Herman Brusselmans: 'Alweder blijkt wat voor een feminist ik eigenlijk ben'

, door (hb)

21
brusselmans 1200

Het is een eenvoudig, simpel leesbaar boekje geworden, dat handelt over het amateurtoneel in Vlaanderen, en hoe dat te lijden heeft onder slechte acteurs, bezopen regisseurs, halfblinde decorbouwers, te weinig publiek en eerst en vooral een toneeltekstschrijver om op te schieten.

Ik weet waarover ik spreek, ik heb zelf een aantal toneelteksten om op te schieten geschreven. Die werden opgevoerd door gezelschappen uit Waarschoot, Moerzeke-Kastel, Erembodegem en dat soort plaatsen waar om het even wie zoveel verstand heeft van toneel als Saskia de Coster van spermatozoïden uit haar ogen wrijven. Vorig jaar nog heb ik een script van kust m’n kloten afgeleverd, ‘Het leven als tussendoortje’, over een man, Roger, die z’n vrouw Arlette bedriegt met z’n minnares Valerie, een 21-jarig fotomodel dat carrière aan het maken is in Milaan en Londen. Ze kan Roger weinig ontmoeten, mede omdat hij thuis in een ijzeren long ligt na een ontploffing in de zagemeelfabriek waar hij werkte, in het zuiden van Ursel. Arlette is te stom om te merken dat haar man verliefd is op een ander en houdt zich louter bezig met beulingen bakken, prei planten en het verzorgen van haar kleinkind Truusje. Dat torst een waterhoofd op haar schouders, kan op 9-jarige leeftijd nog steeds niet tot drie tellen en schijt elke dag een paar keer haar broek vol met stront die je groen zou kunnen noemen. Dat komt omdat Truusje alleen spinazie wil eten, en als Arlette haar een bord prei voor de neus zet, dan gooit Truusje dat bord tegen de muur en bijt ze Arlette in het kruis. Arlette vindt dat lekker en komt gillend klaar. Enfin, zo sleept dat toneelstuk zich maar voort en voort, totaal van de pot gerukt, zonder enige richting, plot of ontwikkeling, gestut door dialogen die je pas uit je bek krijgt als je eerst je smoel volpropt met kiezelstenen. Kortom, ‘Het leven als tussendoortje’ moet ongeveer de beroerdste rotzooi zijn die ik ooit geschreven heb.

Gelukkig is er nu ‘Zo dom als Albert Einstein’, wat à peu près het beste is wat ik ooit geschreven heb. Ik zou het dan ook op prijs stellen als zoveel mogelijk potentiële lezers naar de winkel hollen om zich dat meesterwerk aan te schaffen. Ik kan alvast beloven dat men zich geen seconde zal vervelen, dat men met rooie oortjes zal voortlezen en dat men zal huilen als men gearriveerd is bij de passage waarin het pasgeboren geitje door de stoute boer de kop wordt afgeschoten met een bazooka. Die had de boer gewonnen met een tombola, georganiseerd door het Belgische leger, want we weten dat ze daar met enorme geldtekorten te maken hebben en van alles proberen om zoveel mogelijk poen te genereren. Of zoals generaal-majoor De Bukkelaere het in mijn roman uitdrukt tijdens een speech tot de ondergeschikten: ‘Soldaten, als jullie vanavond niet allemaal de kazerne binnenkomen met elk minstens 1.000 euro in de knapzak, dan zal er volop gefusilleerd worden.’ En alzo proberen de soldaten aan geld te komen door te stelen, te bedelen en jonge meisjes tot prostitutie te dwingen. M’n boek is derhalve onder meer een aanklacht tegen die vorm van vrouwenuitbuiterij, en alweder blijkt wat voor een feminist ik eigenlijk ben.

Maar goed, ‘Zo dom als Albert Einstein’ is nog veel meer dan dat, en het manuscript is gelezen door een aantal zogenaamde proeflezers, bekende en onbekende mensen, en het was Griet Op de Beeck die de mening van allen uitsprak, toen ze telefonisch tegen me zei: ‘Herman, ‘Zo dom als Albert Einstein’ is fantastisch, en bijna even goed als ‘Vele hemels boven de zevende’.’ Dat vatte ik eerlijk gezegd als een belediging op, maar ja, Griet was weer zo zat als een loden pijp toen ze het zei, dus ik kan het haar wel vergeven.

Dus ja, ik heb een nieuw boek, en dat zal enige weken lang in het oog van de storm staan, waarna het stof zal gaan liggen. Dan kan ik me weer concentreren op m’n maatschappelijk engagement en gebruikmaken van de regeling dat zelfstandigen, van wie ik er één ben, vanaf dag één van hun ziekte een uitkering krijgen. Ik zal m’n engagement kracht bijzetten door hoofd-, rug-, en hartenpijn te faken, en een week of drie tegen betaling in m’n nest te liggen.

Humo 4093/07 van 12 februari 2019

Dit artikel verscheen in:

HUMO van dinsdag 12 februari 2019

Lees alle reportages

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: