Herman Brusselmans: 'Veldmaarschalk Rommel hield halt in Moerzeke nadat hij had gehoord dat er lekkere mastellen werden gemaakt'

, door (hb)

109
vrijbeeld

M’n tante Sonja is 96 jaar en woont in Moerzeke-Kastel, dat in het midden ligt van de driehoek Hamme – Grembergen – Dendermonde. Het is een plattelandsdorp waar heel weinig gebeurt, ofschoon in de oorlog, met name op 12 maart 1943, veldmaarschalk Rommel en zijn gevolg er op doorreis halt hebben gehouden, nadat een lijfwacht van Rommel, Sturmbannführer Edwin Von Eisakker, die van Vlaamse afkomst was, had gehoord dat in Moerzeke-Kastel heel lekkere mastellen werden gemaakt. En dat kan kloppen, want bakker Cyriel De Bosschere maakte de beste mastellen van de hele Tweede Wereldoorlog. Rommel kocht twee dozijn van deze lekkernijen, en hierom is bakker De Bosschere na de wapenstilstand vervolgd wegens collaboratie, waarbij de weerstanders om hem te straffen halfvloeibare stopverf in z’n anus hebben gespoten. De vrouw van de bakker, Urbanie, werd kaalgeschoren en moest een contract ondertekenen waarin stond dat ze geen pruik zou kopen.

Trouwens, als jong meisje heeft tante Sonja nog een lichamelijke relatie gehad met bakker De Bosschere, en later vertelde ze dat hij altijd haar navel vingerde in plaats van haar vagina, en dat ze desondanks toch heel makkelijk klaarkwam. De bijnaam van bakker Debosschere was indertijd, tot ver buiten Moerzeke-Kastel, ‘De Navelvingeraar’, en daar was hij heel trots op. Net zoals hij trots was op z’n lama Jackie, de eerste afgerichte lama in Oost-Vlaanderen: het dier kon apporteren, door een brandende hoepel springen en een emmer bier uitslurpen zonder zat te worden.

Maar ja, dat is allemaal verleden tijd, en de kwestie is dat m’n tante Sonja, zovele jaren later, geïsoleerd leeft in haar werkmanshuisje. Veel geld heeft ze nooit gehad, en haar pensioen is ook maar een schijntje, omdat ze haar hele leven heeft gewerkt als poetsvrouw in het Instituut voor Koloniale Impregnatie in Sint-Gillis-Dendermonde, in wezen een beroep om op te schieten, mede wegens de seksuele intimidatie waaraan poetsvrouwen en ander minderwaardig personeel onderworpen werden. Zo moest tante Sonja op een keer een bureauchef pijpen, terwijl die doorging met z’n spelletje tafeltennis. De tegenstander van de bureauchef, een adjunct-directeur, werd tijdens het pingpongen dan weer gepijpt door klusjesman Abdullah, één van de eerste allochtone arbeiders in Sint-Gillis-Waas.

M’n tante Sonja zou haar sociale isolement willen doorbreken door geregeld een uitstapje te maken, wat heel moeilijk gaat, omdat ze in een rolstoel zit. Ze heeft in 2015 haar heup gebroken, in 2016 haar knie, in 2017 haar nekwervel, in 2018 haar scheenbeen, en twee weken geleden, in 2019 dus, haar staartbeen, waardoor ze alleen zonder pijn kan kakken als ze haar billen tegen elkaar perst, wat een vlotte kakkerij serieus in de weg staat. Er is ook een gebrek aan gepast openbaar vervoer. In Moerzeke-Kastel houden slechts drie bussen per dag halt, en alle drie rijden ze niet verder dan Moerzeke-Dorp, waar al helemáál niks te beleven valt, of je moet mederekenen dat de dorpsgek, Blinde Julien, naakt over het piepkleine marktpleintje banjert, met een bos prei in z’n reet, en roepend: ‘Saddam Hoessein, kom terug, alles is vergeten en vergeven!’ Op de koop toe is het openbaar vervoer in heel België niet altijd geschikt voor rolstoelpatiënten. Vaak moeten die sukkelaars met stoel en al de bus ingeholpen worden door goedhartige reizigers, en zoals we weten lopen er daar in onze huidige maatschappij nog weinig van rond. Integendeel, niet zelden duwen slechthartige mensen de patiënt uit de rolstoel, en geven ze ’m nog een paar trappen, of urineren ze in de smoel van de arme dompelaar.

M’n tante Sonja zou graag in een stad wonen, waar de kans op isolement kleiner is. Laatst vroeg ze me of ze kon intrekken bij mij en m’n verloofde Lena. Lena en ik hebben er urenlang over gepraat en ten slotte besloten om tante Sonja niet bij ons te laten wonen. Moreel gezien kunnen we het niet verantwoorden dat we onderdak bieden aan een vrouw die ooit een relatie heeft gehad met een collaborateur, want Lena en ik zijn zeer linkse mensen, en dus moet tante Sonja haar plan maar trekken in het supergeïsoleerde Moerzeke-Kastel. Toch wensen we haar nog een prettige ouwe dag toe.

Humo 4097/11 van 12 maart 2019

Dit artikel verscheen in:

HUMO van dinsdag 12 maart 2019

Lees alle reportages

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: