'Willy Willy was de enige gitarist die meer op Keith Richards ging lijken dan Keith Richards zelf'

, door (hb)

84
vrijbeeld

D e gitaar was er, het plectrum, het pakje rode Marlboro, de Zippo, een bloem en de urne. Er waren instrumenten, versterkers, kabels, een mengpaneel. Er was een videoscherm met daarop na elkaar minstens dertig foto’s van Willy Willy, alleen, met The Scabs, met vrienden, met het publiek, met z’n grote liefde, z’n vrouw Michèle.

Er waren ongeveer negenhonderd mensen in de zaal van crematorium Siesegem in Aalst. Er waren Dani Klein, Arno, Patrick Riguelle, Jan Hautekiet, Jean-Marie Aerts, Isolde Lasoen, de overblijvende Scabs en nog meer muzikanten, en zij speelden in de tempel des doods mooie muziek. Er waren in de microfoon mooie woorden. De sprekers kregen één voor één een krop in de keel en tranen over de wangen. De zaal sidderde van verdriet. Niemand bleef onbewogen, en iedereen dacht aan Willy Willy, aan de vergankelijkheid, de troost van het eeuwige, de afwezigheid van God, de kracht van ontroering en de zon buiten, die er niet in slaagde om te verwarmen. Men rilde, men had kippenvel, men had zin om iemand te omhelzen. Ik zei tegen m’n chauffeur Muis: ‘Ooit zullen we op een plaats als deze ook de enige zijn die niet ademt.’ Muis gaf me gelijk, wat kon hij anders?

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: