Jan Mulder: 'De 4-1 van Ajax in Madrid wás de mooiste aller overwinningen'

, door (jan mulder)

Deel
vrijbeeld

De Volkskrant op de voorpagina: ‘Ajax telt weer echt mee in Europa’. Verderop, in het sportkatern: ‘Ajax beleeft wonder van Madrid’. Het Algemeen Dagblad doet het met ‘Magische avond in Madrid’.

Ik moet naar het buitenland, waar ze origineler en inventiever zijn in de kunst van het koppen maken. Een sportkrant in Madrid: ‘Nada de nada’. ’t Was helemaal niets. El País: ‘Koude douche van de werkelijkheid’. El Mundo: ‘Real Madrid verdrinkt in zijn eigen bloed’. Tja. ABC: ‘Het slechtste Madrid in jaren’. Oké. Marca toont een foto van het verlaten veld: ‘Hier rust een geweldig elftal’. Klopt, maar waar is de lof voor Ajax? Binnenin: ‘Ajax onttroont Madrid in de ergste nacht sinds mensenheugenis’.

Duitsland. Bild: ‘Real vliegt eruit na een koninklijk pak slaag’. Dat gaf nog wel een lekker gevoel, maar meer gaf het koninklijke pak slaag niet. De Ajacieden speelden veel beter op het veld dan de recensenten in de kranten. Het Franse l’Equipe over Frenkie de Jong: ‘Een horloge op schoenen’. Uw ervaringsdeskundige (ooit schreef iemand over mijn motoriek: ‘Een tank op balletschoenen’) keurt dit af. Een horloge op schoenen is goed bedoeld, en we weten wel ongeveer wat de bedenker op het oog had (een metronoom), maar het beeld wordt log. De magie verdwijnt, De Jong blijft De Jong. Grappig: Frenkie de Jong was vóór de historische gebeurtenissen in Estadio Bernabéu wél een horloge. Hij tikte gestaag zijn rondjes, tikte een balletje terug en een balletje breed. Maar in Madrid was hij opeens klaarwakker en gereed voor de metamorfose. De Jong tikte directe tegenstander Modric regelrecht van het middenveld af en was de baas in het roemrijkste stadion ter wereld.

De Jong maakte zijn faam na de transfer naar FC Barcelona waar, en Tadic was nog beter. Ziyech was virtuoos en Neres vloog als een vogel langs de oude stammen van Real. De Ligt was een tank op balletschoenen en Ajax toverde op die memorabele avond zo’n vijfentwintig jaar weg. Alsof er niets was gebeurd en het weer november 1995 was, zo makkelijk en schitterend wonnen de Amsterdamse godenzonen van Real Madrid.

Niemand herinnert zich nog dat Ajax kort geleden in de Europa League kansloos door het armetierige Rosenborg werd uitgeschakeld, met het ontslag van trainer Marcel Keizer als gevolg. De kritieken waren vernietigend. Penningmeester Overmars werd door de pers weggehoond, hij zou te veel op het geld blijven zitten. Dieper zinken was niet mogelijk en de resultaten van het nationale elftal hielden gelijke tred met de droevige cijfers van Ajax: het trotse voetballand Nederland was niet meer.

Twee jaar later spelen De Ligt, Van de Beek, Mazraoui, De Jong, Neres en De Wit Real Madrid naar de diepste crisis in zijn bestaan en de hele voetbalwereld ligt aan de voeten van Ajax. Alsof Johan Neeskens nog meedoet en Jari Litmanen één van zijn volleys langs de machteloze Thibaut Courtois joeg.

4-1. In Madrid. Hoelang was het geleden dat we als een kind hebben gejuicht voor een televisietoestel? Het eerste doelpunt kon nog een mooi toeval zijn, en de voorbode van een acceptabele nederlaag. Het tweede was een zelden vertoond gevolg van een wonder van een combinatie, met Tadic als uitvinder van al het moois dat aan die goal voorafging – we begonnen erin te geloven. Na de derde van Tadic in samenwerking met de VAR, die het onvergetelijke spektakel van dat doelpunt niet wilde bederven, en de vierde, de onmogelijke vrije trap van Schöne die de overwinning bezegelde, kreeg ik een nooit eerder gevoeld gevoel: jaloers op voetballers.

Humo 4097/11 van 12 maart 2019

Dit artikel verscheen in:

HUMO van dinsdag 12 maart 2019

Lees alle reportages

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: