Heleen Debruyne: 'Discretie is een deugd voor zij die het zich kunnen permitteren, niet voor de bestaste jongetjes en afgeranselde echtgenotes'

, door (hdb)

67
vrouwentongen 1200

Met mijn geloof heeft het niets te maken, vindt hij. Het zit hem in mijn voorkeur voor alles wat glittert en glimt, mijn neiging naar het theatrale, en vooral: hoe ik omga met de werkelijkheid. Verhalen vind ik prachtig, ook als ze nauwelijks of niet waar zijn. Ontwijkt de verteller moeilijke vragen over feitelijke waarheden, dan peuter ik niet verder, laat ik haar versie intact. Ook erg katholiek vindt hij mijn omgang met regels: afhankelijk van de context (en, toegegeven, mijn humeur) beslis ik of ik ze al dan niet volg. Zo probeer ik ook over anderen te oordelen: mijn morele vonnis staat zelden los van de omstandigheden, meestal verzachtend.

‘Je bedoelt dat ik een hypocriet ben?’ vraag ik. ‘Eerder een flexibele denker,’ vindt hij, ‘altijd voor iedereen op zoek naar de mooiste uitweg.’ Dat ik ondanks al mijn puberale pogingen om mijn katholieke omgeving van me af te schudden, ondanks mijn officiële ontdoping, nu toch nog een katholiek gevonden word, het steekt een beetje. Ik vrees langzaam in mijn grootmoeder te veranderen – zij bidt tot de Heilige Antonius maar evengoed tot de maan en draait alle verhalen zo dat zij de tragische heldin wordt.

Goddank geeft filosoof Peter Venmans me nu een mooie uitweg. Hij schreef een boek over discretie, een volgens hem vergeten deugd. Discretie is ‘het vermogen om zich nu eens wel, en dan weer niet met de zaken van de wereld bezig te houden’. Een bij uitstek katholieke deugd: onder andere de jezuïeten droegen ze hoog in het vaandel. Discrete mensen, aldus Venmans, hebben respect voor het onuitgesprokene, het geheime, wetend dat er in grijze zones veel moois gedijt. Herkenbaar: er hoort een zeker risico bij het binnenstappen in de schemering, een spanning die het alleen maar heerlijker maakt. In deze tijden van zwart-witte schreeuwers moeten we discretie opwaarderen, vindt Venmans. Ik voel me ineens al stukken beter. Ik ben dol op grijze zones! Ik ben niet hypocriet, ik ben discreet! Een filosoof zegt het! Mijn katholieke neigingen moeten zelfs opgewaardeerd worden! Net voor ik me lekker in mijn zelfgenoegzaamheid ga wentelen, herinner ik me de grijze zones uit het katholieke hinterland waar mijn vader over vertelt. Priester-leraren van wie iedereen wist dat ze van onbehaarde piemeltjes hielden, maar ja, hoe gaan die dingen? De huiselijke drama’s waar het hele stadje bezorgd over fluisterde, maar waarom zouden we ingrijpen, we weten toch niet hoe het er daar precies aan toegaat? Discretie lijkt me een deugd voor zij die het zich kunnen permitteren, niet voor de betaste jongetjes en de afgeranselde echtgenotes. Ik hoop op tijd te weten wanneer ik wel licht moet laten schijnen op andermans duistere hoekjes.

Humo 4099/13 van 26 maart 2019

Dit artikel verscheen in:

HUMO van dinsdag 26 maart 2019

Lees alle reportages

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: