgens mij aanleg voor heroïek heeft. Nu ja, enig gekoketteer met de risico’s die hij ooit onbewust heeft gelopen in oorlogshaarden, ging hij in dit programma alvast niet uit de weg. Ik maak van deze gelegenheid gebruik om in een terzijde en in een ietwat ernstiger toonzetting Danny Huwé te gedenken, die op Kerstmis van het jaar 1989 door een sniper werd doodgeschoten in Boekarest. Ik weet niet of het de bedoeling van die arme man was om ver, zéér ver te gaan voor het nieuws. De kittige Elke Pattyn zei dat ze liever haar leven niet in gevaar bracht voor de nieuwsgaring. En ook Dany, voor altijd mijn favoriete Dany met één n, vond dat geen enkel nieuwsfeit belangrijk genoeg was om ervoor te sterven. Ik hoefde nu ook weer niet zó lang na te denken om het hierover roerend met hem eens te zijn.

‘Die twee torens zien instorten, dat was zó impressionant,’ zei Lynn Wesenbeek – een indruk die ze vast gecheckt en gedubbelcheckt had. Waarna we vernamen hoe ‘VTM Nieuws’ 11 september 2001 had doorgemaakt, de dag dat een religieus bevlogen luchtmacht Manhattan aandeed. Terwijl ik murw naar CNN zat te kijken, presenteerde Marc Dupain op VTM een marathonuitzending over de terreuraanslagen in Amerika: ‘Ik was gefocust,’ herinnerde hij zich in ‘30 jaar VTM Nieuws’, ‘er mocht naast mij een bom ontploffen, I couldn’t care less.’ Het klonk iets te ferm, ook in het Engels, waarna Dupain met een trillende onderlip vertelde dat hij enkele dagen later grondig was ingestort op een bruiloft.

Er was een tijd dat ‘VTM Nieuws’ in tegenstelling tot de openbare omroep niet gerechtigd was om in Belgische voetbalstadions te filmen. Sportverslaggever Jan De Wijngaert herinnerde zich dat een vrouw, die een hartstocht voor de nagelnieuwe commerciële televisie had, haar keuken aan een cameraploeg van VTM ter beschikking stelde. Vanaf die plek kon je namelijk het veld van Racing Mechelen overzien. Jan De Wijngaert droomde even weg toen hij aan weleer dacht: ‘Vroeger liepen we gewoon de kleedkamer binnen na de wedstrijd. De spelers waren naakt en je kon ze zó interviewen. Ik prijs me gelukkig dat ik die mooie tijd nog heb meegemaakt.’

Hoewel ik naar nostalgie en vervlogen regenbogen neig, wist ik me tijdens de eerste aflevering van ‘30 jaar VTM Nieuws’ aardig te beheersen. Er zat één beeld in dat ik helaas niet rechtstreeks heb mogen meemaken: Dany Verstraeten die aan het begin van het nieuws door een technisch feiltje in duisternis baadt en zegt: ‘We wachten even op het licht.’

Voor het overige is één geslachtsverandering in dertig jaar nu ook weer niet zó bijzonder.

'Op is op. Zie wat dat betreft ook: het echte leven, waarover u vast al veel hebt gehoord'

Eigen kweek

Eén – 22 januari – 1.453.621 kijkers

Qua tv-series volstaat in mijn ideale wereld één mooi afgeronde, goed doortimmerde serie die onderhoudend en intelligent op een verrassend einde afmeandert en tussendoor al eens een onverklaarbare bokkensprong maakt, waarbij de vraag ‘Hoe halen ze het in hun hoofd en tegelijk in het míjne?’ rijst. Dat zou voldoende moeten zijn. Succes, een gunstig kijkcijfer, zou in artistiek opzicht nog geen reden mogen zijn om koste wat het kost een vervolg aan een serie te breien. Op is namelijk op. Zie wat dat betreft ook: het echte leven, waarover u vast al veel hebt gehoord.

‘Eigen kweek’, in oorsprong een amusant wildwestverhaal van eigen bodem, is onderhand zichzelf, wegens gedwongen breiwerk, met ware doodsverachting en krampachtig aan het overleven. In hun aan wanhoop grenzende ijver hebben de scenaristen, puur voor de contrastwerking, René Vanderlinden (Peter Van den Begin) in het leven geroepen. Een opgevoerde Antwerpenaar die van hogerhand als politiecommissaris wordt uitgestuurd om diep in het westen, waar menigeen de glottisslag niet schuwt, orde te scheppen in de plaatselijke ordedienst. Hij moet de lokale bevolking in het voorbijgaan, gewapend met de Antwerpse standaardtaal, ook de glottisslag ontraden en eigenlijk het West-Vlaams in het algemeen. De scenaristen van ‘Eigen kweek’ malen kennelijk niet langer om de suspension of disbelief, letterlijk vertaald: opschorting van ongeloof, die ervoor zorgt dat je als kijker, mogelijk zelfs als baarlijke West-Vlaming, datgene wat je te zien krijgt voor waarachtig houdt, zelfs al geloof je er geen snars van.

‘Eigen kweek’, de derde worp, komt me voor als een reeks volkse sketches die moeizaam naar een onderling verband tasten. De algemene sfeer doet me steeds meer aan naïeve Vlaamse, op krantenpapier gedrukte stripverhalen uit mijn prille jeugd denken, wat ik ook niet zó onaangenaam vind. Aangezien ik een zekere infantiliteit koester, kan er nog altijd een lachje af om het Vlengels van Frank Welvaert (Wim Willaert) die, nu zijn Filipijnse vrouw Julita Pineda (Rhoda Mae Montemayor) een drieling draagt, fluks gewag maakt van een threeling. De West-Vlaamse uitdrukkingen die Julita steeds achtelozer door haar Engels mengt, vermaken me ook nog wel.

Als ik in deze serie een slaperige uithoek van een West-Vlaams dorp zie, een achterafstraat in de middagzon, denk ik weleens dat ‘Bevergem’ niet veraf is, maar ik vergis me. Ik houd van de meeste acteurs in ‘Eigen kweek’, en van personages die hun karikatuur nabij komen, maar op een vierde serie dring ik liever niet aan.

Rudy Vandendaele

Humo 4091/05 van 29 januari 2019

Dit artikel verscheen in:

HUMO van dinsdag 29 januari

Lees alle reportages

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: